OAC1 anatomie algemene myologie
de diverse spiertypen (waaier, pennaat etc. ) en soorten spiervezels opnoemen en kan
hun functies benoemen en verklaren.
…
de begrippen origo en insertie uitleggen.
• Origo (oorsprong):
▫ in anatomische stand punctum fixum spier
• Insertie (aanhechting):
▫ in anatomische stand punctum mobilé
• Aanspannen in
▫ Open keten: spier trekt insertie naar origo
▫ Gesloten keten: spier trekt origo naar insertie
de begrippen actieve en passieve insufficiëntie uitleggen.
remming door passieve insufficiëntie van de antagonistische spieren: tegengestelde spier kan niet
voldoende worden verlengd om totale bewegingsuitslag toe te laten, bijv.: heffen van been in
gestrekte positie -> hamstrings worden uitgerekt, totdat deze niet verder kunnen.
remming door actieve insufficiëntie van de agonistische spieren: spier kan zich niet verder
verkorten om maximale bewegingsuitslag te benutten, bijv.: actief buigen van knie in buiklig met
gestrekte heup. Hamstrings kunnen zich op gegeven moment niet verder verkorten, zodat flexie van
knie ophoudt.
de begrippen massa, momentsarm, kracht en werklijn uitleggen en bijbehorende
formule voor het moment reproduceren.
De diverse contractie vormen uitleggen; concentrisch, excentrisch en isometrisch. En de
verschillende werkingsvormen van spieren; agonist, antagonist en synergist.
• Agonist:
▫ Spier die actief beweging maakt.