6 steekproef
6.1 Populatie en steekproefkader
Steekproef: een kwantitatief onderzoek gebaseerd op een steekproef waar niet iedereen
tot de onderzoeksdoelgroep (populatie) behoort ondervraagd wordt.
Census: een onderzoek van de complete populatie.
Populatie: de verzameling elementen consumenten, bedrijven, huizen, verkooptransacties
enz. die tezamen de doelgroep vormen waarover je door steekproefonderzoek uitspraken
wilt doen.
Steekproefkader: een lijst of adressenbestand dat een weergave is van alle elementen van
de (onderzoeks)populatie.
Kaderfouten: de gegevens in het kader zijn bijvoorbeeld fout, niet up to date, niet
compleet of overcompleet.
Dekkingsfout: als de populatie niet goed wordt gedekt door de steekproef.
Stel dat je ten behoeve van onderzoek onder bakkers kunt beschikken over de ledenlijst van
de branchevereniging van bakkers. Dat is een steekproefkader waarin zo’n 85% van al deze
bedrijven (de populatie) is opgenomen, is er sprake van onderdekking. Je moet in dit geval
afvragen of de ontbrekende 15% een selecte groep is.
Misschien zijn het juist de wat kleinere bedrijven. In dat geval is de steekproef die je uit dit
steekproefkader getrokken hebt, niet representatief voor de gehele populatie.
In weer andere gevallen is ernaast onderdekking sprake van een overdekking.
6.2 Validiteit en betrouwbaarheid
Steekproefonderzoek moet aan twee eisen voldoen:
1. Het moet valide zijn.
2. Het moet voldoende betrouwbaar zijn.
Validiteit: de wetenschappelijke benaming van wat we in gewoon Nederlands geldigheid
zouden noemen.
Bij betrouwbaarheid gaat het om de vraag hoe hard de cijfers zijn.
6.2.1 Validiteit
De belangrijkste aandachtspunten voor een valide marktonderzoek:
- De steekproef.
- De non-respons.
- Het gedrag van de respondent.
Respondenten zijn niet altijd eerlijk. Ook kan de interviewer de respondent
beïnvloeden.
- De enquête zelf.
Bij een enquête ontstaan vaak problemen doordat de vragen onduidelijk
of sturend zijn.
- De techniek.
6.1 Populatie en steekproefkader
Steekproef: een kwantitatief onderzoek gebaseerd op een steekproef waar niet iedereen
tot de onderzoeksdoelgroep (populatie) behoort ondervraagd wordt.
Census: een onderzoek van de complete populatie.
Populatie: de verzameling elementen consumenten, bedrijven, huizen, verkooptransacties
enz. die tezamen de doelgroep vormen waarover je door steekproefonderzoek uitspraken
wilt doen.
Steekproefkader: een lijst of adressenbestand dat een weergave is van alle elementen van
de (onderzoeks)populatie.
Kaderfouten: de gegevens in het kader zijn bijvoorbeeld fout, niet up to date, niet
compleet of overcompleet.
Dekkingsfout: als de populatie niet goed wordt gedekt door de steekproef.
Stel dat je ten behoeve van onderzoek onder bakkers kunt beschikken over de ledenlijst van
de branchevereniging van bakkers. Dat is een steekproefkader waarin zo’n 85% van al deze
bedrijven (de populatie) is opgenomen, is er sprake van onderdekking. Je moet in dit geval
afvragen of de ontbrekende 15% een selecte groep is.
Misschien zijn het juist de wat kleinere bedrijven. In dat geval is de steekproef die je uit dit
steekproefkader getrokken hebt, niet representatief voor de gehele populatie.
In weer andere gevallen is ernaast onderdekking sprake van een overdekking.
6.2 Validiteit en betrouwbaarheid
Steekproefonderzoek moet aan twee eisen voldoen:
1. Het moet valide zijn.
2. Het moet voldoende betrouwbaar zijn.
Validiteit: de wetenschappelijke benaming van wat we in gewoon Nederlands geldigheid
zouden noemen.
Bij betrouwbaarheid gaat het om de vraag hoe hard de cijfers zijn.
6.2.1 Validiteit
De belangrijkste aandachtspunten voor een valide marktonderzoek:
- De steekproef.
- De non-respons.
- Het gedrag van de respondent.
Respondenten zijn niet altijd eerlijk. Ook kan de interviewer de respondent
beïnvloeden.
- De enquête zelf.
Bij een enquête ontstaan vaak problemen doordat de vragen onduidelijk
of sturend zijn.
- De techniek.