2013
tijdvak 1
maandag 27 mei
13.30 - 16.30 uur
biologie
Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.
Dit examen bestaat uit 36 vragen.
Voor dit examen zijn maximaal 71 punten te behalen.
Voor elk vraagnummer staat hoeveel punten met een goed antwoord behaald
kunnen worden.
Als bij een open vraag een verklaring, uitleg of berekening vereist is, worden aan
het antwoord meestal geen punten toegekend als deze verklaring, uitleg of
berekening ontbreekt.
Geef niet meer antwoorden (redenen, voorbeelden e.d.) dan er worden gevraagd.
Als er bijvoorbeeld twee redenen worden gevraagd en je geeft meer dan twee
redenen, dan worden alleen de eerste twee in de beoordeling meegeteld.
VW-1018-a-13-1-o
, Tenzij anders vermeld, is er sprake van normale situaties en gezonde
organismen.
Lachspieren
Lachen doe je vaak als reactie op een grappige situatie of een grap. Maar
ook door het lezen van woorden als ‘lachen’ en ‘grappig’ worden de
lachspieren geprikkeld. Andersom blijkt dat spieren in de lachstand ervoor
zorgen dat je een situatie eerder als grappig beoordeelt. Bij lachtherapie,
met als doel stress te verminderen, wordt hiervan gebruikgemaakt.
De belangrijkste lachspier is de grote jukbeenspier Zygomaticus major
(zie afbeelding 1). Bij contractie van deze spier wordt de mondhoek
omhoog getrokken.
afbeelding 1
Zygomaticus major
Zygomaticus minor
Orbicularis oris
Depressor anguli
oris
In afbeelding 1 zijn nog drie andere spieren rond de mond benoemd.
2p 1 Welke van deze spieren is de antagonist van de grote jukbeenspier?
A de Zygomaticus minor
B de Orbicularis oris
C de Depressor anguli oris
VW-1018-a-13-1-o lees verder ►►►
, De sociaalpsychologen Foroni (Universiteit Utrecht) en Semin (Vrije
Universiteit Amsterdam) lieten proefpersonen werkwoorden en bijvoeglijke
naamwoorden lezen, die aan een positieve emotie (‘lachen’ of ‘blij’) of een
negatieve emotie (‘huilen’ of ‘verdrietig’) gerelateerd zijn. Tegelijkertijd
maten ze de veranderingen in de elektrische activiteit van de grote
jukbeenspieren. De resultaten van dit onderzoek zijn weergegeven in
afbeelding 2. Op tijdstip 0 kregen de proefpersonen een woord te zien.
afbeelding 2
elektro- 0,5
myografische
respons 0,4
( V)
0,3
0,2
0,1
0
-0,1
-0,2
0 0,25 0,50 0,75 1,00 1,25 1,50 1,75 2,00
tijd (s)
Legenda:
positieve werkwoorden
positieve bijvoeglijke naamwoorden
negatieve werkwoorden
negatieve bijvoeglijke naamwoorden
Uit het onderzoek blijkt dat na het lezen van positieve werkwoorden en
positieve bijvoeglijke naamwoorden de activiteit van de grote jukbeenspier
groter wordt.
1p 2 Geef nog een conclusie die je op basis van het onderzoek ten aanzien
van de positieve woorden kunt trekken.
De grote jukbeenspier bestaat uit een bepaald type spierweefsel.
Enkele kenmerken van spierweefsels zijn:
1 de spiercellen zijn met elkaar versmolten tot spiervezels;
2 de spiervezels hebben vertakkingen;
3 onder de microscoop zijn dwarsbanden zichtbaar.
2p 3 Welke van deze kenmerken zijn van toepassing op het spierweefsel van
een jukbeenspier?
A alleen 1 en 2
B alleen 1 en 3
C alleen 2 en 3
D 1, 2 en 3
VW-1018-a-13-1-o lees verder ►►►
, Als je langdurig de slappe lach krijgt, kan er een zuurstoftekort ontstaan in
de lachspieren. Dankzij de vorming van melkzuur kan ATP uit de
glycolyse gebruikt worden door de spieren om, ondanks het
zuurstoftekort, samen te trekken.
2p 4 Welk proces maakt in deze situatie de vorming van ATP mogelijk?
+
A Het tekort aan NAD wordt aangevuld door reductie van melkzuur.
+
B Het tekort aan NAD wordt aangevuld door reductie van
pyrodruivenzuur.
+
C Het tekort aan NADH,H wordt aangevuld door oxidatie van melkzuur.
+
D Het tekort aan NADH,H wordt aangevuld door oxidatie van
pyrodruivenzuur
Verzuring van spieren kan de zuurstofafgifte vanuit het bloed stimuleren.
Hiervoor worden twee verklaringen gegeven:
1 Bij verzuring van het bloed verschuift het evenwicht Hb + O2 HbO2
naar links;
2 Door een lage pH van het bloed stijgt de ademfrequentie waardoor er
meer zuurstof wordt aangevoerd.
2p 5 Welke van deze verklaringen is of welke zijn juist?
A geen van beide
B alleen 1
C alleen 2
D beide
De slogan ‘Lach en je bent blij’ vormt de basis van lachtherapie. Daarbij
ga je heel bewust lachen met als doel je goed te voelen.
2p 6 In welk gebied in de grote hersenen ontstaan de impulsen die de
lachspieren aansturen?
In welk gebied in de grote hersenen eindigen impulsbanen die
registreren dat je aan het lachen bent?
VW-1018-a-13-1-o lees verder ►►►