3.1
Mental map = kaartbeeld van een gebied
Geografisch beeld = hoe een gebied eruitziet en hoe mensen leven.
Mensen denken in stereotypen algemene karakterisering van een gebied/groep
mensen.
Iedereen heeft een eigen perceptie door eigen ervaringen/kennis invulling aan de
werkelijkheid geven.
3.2
Jonge bevolking daling geboortecijfer maar hoge natuurlijke bevolkingsgroei.
Oorzaken vergrijzing:
1. Stijgende welvaart beter onderwijs, hoogopgeleide vrouwen, betere zorg.
2. Maatschappelijke veranderingen media toont kleine gezinnen, kerk verliest
invloed, anticonceptie wordt populair.
3. Overheidsbeleid van gezinsplanning subsidie voor anticonceptiepil.
Negatief migratiesaldo.
Hoge verstedelijkingsgraad veel inwoners in de stad vanaf 1950 nam
verstedelijkingstempo toe.
Sloppenwijken/favela’s wijken voor migranten toename geweld.
Rijke inwoners gated communities ommuurde woonwijken ruimtelijke
segregatie.
Gouden driehoek Belo Horizonte, Sao Paulo, Rio stedelijk netwerk hoge
bevolkingsdruk.
Lorenz-curve sociale ongelijkheid.
Platteland groep grootgrondbezitters die land bezit landlozen hebben geen
inspraak.
In Brazilië = verband etniciteit en rijkdom.
Mensen met Europese en Inheemse voorouders = mestiezen.
3.3
21e eeuw Brazilië tot 10 grootste economieën wereldwijd.
Toenemende vraag grondstoffen door China economische groei.
Exportpakket = agrarische producten + grondstoffen land wil meer
industrialisering: productie industrieproducten en verwerking grondstoffen tot
eindproducten.
Importpakket = consumptiegoederen positieve handelsbalans.
Informele sector niet meegerekend bij BBP/hoofd.
Bestrijden sociale ongelijkheid en armoede door de overheid welvarende
middenklasse / dalende inkomensongelijkheid.
Toename bevolkingsparticipatie + democratisering gesaboteerd door corruptie.
Sprak grote en ongewenste verschillen in welvaart/ontwikkeling tussen gebieden =
regionale ongelijkheid.
Economisch zwaartepunt langs de kust (zuidoostelijk kustgebied).
Bruto regionaal product van een regio hoe het economisch presteert.
3.4
, Landschap Brazilië:
1. Hoogland Guyana (Noord-Brazilië)
Hoogvlakte / hoogland met weinig reliëf hoger dan 500 m boven NAP.
2. Laagland stroomgebied van Amazone
Laagste gebied onder water als Amazone buiten haar oevers treedt.
3. Hoogland Brazilië.
Centrale + zuidoostelijk deel van Brazilië.
vlakke grond + reliëf door kustgebied in het oosten.
4. Vlakke kuststrook (zuidoosten kustgebergten)
Noorden met bountystranden / palmbomen / zandduinen.
5. Laaggelegen moeras van de Panatal, langs Paraguay / Bolivia.
Volstroom bij regentijd.
Ligging klimaatgebieden bepaald door verschillende factoren:
1. Reliëf
Bergtekens parallel aan de zuidoostkust zorgen voor stuwingsregens id
kustvlaktes.
Noordoostelijk deel ligt id regenschaduw + woestijn.
2. Geografische ligging
Evenaar doorsnijdt het noorden van Brazilië + hoge zonnestand hoge temp +
stijgingsregens.
Tropisch lagedrukgebied trekt lucht aan vanuit hogere breedten = passaatwinden.
Aanlandige wind brengen vocht mee + nattigheid id laaggelegen kuststrook.
3. Zeestroom
Warme zeestroom langs kust passaatwind brengt warme / vochtige lucht mee.
ITCZ intertropische convergentiezone schuift met jaargetijden noord- en
zuidwaarts op.
Equatoriale luchtdrukgebied veel neerslag maar niet elk jaar dezelfde
breedtegraad = neerslagvariaties.
Zuidelijk deel = tropische landschapszone tropisch regenwoud in Amazone = selva
(hoge biodiversiteit).
Centrale + hoge deel savanneklimaat + vegetatietypen:
1. Cerado (vochtige delen) Mix bomen en struiken
2. Llanos (minder regenrijke gedeelten van savanne gras
3. Caatinga (steppeklimaat) struiken die wit uitslaan.
4. Mangrove (tropische kuststrook) bomen met lange wortels in zee.
3.5
Mental map = kaartbeeld van een gebied
Geografisch beeld = hoe een gebied eruitziet en hoe mensen leven.
Mensen denken in stereotypen algemene karakterisering van een gebied/groep
mensen.
Iedereen heeft een eigen perceptie door eigen ervaringen/kennis invulling aan de
werkelijkheid geven.
3.2
Jonge bevolking daling geboortecijfer maar hoge natuurlijke bevolkingsgroei.
Oorzaken vergrijzing:
1. Stijgende welvaart beter onderwijs, hoogopgeleide vrouwen, betere zorg.
2. Maatschappelijke veranderingen media toont kleine gezinnen, kerk verliest
invloed, anticonceptie wordt populair.
3. Overheidsbeleid van gezinsplanning subsidie voor anticonceptiepil.
Negatief migratiesaldo.
Hoge verstedelijkingsgraad veel inwoners in de stad vanaf 1950 nam
verstedelijkingstempo toe.
Sloppenwijken/favela’s wijken voor migranten toename geweld.
Rijke inwoners gated communities ommuurde woonwijken ruimtelijke
segregatie.
Gouden driehoek Belo Horizonte, Sao Paulo, Rio stedelijk netwerk hoge
bevolkingsdruk.
Lorenz-curve sociale ongelijkheid.
Platteland groep grootgrondbezitters die land bezit landlozen hebben geen
inspraak.
In Brazilië = verband etniciteit en rijkdom.
Mensen met Europese en Inheemse voorouders = mestiezen.
3.3
21e eeuw Brazilië tot 10 grootste economieën wereldwijd.
Toenemende vraag grondstoffen door China economische groei.
Exportpakket = agrarische producten + grondstoffen land wil meer
industrialisering: productie industrieproducten en verwerking grondstoffen tot
eindproducten.
Importpakket = consumptiegoederen positieve handelsbalans.
Informele sector niet meegerekend bij BBP/hoofd.
Bestrijden sociale ongelijkheid en armoede door de overheid welvarende
middenklasse / dalende inkomensongelijkheid.
Toename bevolkingsparticipatie + democratisering gesaboteerd door corruptie.
Sprak grote en ongewenste verschillen in welvaart/ontwikkeling tussen gebieden =
regionale ongelijkheid.
Economisch zwaartepunt langs de kust (zuidoostelijk kustgebied).
Bruto regionaal product van een regio hoe het economisch presteert.
3.4
, Landschap Brazilië:
1. Hoogland Guyana (Noord-Brazilië)
Hoogvlakte / hoogland met weinig reliëf hoger dan 500 m boven NAP.
2. Laagland stroomgebied van Amazone
Laagste gebied onder water als Amazone buiten haar oevers treedt.
3. Hoogland Brazilië.
Centrale + zuidoostelijk deel van Brazilië.
vlakke grond + reliëf door kustgebied in het oosten.
4. Vlakke kuststrook (zuidoosten kustgebergten)
Noorden met bountystranden / palmbomen / zandduinen.
5. Laaggelegen moeras van de Panatal, langs Paraguay / Bolivia.
Volstroom bij regentijd.
Ligging klimaatgebieden bepaald door verschillende factoren:
1. Reliëf
Bergtekens parallel aan de zuidoostkust zorgen voor stuwingsregens id
kustvlaktes.
Noordoostelijk deel ligt id regenschaduw + woestijn.
2. Geografische ligging
Evenaar doorsnijdt het noorden van Brazilië + hoge zonnestand hoge temp +
stijgingsregens.
Tropisch lagedrukgebied trekt lucht aan vanuit hogere breedten = passaatwinden.
Aanlandige wind brengen vocht mee + nattigheid id laaggelegen kuststrook.
3. Zeestroom
Warme zeestroom langs kust passaatwind brengt warme / vochtige lucht mee.
ITCZ intertropische convergentiezone schuift met jaargetijden noord- en
zuidwaarts op.
Equatoriale luchtdrukgebied veel neerslag maar niet elk jaar dezelfde
breedtegraad = neerslagvariaties.
Zuidelijk deel = tropische landschapszone tropisch regenwoud in Amazone = selva
(hoge biodiversiteit).
Centrale + hoge deel savanneklimaat + vegetatietypen:
1. Cerado (vochtige delen) Mix bomen en struiken
2. Llanos (minder regenrijke gedeelten van savanne gras
3. Caatinga (steppeklimaat) struiken die wit uitslaan.
4. Mangrove (tropische kuststrook) bomen met lange wortels in zee.
3.5