Socrates:
- Scepticisme.
Socrates op het marktplein, stelt vraagtekens bij de gevestigde en vaak mythologische
opvattingen.
Misschien moet de conclusie zelfs zijn dat we helemaal niets weten en dat ook nooit
zullen doen.
- Verzette zich tegen de sofisten.
- Was op een zoektocht naar de waarheid.
- Moest de gifbeker drinken, vanwege het bederven van de jeugd.
- Meno; een slaaf die geen verstand had van wiskunde.
Plato:
- Rationalisme, Nativisme.
Rationalist; De bron van de kennis is de ratio.
Nativist:
Anamnèsis; Leren is herinneren.
Je doet nooit nieuwe kennis op. Plato geloofde in reïncarnatie.
Was een voorstander van ingeboren ideeën. Gaat ervan uit dat alle ideeën
ingeboren zijn!
- Oprichter van het lyceum, hier gaaf hij zijn studenten wandelend les.
- Plato reageert op Heraclitus:
Phanta rhei: Alles stroomt, alles verandert continu.
We kunnen enkel doxa verwerven en geen epistème.
- Plato’s allegorie van de grot.
Ideeën en vormen bestaan los van ons in een ideeënwereld. De ziel is verwant aan die
ideeën. Kennis verwerven is daarmee je de ideeën herinneren. Ideeën zijn onveranderlijk.
- Meno, het stukje van socrates;
Hieruit haalde Plato dat de slaaf de kennis zich weer herinnerde, maar dit was gewoon wat
Socrates de slaaf Meno leerde.
- Het algemene idee van een stoel is een bestaande entiteit in de Ideeënwereld.
Aristoteles:
- Empirisme (Met rationalistische elementen).
- Aristoteles’epistemologie:
Belangrijkste hierin is de zintuigelijke waarneming en daarom noemen we hem een empirist,
máár hij heeft wel rationalistische elementen zijn epistemologie.
- Deed géén experimenten.
Zijn methode was die van de observatie. Hij wilde iets leren van de natuur en dat kon niet als
je eerst zelf iets in de natuur zou veranderen. Door dingen te manipuleren gen men tegen de
natuur der dingen in en leerde men dus ook niets over die natuur.
Hierdoor stond in de Middeleeuwen zowel de filosofie als de wetenschap min of
meer stil.
- Verwerpt Plato’s twee-werelden theorie, er is slechts één wereld en die is met zintuigen
waar te nemen.
- Hij wijst ook de ingeboren ideeën van Plato af, want de mens is een tabula rasa.
- Verwerpt Plato’s idee van een stoel.
Aristoteles neemt alleen de concrete, individuele dingen (de individuele stoelen) waar.