Basaalstofwisseling= a + (b x lichaamsgewicht)
Het antwoord is in mJ dus omrekenen naar kJ en dan omrekenen naar kCal.
De basaalstofwisseling is het energieverbruik van personen in rust. Deze stofwisseling is nodig voor
levensprocessen zoals ademhalen en op temperatuur blijven. In rust betekent liggend in een
aangename omgevingstemperatuur (ongeveer 22 graden) met een lege maag.
De basaalstofwisseling is belangrijk om te bepalen hoeveel energie iemand per dag nodig heeft. De
basaalstofwisseling zorgt voor 2/3 van het dagelijkse energieverbruik en is afhankelijk van:
- Geslacht ( mannen hebben een hogere stofwisseling dan vrouwen)
- Leeftijd ( jongeren hebben een hogere stofwisseling dan ouderen)
- Gewicht Dikke mensen hebben een hogere stofwisseling dan slanke mensen
Omrekenen Kcalorieën en Joules:
1 kilocalorie= 4,1868 kJ
Dus 2000 kCal= 8.374 kJ (2000 x 4,1868)
Dus 10.467 kJ= 2.500 kCal (10.467 : 4,1868)
Voedingsmiddel= alles wat gegeten en gedronken wordt.
Voedingstof= stof in onze voeding die we nodig hebben om gezond te blijven.
Spijsvertering= het proces waarbij je eten in je ingewanden wordt omgezet in nuttige stoffen voor je
lichaam.
Stofwisseling= het proces waarbij in de cel de ene stof wordt omgezet in de andere.
De hoeveelheid energie in een voedingsmiddel hangt af van de hoeveelheid vetten, koolhydraten,
eiwitten en alcohol. Water, vitamines en mineralen leveren geen calorieën, vezels heel weinig.
1 gram vet levert 9 kcal
1 gram koolhydraten levert 4 kcal
1 gram eiwit levert 4 kcal
1 gram alcohol levert 7 kcal
Voor het gewicht maakt het geen verschil welke voedingstoffen de calorieën leveren, elke calorie
telt.
Wel heeft iedere voedingsstof een eigen invloed op het mechanisme van honger en verzadiging en
behandelt het lichaam ze verschillend.
Energiebalans= verhouding energie-inname en energieverbruik