Geschiedenis, context verlichtingsideeën en de democratische
revoluties
Verlichte ideeën over de ideale samenleving
De Wetenschappelijke Revolutie en het empirisme
Vanaf de Renaissance kwamen er steeds meer onderzoekers die geen geestelijken waren. Zij gingen
onderwerpen bestuderen die niet met de godsdienst te maken hadden en wilden zich niet meer
onderwerpen aan de kerk. Het gevolg was een periode met een groot aantal uitvindingen die later de
Wetenschappelijke Revolutie is genoemd.
Belangrijke kenmerken van de Wetenschappelijke Revolutie zijn:
- Een nieuwe manier van onderzoeken: observeren, experimenteren en redeneren
- Grote veranderingen in het leven van mensen door uitvindingen
- Met geweld gepaard gaand verzet van de kerk, overheid en sommige bevolkingsgroepen
De Renaissance-onderzoekers wilden elk onderzoek van de natuur baseren op waarneming, ervaring
en experiment -> empirisme.
Verzet tegen de Wetenschappelijke Revolutie, vooral van de katholieke kerk
In de 16e eeuw ondervonden onderzoekers nog veel tegenstand van de katholieke kerk. De kerk
verloor namelijk niet alleen haar greep op de wetenschap, maar belangrijke kerkelijke opvattingen
werden soms door de resultaten van onderzoek ondermijnd.
- De Italiaanse geleerde Giordano Bruno vluchtte uit het klooster, omdat hij een aanklacht
wegens ketterij verwachtte. Hij reisde rond in Europa en schreef boeken. Hij was een
aanhanger van Copernicus en Luther. Uiteindelijk werd hij door een Venetiaanse edelman
verraden aan de Inquisitie, gearresteerd en terechtgesteld
- De Italiaan Galileo Galilei bewees m.b.v. telescopen dat Copernicus gelijk had. De kerk
beschuldigde hem van ketterij en nam hem gevangen. Een kerkelijke rechtbank veroordeelde
hem tot levenslang huisarrest, aangezien hij zijn opvattingen terugnam
Vanaf eind 16e eeuw gaan regeringen de Wetenschappelijke Revolutie steunen
Vanaf het einde van de 16e eeuw werd het klimaat voor de onderzoekers gunstiger. Zij ging
samenwerken in wetenschappelijke verenigingen, die soms gesteund werd door de regering. De
wetenschap ging een belangrijke plaats innemen in de samenleving. Door de uitvindingen kreeg
Europa een voorsprong op de rest van de wereld. Door de Wetenschappelijke Revolutie groeide het
aantal mensen dat zaken niet meer als waar aannam, omdat de Bijbel of Socrates of Aristoteles het
gezegd hadden. Men ging vertrouwen op het eigen verstand.
De Verlichting en het Rationalisme
De 18de eeuw wordt de Verlichting genoemd. Verlichters vonden dat de samenleving net zoals de
natuur op een redelijke manier (met het verstand) moest worden onderzocht. Daardoor zou de
kennis van de mensen toenemen en zouden de problemen in de samenleving opgelost kunnen
worden. Deze visie wordt het rationalisme genoemd. Het rationalisme leidde tot optimisme en de
vooruitgangsgedachte.
In 1784 gaf Immanuel Kant een uitleg wat de Verlichting voor de mens kan
betekenen: “Verlichting is het uittreden van de mens uit zijn onmondigheid, waaraan
hij zelf schuldig is. Onmondigheid is het onvermogen zich van zijn verstand te
bedienen zonder de leiding van een ander. Men is zelf schuldig aan deze
revoluties
Verlichte ideeën over de ideale samenleving
De Wetenschappelijke Revolutie en het empirisme
Vanaf de Renaissance kwamen er steeds meer onderzoekers die geen geestelijken waren. Zij gingen
onderwerpen bestuderen die niet met de godsdienst te maken hadden en wilden zich niet meer
onderwerpen aan de kerk. Het gevolg was een periode met een groot aantal uitvindingen die later de
Wetenschappelijke Revolutie is genoemd.
Belangrijke kenmerken van de Wetenschappelijke Revolutie zijn:
- Een nieuwe manier van onderzoeken: observeren, experimenteren en redeneren
- Grote veranderingen in het leven van mensen door uitvindingen
- Met geweld gepaard gaand verzet van de kerk, overheid en sommige bevolkingsgroepen
De Renaissance-onderzoekers wilden elk onderzoek van de natuur baseren op waarneming, ervaring
en experiment -> empirisme.
Verzet tegen de Wetenschappelijke Revolutie, vooral van de katholieke kerk
In de 16e eeuw ondervonden onderzoekers nog veel tegenstand van de katholieke kerk. De kerk
verloor namelijk niet alleen haar greep op de wetenschap, maar belangrijke kerkelijke opvattingen
werden soms door de resultaten van onderzoek ondermijnd.
- De Italiaanse geleerde Giordano Bruno vluchtte uit het klooster, omdat hij een aanklacht
wegens ketterij verwachtte. Hij reisde rond in Europa en schreef boeken. Hij was een
aanhanger van Copernicus en Luther. Uiteindelijk werd hij door een Venetiaanse edelman
verraden aan de Inquisitie, gearresteerd en terechtgesteld
- De Italiaan Galileo Galilei bewees m.b.v. telescopen dat Copernicus gelijk had. De kerk
beschuldigde hem van ketterij en nam hem gevangen. Een kerkelijke rechtbank veroordeelde
hem tot levenslang huisarrest, aangezien hij zijn opvattingen terugnam
Vanaf eind 16e eeuw gaan regeringen de Wetenschappelijke Revolutie steunen
Vanaf het einde van de 16e eeuw werd het klimaat voor de onderzoekers gunstiger. Zij ging
samenwerken in wetenschappelijke verenigingen, die soms gesteund werd door de regering. De
wetenschap ging een belangrijke plaats innemen in de samenleving. Door de uitvindingen kreeg
Europa een voorsprong op de rest van de wereld. Door de Wetenschappelijke Revolutie groeide het
aantal mensen dat zaken niet meer als waar aannam, omdat de Bijbel of Socrates of Aristoteles het
gezegd hadden. Men ging vertrouwen op het eigen verstand.
De Verlichting en het Rationalisme
De 18de eeuw wordt de Verlichting genoemd. Verlichters vonden dat de samenleving net zoals de
natuur op een redelijke manier (met het verstand) moest worden onderzocht. Daardoor zou de
kennis van de mensen toenemen en zouden de problemen in de samenleving opgelost kunnen
worden. Deze visie wordt het rationalisme genoemd. Het rationalisme leidde tot optimisme en de
vooruitgangsgedachte.
In 1784 gaf Immanuel Kant een uitleg wat de Verlichting voor de mens kan
betekenen: “Verlichting is het uittreden van de mens uit zijn onmondigheid, waaraan
hij zelf schuldig is. Onmondigheid is het onvermogen zich van zijn verstand te
bedienen zonder de leiding van een ander. Men is zelf schuldig aan deze