Hoorcollege week 3: Voorwerp van de belasting: loon
De belasting wordt geheven over het belastbare loon, belastbaar loon is het
gezamenlijke bedrag aan loon (art. 9 LB).
Art 10 lid 1 LB (maatstaf voor heffing)
Loon is al hetgeen uit een dienstbetrekking of een vroegere dienstbetrekking
wordt genoten, daaronder mede begrepen hetgeen wordt vergoed of verstrekt in het
kader van de dienstbetrekking.
‘Al hetgeen’ ziet op de vorm en houdt in dat de vorm van het voordeel er niet toe
doet, als het een voordeel is is het een voordeel. Dus het vorm waarin je iets krijgt is
niet beslissend voor de vraag of iets loon is.
‘Genoten’ wil zeggen dat je beschikkingsmacht is toegenomen.
Van loon overeenkomstig art. 10 LB is sprake als aan 3 criteria is voldaan:
1. Voordeeleis
2. Causaliteit – finaliteit
3. Verstrekkingseis
1. Voordeelseis:
Er moet voordeel zijn voor de werknemer.
Zijn beschikkingsmacht moet zijn toegenomen.
Zie HR optierechten: Er waren optierechten toegekend aan werknemers maar
deze hadden een verwaarloosbaar voordeel en vormden daarom geen voordeel
en daarmee geen loon.
Voorbeelden van geen voordeel:
Verkeersboete arrest (BNB 2001/89c)
Werknemer reedt in een auto waarvan kenteken op naam stond van
werkgever. Wat als werkgever die boetes voor zijn rekening neemt en het
niet verhaalt op de werknemer?
Als handelen van de werknemer kan worden toegerekend aan werkgever.
Dus werkgever civielrechtelijk de boete niet mag verhalen op de werknemer,
dan kan er geen sprake zijn van loon want werkgever betaald dan gewoon
zijn eigen schuld. Ook al is het de werknemer geweest die te hard heeft
gereden en gezorgd heeft voor die boete.
Als werkgever de werkgever boete kan verhalen dan is er wel voordeel
toegekend
“Bedragen die de werkgever niet mag verhalen op de werknemer kunnen niet
worden aangemerkt als een door de werknemer door de dienstbetrekking
genoten voordeel.”
De belasting wordt geheven over het belastbare loon, belastbaar loon is het
gezamenlijke bedrag aan loon (art. 9 LB).
Art 10 lid 1 LB (maatstaf voor heffing)
Loon is al hetgeen uit een dienstbetrekking of een vroegere dienstbetrekking
wordt genoten, daaronder mede begrepen hetgeen wordt vergoed of verstrekt in het
kader van de dienstbetrekking.
‘Al hetgeen’ ziet op de vorm en houdt in dat de vorm van het voordeel er niet toe
doet, als het een voordeel is is het een voordeel. Dus het vorm waarin je iets krijgt is
niet beslissend voor de vraag of iets loon is.
‘Genoten’ wil zeggen dat je beschikkingsmacht is toegenomen.
Van loon overeenkomstig art. 10 LB is sprake als aan 3 criteria is voldaan:
1. Voordeeleis
2. Causaliteit – finaliteit
3. Verstrekkingseis
1. Voordeelseis:
Er moet voordeel zijn voor de werknemer.
Zijn beschikkingsmacht moet zijn toegenomen.
Zie HR optierechten: Er waren optierechten toegekend aan werknemers maar
deze hadden een verwaarloosbaar voordeel en vormden daarom geen voordeel
en daarmee geen loon.
Voorbeelden van geen voordeel:
Verkeersboete arrest (BNB 2001/89c)
Werknemer reedt in een auto waarvan kenteken op naam stond van
werkgever. Wat als werkgever die boetes voor zijn rekening neemt en het
niet verhaalt op de werknemer?
Als handelen van de werknemer kan worden toegerekend aan werkgever.
Dus werkgever civielrechtelijk de boete niet mag verhalen op de werknemer,
dan kan er geen sprake zijn van loon want werkgever betaald dan gewoon
zijn eigen schuld. Ook al is het de werknemer geweest die te hard heeft
gereden en gezorgd heeft voor die boete.
Als werkgever de werkgever boete kan verhalen dan is er wel voordeel
toegekend
“Bedragen die de werkgever niet mag verhalen op de werknemer kunnen niet
worden aangemerkt als een door de werknemer door de dienstbetrekking
genoten voordeel.”