1. Sociale Hygiëne
Dat mensen rekening met elkaar houden en respect hebben voor elkaars lichamelijke en geestelijke
gezondheid.
Het doel van sociale hygiëne is de veiligheid, gezondheid en het welzijn van gasten en werknemers
beschermen.
Normen = richtlijnen voor je gedrag in sociale situaties.
o Geschreven regels (wetten en verordeningen)
o Ongeschreven regels (fatsoensnormen)
Waarden = dingen die je waardevol vindt om na te leven (bijv. Eerlijk zijn).
Moraal = gezamenlijke normen en waarden binnen een gemeenschap.
o Moreel gedrag = iemand die zich aan de normen hout.
o Immoreel gedrag = iemand die zich niet aan de normen houdt.
o Ethiek = wat is moreel en wat is immoreel gedrag.
Sociaal gedraag = elkaar respecteren op basis van normen en waarden.
Drank- & horecawet
Besluit kennis en inzicht sociale hygiëne drank- en horecawet; wat leidinggevenden moeten kennen en kunnen.
Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet); de veiligheid en gezondheid van werknemers beschermen.
o Risico-inventarisatie en –evaluatie (RI&E); een overzicht van de mogelijke risico’s en gevaren voor de
gezondheid en veiligheid van werknemers en hoe je deze kunt beperken.
- Evalueer de mogelijk risico’s
- Plan om het risico te vorkomen
- Stel vast of het plan aan de wettelijke eisen voldoet
Wetboek van strafrecht
Wegenverkeerswet
Verantwoordelijkheden van leidinggevenden:
- Zorgen voor een veilige en gezonde werkomgeving
o Antislip laag in de keuken
o Ruimtes goed ventileren
o Gehoorbeschermers
o Coaching en scholing
- Voorlichting geven (informatie)
o Door uitleg te geven
o Door medewerkers folders, handleidingen of lesmateriaal te laten lezen
- Instructie geven (opdracht geven)
o Demonstreren
o Met elkaar laten oefenen
o Filmmateriaal
o Gerichte trainingen
- Toezicht houden
- Werkoverleg voeren
o Om het werkresultaat, de samenwerking en de arbeidsomstandigheden te verbeteren
o Moet regelmatig plaatsvinden
o Agenda met te bespreken onderwerpen
o Medewerkers mogen zelf onderwerpen voorstellen
o Voorbespreking (briefing)
o Nabespreken (debriefing)
Bedrijfssoorten:
- Logiesverstrekkende bedrijven (hotels, motels, pensions)
, - Voedselverstrekkende bedrijven (restaurants, lunchrooms, snackbars)
- Drankverstrekkende bedrijven (cafés, discotheken, koffiebars)
Doelgroepen:
Op basis van doel, levensfase en inkomen.
- Zakelijke gasten; rustige plek geen afleiding. Kunnen haast hebben.
- Toeristische gasten; taalbarrière en cultuurverschillen. Neem de tijd.
- Recreatieve gasten; bezoeken voor plezier.
- Scholieren; vaak onder de 18 jaar. Zullen proberen alcohol te kopen. Populaire muziek en een laag
budget.
- Studenten; sociale contacten opdoen. Beperkt budget. Zoeken grenzen op.
- Tweeverdieners; waarderen luxe en comfort. Prijs is geen belangrijke factor.
- Ouders met kinderen; behoefte aan extra voorzieningen.
- Senioren; behoefte aan kwaliteit en comfort. Verwachten een formelere, vlekkeloze bediening
met veel tijd en aandacht.
- Theaterbezoekers; snelle service.
Bedrijfsformule; hoe het bedrijf zich in de markt zet en welke doelgroep. (6P’s)
o Plaats (locatie, omgeving en concurrentie)
o Product (eten, drinken, overnachten, service)
o Prijs
o Personeel
o Presentatie
o Promotie
Gastvrijheidsformule; welke gastvrijheid biedt je.
o Product (goederen, diensten)
o Gedrag (medewerkers, gasten, leidinggevenden)
o Omgeving (interieur, exterieur)
Doelgrippenbeleid
Hoe je de gasten van jouw doelgroep werft en weert.
Gericht promoten
Drankvertrekkende bedrijven:
- Drankverstrekkend voor directe consumptie
- Drankverstrekkend voor thuisgebruik slijterijen
Bedrijfsformule voor slijterijen heet winkelformule (extra P: fysieke distributie).
Vier soorten bedrijven:
- Slijterketens; veel vestigingen over het land, dezelfde naam en winkelformule
- Zelfstandige slijters/franchisegevers; veel concurrentie
- Levensmiddelenhandel; supermarkten borrelshop
- Speciaalzaken in gedistilleerd/bier/wijn; nadeel is dat je een grote voorraad moet hebben en dus
een grote opslag, kost veel geld.
Bij een keten is het moederbedrijf de eigenaar, en bij een franchise is het de zelfstandig ondernemer.
Sociaal-hygiënisch beleid gaat over welke dingen je afspreekt en doet om de doelstellingen voor sociale
hygiëne te bereiken.
- Doelgroepenbeleid; het werven en weren van bepaalde doelgroepen
- Personeelsbeleid; het selecteren van de juiste werknemers
- Deurbeleid; toegangscriteria
- Handhavingsbeleid; regels op een goede en veilige manier handhaven
- Risicobeleid; risico’s voorkomen die de openbare orde verstoren
- Alcoholbeleid; alcoholmisbruik voorkomen
- Drugsbeleid; drugsgebruik en –handel voorkomen
- Rookbeleid; roken te voorkomen
- Gokbeleid; problemen rond gokken voorkomen