Bijeenkomst 5
Taak 10
Eigendomsvoorbehoud (nr 962-974 + aantekening)
Je kunt een eigendomsvoorbehoud bedingen. Door zich de eigendom voor te behouden
heeft de verkoper de mogelijkheid om de geleverde zaak als eigenaar onder de koper op
te eisen, wanneer deze niet aan zijn betalingsverplichting voldoet (art. 3:92 BW). Het is
zo dat je in de koopovereenkomst moet afspreken dat je gaat leveren onder
opschortende voorwaarde (dus eigendomsvoorbehoud). Er wordt wel direct geleverd,
maar het leidt nog niet meteen tot overdracht, omdat de werking van de
rechtshandeling afhankelijk gesteld wordt door het voldoen aan de voorwaarde (de
rechtshandeling is voltooid, maar krijgt pas werking als aan de voorwaarde is voldaan).
Tekening 1
Je hebt een onvoorwaardelijke koop, maar je hebt wel afgesproken dat je onder
opschortende voorwaarde levert. De opschortende voorwaarde zit dus puur in de
levering. Art. 3:84 lid 4 BW heb je, in tegenstelling tot wat het boek zegt, helemaal niet
nodig. Dus stel dat je als opschortende voorwaarde hebt, betaling van de koopprijs. Dan
is de koop er dus direct, de levering wordt ook direct verricht, maar de werking wordt
alleen uitgesteld.
Ook kun je afspreken dat je pas gaat leveren, zogauw de koopprijs is betaald. Stel dat A
failliet gaat en B daarna alsnog de koopprijs betaalt. Heeft hij dan last van het
faillissement? Nee, de eigendom is nog niet overgegaan maar de rechtshandeling is
verricht toen A nog beschikkingsbevoegd was. De levering was enkel nog afhankelijk
van het betalen van de koopprijs. Ook al is A failliet, B blijft dus verplicht de koopprijs te
betalen. Dit kan de curator ook niet tegenhouden.
Ook kan A afspreken dat B eerst moet betalen, en dan pas tot levering overgaat. Voor B
is dat een risico, want als A dan failliet gaat in de tijd tussen het betalen en levering, dan
heeft B pech en wordt waarschijnlijk niet geleverd.
Als c.p. geleverd is en de zaak ligt nog bij A, dan zou B alsnog de eigendom krijgen als B
betaalt.
Tekening 2
Verkopen kun je alles, maar het probleem is of je ook geldig kunt leveren. In principe is
hier A nog de eigenaar, dus je kunt niet zomaar aannemen dat B beschikkingsbevoegd is.
Hieronder de varianten waarbij C onmiddellijk de eigendom wil verkrijgen.
Voorbeeld als in taak 10 casus B
B kan beschikkingsbevoegd zijn als A hem die beschikkingsbevoegdheid contractueel
gegeven heeft. Als een leverancier A al van tevoren weet dat B die goederen door wil
gaan verkopen, heeft A er niks aan dat B nog niet mag doorverkopen. Alleen door die
zaken door te verkopen verdient B geld, en daarmee kan hij A betalen. In dat geval voelt
A zich gedwongen om toestemming te geven om die zaken in de normale uitoefening van
het bedrijf van B door te verkopen aan C. Contractueel verleng je beschikkings-
bevoegdheid als A zijnde door aan B. Je doet hetzelfde als bij de middellijk