2013
tijdvak 1
dinsdag 21 mei
13.30 - 15.30 uur
biologie CSE GL en TL
Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage.
Dit examen bestaat uit 50 vragen.
Voor dit examen zijn maximaal 60 punten te behalen.
Voor elk vraagnummer staat hoeveel punten met een goed antwoord behaald
kunnen worden.
GT-0191-a-13-1-o
, Meerkeuzevragen
Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op.
Tenzij anders vermeld, is er sprake van normale situaties en gezonde
organismen.
Tulpen
2p 1 Nederland staat bekend om de bollenvelden met tulpen.
In de afbeelding zie je een tulp.
De letters Q en R geven voortplantingsorganen van de tulp aan.
Geef de namen van Q en van R.
Schrijf je antwoord zó op:
Q = ...............................
R = ...............................
GT-0191-a-13-1-o lees verder ►►►
, De watergentiaan
zaad (5x)
De watergentiaan is een overblijvende waterplant die ’s zomers bloeit.
Vlak boven en onder de bodem groeit een lange wortelstok waaruit steeds
nieuwe planten groeien. De bladeren drijven op het water en worden
meestal niet groter dan tien centimeter. De gele bloemen steken boven
water uit en produceren nectar. De zaden worden verspreid door
watervogels.
1p 2 Wat is de functie van de nectar die in de bloemen wordt gemaakt?
1p 3 De watergentiaan heeft bladeren die op het water drijven.
Waar zitten de huidmondjes bij zulke bladeren?
A alleen aan de bovenzijde van het blad
B alleen aan de onderzijde van het blad
C aan beide zijden van het blad
1p 4 In de afbeelding kun je zien dat op de buitenkant van een zaadje
stekeltjes zitten.
Leg uit hoe deze stekeltjes helpen bij het verspreiden van de zaden.
1p 5 De watergentiaan plant zich voort door wortelstokken en door zaden.
Op de uitwerkbijlage staan deze manieren van voortplanting in een
schema.
Geef bij elke manier met een kruisje aan of het geslachtelijke of
ongeslachtelijke voortplanting is.
GT-0191-a-13-1-o lees verder ►►►
, De druipzakpijp en de kleine heremietkreeft
In Nederland komen planten en dieren voor die er vroeger niet waren.
Twee van zulke soorten zijn de druipzakpijp en de kleine heremietkreeft.
Beide diersoorten leven op de zeebodem. De druipzakpijp is een
sponzensoort die geelwitte kolonies vormt. De kleine heremietkreeft kruipt
meestal in een lege schelp (zie de afbeeldingen).
druipzakpijp kleine heremietkteeft
In het diagram zie je hoe de populaties van beide soorten in grootte
veranderen door de jaren heen.
800
populatiegrootte
(% van het aantal
in 2000)
600
400
200
0
1990 1995 2000 2005 2010
jaar
Legenda:
kleine heremietkreeft
druipzakpijp
GT-0191-a-13-1-o lees verder ►►►