12 Verwerking en analyse
12.1 Verwerking van papieren vragenlijsten
Nadat de vragenlijsten zijn ingevuld door de respondent zelf op de computer, door een
enquêteur zijn ingevoerd of ingeleverd, of zijn geretourneerd door de respondent bij een
schriftelijke enquête, moet je eerst enkele controles uitvoeren.
Het gaat om controle op de volgende punten:
1. Respons.
2. Representativiteit.
12.2 Verpakking van papieren vragenlijsten
De vragenlijst moet je eerst controleren op leesbaarheid, volledigheid en juistheid van de
invulling. Als er op belangrijke vragen het antwoord niet duidelijk of niet te lezen is, kun je
de vragenlijst niet gebruiken, tenzij je gaat corrigeren of aanvullen.
Bij papieren vragenlijsten is correctie en aanvulling van de enquêtes meestal alleen mogelijk
na inschakeling van de enquêteur en/of de respondent.
12.2.1 Coderen van (open) vragen
Omdat de meeste marktonderzoeken met behulp van een computer worden verwerkt,
moeten alle antwoordmogelijkheden een cijfermatige code krijgen.
Dit coderen heeft voor de gesloten vragen al plaatsgevonden bij het maken van de
vragenlijst.
De open vragen geven meestal meer problemen. De antwoorden op een open vraag zullen
vak sterk verschillen.
Voor een overzichtelijke presentatie en verdere analyse mogelijkheden is het gewenst het
antwoord onder te brengen in een aantal antwoord categorieën, om vervolgens per
antwoordcategorie te kunnen turven hoe vaak dit antwoord voorkomt.
Om verwarring te voorkomen is het verstandig bij alle vragen steeds dezelfde codering te
gebruiken. Bijvoorbeeld code blanco bij geen antwoord en code 9 voor niet van toepassing.
Deze codes mogen niet gebruikt worden bij andere antwoorden.
Op het moment dat de antwoord categorieën zijn vastgesteld, wordt het antwoord van een
respondent in een van de categorieën geplaatst en krijgt dat antwoord dus een code.
Daarna kun je met behulp van een computerprogramma zoals SPSS, de gegevens in tabellen
en analyses verweken.
Het invoeren van enquêteresultaten in een datamatrix is een heel precies werkje, je maakt
makkelijk fouten. Een zogenoemd codeboek is hierbij een goed hulpmiddel.
Het codeboek is een hulpmiddel voor vrijwel alle mensen die bij de verwerking en analyse
van enquêtes betrokken zijn.
12.2.2 Datamatrix
Een snellere invoer van de gegevens in de computer is mogelijk als je op het
enquêteformulier bij elke vraag de codenummers vermeldt.
12.1 Verwerking van papieren vragenlijsten
Nadat de vragenlijsten zijn ingevuld door de respondent zelf op de computer, door een
enquêteur zijn ingevoerd of ingeleverd, of zijn geretourneerd door de respondent bij een
schriftelijke enquête, moet je eerst enkele controles uitvoeren.
Het gaat om controle op de volgende punten:
1. Respons.
2. Representativiteit.
12.2 Verpakking van papieren vragenlijsten
De vragenlijst moet je eerst controleren op leesbaarheid, volledigheid en juistheid van de
invulling. Als er op belangrijke vragen het antwoord niet duidelijk of niet te lezen is, kun je
de vragenlijst niet gebruiken, tenzij je gaat corrigeren of aanvullen.
Bij papieren vragenlijsten is correctie en aanvulling van de enquêtes meestal alleen mogelijk
na inschakeling van de enquêteur en/of de respondent.
12.2.1 Coderen van (open) vragen
Omdat de meeste marktonderzoeken met behulp van een computer worden verwerkt,
moeten alle antwoordmogelijkheden een cijfermatige code krijgen.
Dit coderen heeft voor de gesloten vragen al plaatsgevonden bij het maken van de
vragenlijst.
De open vragen geven meestal meer problemen. De antwoorden op een open vraag zullen
vak sterk verschillen.
Voor een overzichtelijke presentatie en verdere analyse mogelijkheden is het gewenst het
antwoord onder te brengen in een aantal antwoord categorieën, om vervolgens per
antwoordcategorie te kunnen turven hoe vaak dit antwoord voorkomt.
Om verwarring te voorkomen is het verstandig bij alle vragen steeds dezelfde codering te
gebruiken. Bijvoorbeeld code blanco bij geen antwoord en code 9 voor niet van toepassing.
Deze codes mogen niet gebruikt worden bij andere antwoorden.
Op het moment dat de antwoord categorieën zijn vastgesteld, wordt het antwoord van een
respondent in een van de categorieën geplaatst en krijgt dat antwoord dus een code.
Daarna kun je met behulp van een computerprogramma zoals SPSS, de gegevens in tabellen
en analyses verweken.
Het invoeren van enquêteresultaten in een datamatrix is een heel precies werkje, je maakt
makkelijk fouten. Een zogenoemd codeboek is hierbij een goed hulpmiddel.
Het codeboek is een hulpmiddel voor vrijwel alle mensen die bij de verwerking en analyse
van enquêtes betrokken zijn.
12.2.2 Datamatrix
Een snellere invoer van de gegevens in de computer is mogelijk als je op het
enquêteformulier bij elke vraag de codenummers vermeldt.