Aantekeningen instructie 1
Relatievermogensrecht: alles wat je samen kunt verkrijgen (kinderen, samenlevingscontract,
huwelijk, scheiden).
Erfrecht: wie heeft recht op wat? (Familieband).
Successiewet: waar moet je belasting over betalen over welke schenking en welke erfenis.
Samenlevingsvormen:
*Samenlevingscontract
*Geregistreerd partnerschap: zelfde als trouwen voordeel: kun je beëindigen, kun je
afspraken over maken (zonder rechter, vermits er geen kinderen zijn).
*Trouwen: voor de wet en voor de kerk.
Scheiding van tafel en bed: scheiden voor mensen die bijv. invloedrijk zijn. (M.b.t. geloof en
bijv. prins/prinses).
Voorwaarden huwelijk:
*Je mag maar met één iemand trouwen.
*Het mag geen bloedverwant zijn.
*Je moet 18 jaar of ouder zijn, of je moet toestemming hebben van je ouders.
*Je mag niet onder curatele staan.
*Wanneer er een kind geboren wordt is de man automatisch de vader.
Bij lesbiennes moet het kind erkent worden (door degene die niet de moeder is).
Voorwaarden geregistreerd partnerschap:
*Wanneer er een kind geboren wordt is de man automatisch de vader.
Bij lesbiennes moet het kind erkent worden (door degene die niet de moeder is).
*Verschil: je kunt zelf bepalen hoe je het beëindigt, er hoeft geen rechter tussen te komen.
Rechten en plichten:
*Verzorgingsplicht (zorgen dat je echtgenoot te eten heeft, kleding heeft en een schoon bed
heeft).
*Geld vrijmaken voor het voeren van de huishouding. (Hier valt onder: eten, kosten voor
onderdak, kleding, opleiding, hobby’s voor kinderen.)
*Aansprakelijkheid: op het moment dat je getrouwd en er zijn schulden m.b.t. de huishouding,
ben je beide aansprakelijk.
*Je hebt elkaar toestemming nodig voor bepaalde handelingen. Dit geldt voor het aangaan
van schulden, verkoop van inboedel, verkoop van echtelijke woning (woning waarin je samen
verblijft), hypotheek verhogen.
Draagplicht kosten huishouding:
*Het gezamenlijke inkomen van de echtgenoten.
Indien dit niet genoeg is:
Stap 1) De eigen inkomens naar evenredigheid (naar rato).
Stap 2) Het gemeenschappelijke vermogen.
Stap 3) Eigen vermogen naar evenredigheid.
Relatievermogensrecht: alles wat je samen kunt verkrijgen (kinderen, samenlevingscontract,
huwelijk, scheiden).
Erfrecht: wie heeft recht op wat? (Familieband).
Successiewet: waar moet je belasting over betalen over welke schenking en welke erfenis.
Samenlevingsvormen:
*Samenlevingscontract
*Geregistreerd partnerschap: zelfde als trouwen voordeel: kun je beëindigen, kun je
afspraken over maken (zonder rechter, vermits er geen kinderen zijn).
*Trouwen: voor de wet en voor de kerk.
Scheiding van tafel en bed: scheiden voor mensen die bijv. invloedrijk zijn. (M.b.t. geloof en
bijv. prins/prinses).
Voorwaarden huwelijk:
*Je mag maar met één iemand trouwen.
*Het mag geen bloedverwant zijn.
*Je moet 18 jaar of ouder zijn, of je moet toestemming hebben van je ouders.
*Je mag niet onder curatele staan.
*Wanneer er een kind geboren wordt is de man automatisch de vader.
Bij lesbiennes moet het kind erkent worden (door degene die niet de moeder is).
Voorwaarden geregistreerd partnerschap:
*Wanneer er een kind geboren wordt is de man automatisch de vader.
Bij lesbiennes moet het kind erkent worden (door degene die niet de moeder is).
*Verschil: je kunt zelf bepalen hoe je het beëindigt, er hoeft geen rechter tussen te komen.
Rechten en plichten:
*Verzorgingsplicht (zorgen dat je echtgenoot te eten heeft, kleding heeft en een schoon bed
heeft).
*Geld vrijmaken voor het voeren van de huishouding. (Hier valt onder: eten, kosten voor
onderdak, kleding, opleiding, hobby’s voor kinderen.)
*Aansprakelijkheid: op het moment dat je getrouwd en er zijn schulden m.b.t. de huishouding,
ben je beide aansprakelijk.
*Je hebt elkaar toestemming nodig voor bepaalde handelingen. Dit geldt voor het aangaan
van schulden, verkoop van inboedel, verkoop van echtelijke woning (woning waarin je samen
verblijft), hypotheek verhogen.
Draagplicht kosten huishouding:
*Het gezamenlijke inkomen van de echtgenoten.
Indien dit niet genoeg is:
Stap 1) De eigen inkomens naar evenredigheid (naar rato).
Stap 2) Het gemeenschappelijke vermogen.
Stap 3) Eigen vermogen naar evenredigheid.