Hoofdstuk 2. Uitgangspunten
Wetenschappelijke diagnostiek: het analyseren en zoeken naar verklaren van persoonlijke
en andermans problemen, ondersteund met wetenschappelijke empirische kennis.
Diagnostische cyclus is gebaseerd op:
- Empirische cyclus van De Groot: wetenschappelijk onderzoek
o Hypotheses die getoetst worden m.b.v. empirische gegevensverzameling.
- Regulatieve cyclus van Van Strien: praktijk zorgverlening
o Het zorgverleningsproces is systematisch en in fases ingedeeld; sommige
fases worden herhaald indien nodig.
Van Strien:
Verwetenschappelijking van de diagnostische praktijk.
Er zijn een aantal punten die een diagnosticus wetenschappelijker maken:
1. Explicieter werken met theorieën en de verschillende theorieniveaus duidelijker met
elkaar in verband brengen.
2. Bewust uitleggen waarom hij wel of niet voor een bepaalde theorie kiest.
3. Duidelijker die denkstappen vastleggen die hebben geleid tot advies.
4. Onderzoek doen naar de waarde van de theorieën voor de specifieke problemen en
naar het effect van de ingrepen.
5. De resultaten van eigen werk uitwisselen met collega’s.
Verschillende foutbronnen.
Een substantieel deel van het werk van de diagnosticus bestaat uit het schatten, afwegen en
herzien van kansen. Er is geen pasklare oplossing voor het probleemgedrag van het kind.
Eveneens hoeft probleemgedrag niet altijd klinisch te zijn, het kan ook gedrag zijn wat past
bij de ontwikkeling van het kind.
Uit onderzoek blijkt dat mensen in het algemeen slecht zijn in het schatten, afwegen en
herzien van kansen. Vaak is men niet in staat uit een reeks gegevens die informatie te halen
die relevant is voor de kans schatting of wordt relevante informatie weggelaten en
irrelevantie informatie gebruikt. Ook is het zo dat het formuleren van een kansschatting op
zich ongebruikelijk en moeilijk is en dat expliciet geschatte kansen vaak sterk afwijken van
wat statistisch-logisch verwacht kan worden. Dit leidde tot onderzoek naar de oorzaken van
deze afwijkingen. Dit resulteerde vervolgens in het blootleggen van cognitieve vuistregels en
heuristieken (zoekstrategieën die tot oplossingen kunnen leiden) die in tal van
probleemsituaties in het dagelijkse leven adequaat zijn, maar tot vertekening leiden bij
kansschattingen in een gecontroleerde laboratoriumomgeving.
Mensen hebben de neiging om vooral informatie op te zoeken die de eigen opvatting
ondersteunt. Dit kan ervoor zorgen dat informatie opgezocht wordt ter ondersteuning van de
eerste mogelijkheid die mede op grond van de beschikbaarheidsheuristiek als belangrijkste
naar voren komt.
Fouten en vertekeningen blijken bij de professionele diagnosticus in elke fase van
diagnostische besluitvorming voor te komen. De kwaliteit van de eigen besluitvorming moet
kritisch geëvalueerd worden en indien nodig verbeteren.
Foutenbronnen:
- Onderzoek naar de wijze waarop mensen met kansen en waarschijnlijkheden
omgaan.
- Onderzoek naar vuistregels en heuristieken die mensen doorgaans geneigd zijn te
volgen.
- Onderzoek naar de kwaliteit van professionele diagnostiek.
Besliskundige ondersteuning.
Besliskunde: een verzameling van modellen en procedures die aangeven hoe de beslisser in
de verschillende stappen van het beslissingsproces het best kan handelen met het oog op
Wetenschappelijke diagnostiek: het analyseren en zoeken naar verklaren van persoonlijke
en andermans problemen, ondersteund met wetenschappelijke empirische kennis.
Diagnostische cyclus is gebaseerd op:
- Empirische cyclus van De Groot: wetenschappelijk onderzoek
o Hypotheses die getoetst worden m.b.v. empirische gegevensverzameling.
- Regulatieve cyclus van Van Strien: praktijk zorgverlening
o Het zorgverleningsproces is systematisch en in fases ingedeeld; sommige
fases worden herhaald indien nodig.
Van Strien:
Verwetenschappelijking van de diagnostische praktijk.
Er zijn een aantal punten die een diagnosticus wetenschappelijker maken:
1. Explicieter werken met theorieën en de verschillende theorieniveaus duidelijker met
elkaar in verband brengen.
2. Bewust uitleggen waarom hij wel of niet voor een bepaalde theorie kiest.
3. Duidelijker die denkstappen vastleggen die hebben geleid tot advies.
4. Onderzoek doen naar de waarde van de theorieën voor de specifieke problemen en
naar het effect van de ingrepen.
5. De resultaten van eigen werk uitwisselen met collega’s.
Verschillende foutbronnen.
Een substantieel deel van het werk van de diagnosticus bestaat uit het schatten, afwegen en
herzien van kansen. Er is geen pasklare oplossing voor het probleemgedrag van het kind.
Eveneens hoeft probleemgedrag niet altijd klinisch te zijn, het kan ook gedrag zijn wat past
bij de ontwikkeling van het kind.
Uit onderzoek blijkt dat mensen in het algemeen slecht zijn in het schatten, afwegen en
herzien van kansen. Vaak is men niet in staat uit een reeks gegevens die informatie te halen
die relevant is voor de kans schatting of wordt relevante informatie weggelaten en
irrelevantie informatie gebruikt. Ook is het zo dat het formuleren van een kansschatting op
zich ongebruikelijk en moeilijk is en dat expliciet geschatte kansen vaak sterk afwijken van
wat statistisch-logisch verwacht kan worden. Dit leidde tot onderzoek naar de oorzaken van
deze afwijkingen. Dit resulteerde vervolgens in het blootleggen van cognitieve vuistregels en
heuristieken (zoekstrategieën die tot oplossingen kunnen leiden) die in tal van
probleemsituaties in het dagelijkse leven adequaat zijn, maar tot vertekening leiden bij
kansschattingen in een gecontroleerde laboratoriumomgeving.
Mensen hebben de neiging om vooral informatie op te zoeken die de eigen opvatting
ondersteunt. Dit kan ervoor zorgen dat informatie opgezocht wordt ter ondersteuning van de
eerste mogelijkheid die mede op grond van de beschikbaarheidsheuristiek als belangrijkste
naar voren komt.
Fouten en vertekeningen blijken bij de professionele diagnosticus in elke fase van
diagnostische besluitvorming voor te komen. De kwaliteit van de eigen besluitvorming moet
kritisch geëvalueerd worden en indien nodig verbeteren.
Foutenbronnen:
- Onderzoek naar de wijze waarop mensen met kansen en waarschijnlijkheden
omgaan.
- Onderzoek naar vuistregels en heuristieken die mensen doorgaans geneigd zijn te
volgen.
- Onderzoek naar de kwaliteit van professionele diagnostiek.
Besliskundige ondersteuning.
Besliskunde: een verzameling van modellen en procedures die aangeven hoe de beslisser in
de verschillende stappen van het beslissingsproces het best kan handelen met het oog op