2012
tijdvak 1
dinsdag 29 mei
13.30 - 15.30 uur
biologie CSE GL en TL
Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage.
Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen.
Dit examen bestaat uit 50 vragen.
Voor dit examen zijn maximaal 65 punten te behalen.
Voor elk vraagnummer staat hoeveel punten met een goed antwoord behaald kunnen
worden.
GT-0191-a-12-1-o
, Meerkeuzevragen
Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op.
Tenzij anders vermeld, is er sprake van normale situaties en gezonde
organismen.
PCD
PCD is de afkorting van de naam van een erfelijke ziekte. Bij iemand met PCD
kunnen de trilharen in de luchtwegen het slijm niet goed afvoeren.
1p 1 Geef de naam van een deel van de luchtwegen waarin zich trilharen bevinden.
1p 2 Om het opgehoopte slijm uit de luchtwegen te verwijderen moet iemand met
PCD vaak hoesten.
Verandert de inhoud van de borstkas als je hoest?
A nee
B Ja, de inhoud van de borstkas wordt groter.
C Ja, de inhoud van de borstkas wordt kleiner.
1p 3 Bij veel mannen met PCD komt ook een afwijking aan de zaadcellen voor. Door
de ziekte bewegen dan de zweepharen van de zaadcellen niet goed. Daardoor
zwemmen de zaadcellen minder goed.
Leg uit waardoor dit een verminderde vruchtbaarheid tot gevolg heeft.
GT-0191-a-12-1-o 2 lees verder ►►►
,1p 4 Bij de helft van de mensen met PCD komt een verkeerde ligging van organen in
borst- en buikholte voor. Organen die normaal links liggen, bevinden zich dan
rechts en omgekeerd. Dit noemt men een ‘gespiegelde’ ligging van de organen.
In de afbeelding wordt de romp weergegeven, van voren gezien. Vier plaatsen
zijn met een letter aangegeven.
Welke letter geeft de plaats aan waar de lever ligt bij iemand met een
gespiegelde ligging van de organen?
A letter Q
B letter R
C letter S
D letter T
GT-0191-a-12-1-o 3 lees verder ►►►
, Het Markermeer
2p 5 Het Markermeer is een ondiepe zoetwaterplas die deel uitmaakt van het
IJsselmeer. Van het voedsel in het meer leven honderdduizenden vogels.
Er zijn verschillende manieren waarop vogels voedsel uit het water opnemen.
Drie van zulke manieren worden genoemd in het schema op de uitwerkbijlage.
In de afbeelding worden drie koppen van vogels weergegeven. Uit de vorm van
de snavel kan afgeleid worden op welke manier elke vogel voedsel opneemt.
Op welke manier neemt elke vogel zijn voedsel op? Geef je antwoord door
de letters Q, R en S op de juiste plaats in te vullen in het schema op de
uitwerkbijlage.
In het Markermeer leven veel schelpdieren, zoals mosselen. Mosselen zeven
voedseldeeltjes uit het water, bijvoorbeeld kleine plantjes zoals algen.
Kuifeenden voeden zich met mosselen, die ze met schelp en al naar binnen
werken.
Er leven ook veel vissen, bijvoorbeeld brasems. Brasems voeden zich onder
andere met insectenlarven, die weer van algen leven.
2p 6 In de informatie hierboven worden verschillende organismen genoemd.
Schrijf een voedselketen op met drie van die organismen.
2p 7 Een mossel weegt gemiddeld zes gram. Slechts 5% hiervan bestaat uit
‘mosselvlees’, de rest is schelpmateriaal.
Een kuifeend eet per dag 120 gram ‘mosselvlees’.
Hoeveel mosselen moet een kuifeend gemiddeld eten om deze hoeveelheid
‘mosselvlees’ binnen te krijgen? Leg je antwoord uit met een berekening.
GT-0191-a-12-1-o 4 lees verder ►►►