1.
Kapitaalaccumulatie is de opbouw van het kapitalisme. De vicieuze cirkel van het kapitalisme
is dat door geld kapitaal wordt opgebouwd, doordat extra kapitaal als iets positiefs wordt
gezien, gaat de kapitale productie omhoog. Hierdoor is een grote hoeveelheid van het
kapitaal en de arbeidskracht in handen van warenproducenten. Die dus weer geld gaan
steken in het opbouwen van kapitaal. Dit is een vicieuze cirkel, want vanuit kapitaal ontstaat
weer kapitaal.
Hij wil verklaren dat er een oorspronkelijke accumulatie aan de kapitaalaccumulatie is
voorafgegaan, waardoor er een vicieuze cirkel kon ontstaan. Want voor de opbouw van
kapitaal heb je kapitaal nodig. Daarom is de kapitaalaccumulatie iets wat als uitgangspunt
wordt gezien en niet als resultaat.
2.
De economische zondeval in de theologie gaat over hoe heel vroeger de elite rijkdom had
opgebouwd door heel spaarzaam te zijn en te werken voor zijn geld, terwijl aan de andere
kant de luie ‘schooiers’ dat niet deden. Hierdoor had de elite zijn rijkdom opgebouwd en dit
ook verdiend en de schooiers hadden alleen armoede.
Dit is tegenwoordig heel anders. Je wordt geboren in een bepaalde economische klasse. De
mensen die in een rijke klasse worden geboren hebben dit niet verdiend en de mensen die in
een arme klasse worden geboren hebben dit ook niet verdiend. De kloof tussen arm en rijk
blijft dus. De legende wordt gebruikt ter verdediging van het eigendom. De rijken die hun
rijkdom willen behouden zullen zeggen dat dit eerlijk is verdiend door hard werken en dat de
armen luie schooiers waren volgens de legende van de economische zondeval.
3.
Met vrije arbeiders bedoelt Marx mensen die hun arbeidskracht vrijwillig op de arbeidsmarkt
aanbieden. Vrije arbeiders zijn geen eigendommen van iemand.
De knechtschap van de arbeider is de overgang van het eigendom zijn van arbeiders naar het
vrij zijn van arbeiders. Vroeger waren de arbeiders nog slaven, dus eigendommen, terwijl
tegenwoordig in de kapitalistische maatschappij arbeiders vrij zijn.
4.
De burgerij en de adel kwamen op en verschafte steeds meer macht. Ook het koningshuis
kreeg meer macht door de opkomst van de burgerij. Hierdoor werden de feodale horigheden
opgeheven en kwamen er steeds meer burgers op de vrije markt terecht. Oorlogen tussen de
oude en de nieuwe feodale adel werden gewonnen door de nieuwe feodaliteit, die erg
kapitalistisch dachten. De nieuwe feodaliteit speelde in op de prijsstijging van de wol en
verjoegen de boeren van het platteland om vervolgens schapen te kunnen houden op grote
landbouwgronden. Daarna vond er ‘clearing of estates’ plaats. De huizen van de
oorspronkelijke bewoners werden afgebroken, zodat ze niet de kans hadden om terug te
keren. De nieuwe feodaliteit deed alles voor geld en macht.
De drijvende kracht achter dit proces was de behoefte van het koningshuis om de hoogste en
meest onafhankelijke macht te hebben, waardoor ze de feodale horigheden hebben
opgeheven.
5.
Door de strenge regels werden de verjaagden heel hard aangepakt, terwijl ze er niks aan
konden doen dat ze verjaagd werden. Ook waren ze weg uit hun natuurlijke omgeving en is
het dan moeilijk om je dan aan te passen. Volgens Marx waren die regels zo streng omdat de
staat geen rekening hield met het feit dat de verjaagden er niks aan konden doen.