1. Criminologie is de gedragswetenschap die criminaliteit op verschillende invalshoeken manieren
benadert.
Definitie Criminologie (docent): Wetenschap deze bestudeert menselijke gedragingen die door de
wetgever strafbaar zijn gesteld en de wijze waarop de overheid en de rest van de maatschappij op deze
gedragingen reageren.
Als je als SJD-er met probleemjongeren gaat werken dan is het belangrijk dat je daar wat van afweet.
Bijv. de spreiding van criminaliteit over de stad, op de persoon van de misdadiger, op het slachtoffer
van criminaliteit. De SJD-er kijkt in referentiekader en bedenkt waar de criminaliteit vandaan komt.
BJZ, Reclassering, Halt, Slachtofferhulp, etc.
2.Criminaliseren is gedrag een strafbaar karakter geven.
Vroeger bleven bepaalde gedragingen “ongestraft” zoals verkrachtingen binnen een huwelijk. Ook de
ontwikkelingen m.b.t. huiselijk geweld en bijv. de wet tijdelijk huisverbod. Nieuwe feiten binnen de
werking van het strafrecht noemen we ‘criminaliseren’.
Decriminaliseren: iets wat strafbaar is, wordt niet meer strafbaar. Bijv. overspel, harder rijden, abortus,
bordeel verbod.
3. Nee, want niemand heeft het recht om “meer” van je af te nemen dan jij misschien wel hebt
gedaan. Evenredigheid.
Oog om oog, tand om tand principe (docent): de straf die iemand moet krijgen, in verhouding moet
staan met het aangedane onrecht.
4. De beweging van de klassiek school legde vooral de nadruk op het feit dat het individu met rede
begaafd was en dus bekwaam om het eigen lot in de handen te nemen en hiervoor
verantwoordelijkheid te dragen. Vrije wil en rationaliteit waren sleutelwoorden
(docent): Zij zien de mens als een denkend wezen die zelfs beslissingen neemt, in vrije wil.
Klassieke school: Beccaria en Bentham.
5. De uitgangspunten van filosoof Beccaria zijn:
De individu moet zo min mogelijk worden gehinderd door het recht
Rechten van de aangeklaagde moeten in elk stadium van het proces beschermd worden door
het recht.
De ernst van de misdrijf wordt bepaald door de schade die een ander is aangedaan.
De wetgevende macht moet misdaden definiëren en van te voren bepalen welke straf op
welke misdrijf wordt gesteld. (nulla poena beginsel)
Straffen moeten in verhouding staan tot het gepleegde misdrijf (proportionaliteitsbeginsel).
Straffen zijn onrechtvaardig als deze zwaarder zijn om afschrikking te bewerkstellingen.
Excessieve straffen zijn inefficiënt, omdat ze kunnen toe leiden tot toename misdaad.