Wetenschapsfilosofie voor psychologen.
Kirsten van Kessel.
Hoorcollege 1:
Inleiding en antieke filosofen.
D.104.
voor de wc’s: lees tekstjes, breng reader en boek mee.
Essay: telt voor 30% mee. 250 woorden. Soort krantenartikel. Inleven in de lezer.
Tentamen: telt voor 60% mee, 6 open vragen.
Smv van Complex niet goed.
Tentamentips!
- Maak een woordenlijst. Bij vraag 6 moet je een aantal begrippen uitleggen.
Wat is Filosofie?
Slide 20 t/m 27.
Antwoord (1): conceptueel onderzoek;
- Empirisch (wetenschappelijk) onderzoek levert een wetenschappelijk wereldbeeld.
- Normale wereldbeeld: manifest wereldbeeld.
- Filosofie: wat bedoel je met term / concept X? (X = “quark”, “God”, “leven”, “intelligentie”,
“psyche”….)
- Wat is de link tussen deze wereldbeelden?
Je gaat hierbij nadenken over je woorden. Je maakt een analyse van je woorden.
Antwoord (2): conceptuele verheldering;
- Net als bij de conceptuele analyse vraag je naar wat iemand met zijn concepten bedoelt.
- Maar je gaat een stap verder: je kijkt naar de wetenschap om de concepten bij te stellen
(wellicht levert de wetenschap kennis op die je niet krijgt door enkel conceptuele analyse).
Je doet hierbij een beroep op de wetenschap.
Antwoord (3): grondslagenonderzoek / geldigheidswetenschap;
- In de wetenschap gebruik je allerlei fundamentele concepten (zoals het concept van
‘causaliteit’)
- Meestal doe je dat zonder stil te staan bij die concepten.
- Maar zijn die concepten wel geldig? (Dus: is ‘causaliteit’ wel een geldig begrip?) (Je vraagt
naar de geldigheid van grondslagen). Oftewel begrijpen we dat begrip wel terecht om de
wereld te beschrijven?
Het gaat om de woorden en begrippen die je gebruikt. Gebruiken we dat begrip wel
terecht om de wereld te begrijpen?
Antwoord (4): perspectiefwisseling;
- Op de middelbare school wordt het vak filosofie onder andere gepresenteerd als een training
in perspectiefwisseling.
Het gaat hierom het van wisselen van hoe je iets bekijkt. Je moet het ook van de andere
kant kunnen bekijken.
Kirsten van Kessel.
Hoorcollege 1:
Inleiding en antieke filosofen.
D.104.
voor de wc’s: lees tekstjes, breng reader en boek mee.
Essay: telt voor 30% mee. 250 woorden. Soort krantenartikel. Inleven in de lezer.
Tentamen: telt voor 60% mee, 6 open vragen.
Smv van Complex niet goed.
Tentamentips!
- Maak een woordenlijst. Bij vraag 6 moet je een aantal begrippen uitleggen.
Wat is Filosofie?
Slide 20 t/m 27.
Antwoord (1): conceptueel onderzoek;
- Empirisch (wetenschappelijk) onderzoek levert een wetenschappelijk wereldbeeld.
- Normale wereldbeeld: manifest wereldbeeld.
- Filosofie: wat bedoel je met term / concept X? (X = “quark”, “God”, “leven”, “intelligentie”,
“psyche”….)
- Wat is de link tussen deze wereldbeelden?
Je gaat hierbij nadenken over je woorden. Je maakt een analyse van je woorden.
Antwoord (2): conceptuele verheldering;
- Net als bij de conceptuele analyse vraag je naar wat iemand met zijn concepten bedoelt.
- Maar je gaat een stap verder: je kijkt naar de wetenschap om de concepten bij te stellen
(wellicht levert de wetenschap kennis op die je niet krijgt door enkel conceptuele analyse).
Je doet hierbij een beroep op de wetenschap.
Antwoord (3): grondslagenonderzoek / geldigheidswetenschap;
- In de wetenschap gebruik je allerlei fundamentele concepten (zoals het concept van
‘causaliteit’)
- Meestal doe je dat zonder stil te staan bij die concepten.
- Maar zijn die concepten wel geldig? (Dus: is ‘causaliteit’ wel een geldig begrip?) (Je vraagt
naar de geldigheid van grondslagen). Oftewel begrijpen we dat begrip wel terecht om de
wereld te beschrijven?
Het gaat om de woorden en begrippen die je gebruikt. Gebruiken we dat begrip wel
terecht om de wereld te begrijpen?
Antwoord (4): perspectiefwisseling;
- Op de middelbare school wordt het vak filosofie onder andere gepresenteerd als een training
in perspectiefwisseling.
Het gaat hierom het van wisselen van hoe je iets bekijkt. Je moet het ook van de andere
kant kunnen bekijken.