Paragraaf 15.2
Principes groene energie:
- Veiliger
- Minder grondstoffen en energie gebruiken
- Zoveel mogelijk gebruik maken van energie en grondstoffen die duurzaam zijn
- Minder vervuiling geven
Atoomeconomie:
Als je een product maakt, wil je zo min mogelijk bijproducten. Dat kan je aangeven met een
percentage. Dat doe je door je gewenste product te delen door je beginstoffen, zie hieronder:
Alleen naar de atoomeconomie kijken is echter niet voldoende. Je moet ook kijken naar het
rendement. Niet alle beginstoffen zijn even zuiver, er komen andere reacties bij kijken en sommige
reacties zijn evenwichtsreacties. Zie hieronder:
De theoretische opbrengst is de massa van het product die volgens een kloppende
reactievergelijking ontstaat. De praktisch opbrengst is de massa van het product, zoals hij in
bepaalde synthese in een chemische fabriek wordt gevormd.
Als er meerdere reacties na elkaar verlopen, moet je de rendementen met elkaar vermenigvuldigen.
Voorbeeld: rendement van 67%, 75% en 55% = 0,65 x 0,75 x 0,55 = 0,27 = 27%
E-factor:
Hierbij wordt de informatie van de atoomeconomie en het rendement gecombineerd. De E-factor is
de maat voor de hoeveelheid afval die ontstaat bij een productieproces. Het is een handig
hulpmiddel om efficiëntie van verschillende processen te vergelijken
Als de atoomeconomie 100% en het rendement is ook 100%, dan is er geen afval en is de E-factor = 0
Zie voorbeeld op pagina 10!
Q-factor
Je moet ook niet alleen kijken naar de hoeveelheid van het afval, maar ook naar het soort afval.
Daarom is er de Q-factor.