2008
tijdvak 1
woensdag 21 mei
13.30 - 16.30 uur
biologie 1,2
Dit examen bestaat uit 37 vragen.
Voor dit examen zijn maximaal 71 punten te behalen.
Voor elk vraagnummer staat hoeveel punten met een goed antwoord behaald kunnen
worden.
Als bij een open vraag een verklaring, uitleg of berekening vereist is, worden aan het
antwoord meestal geen punten toegekend als deze verklaring, uitleg of berekening
ontbreekt.
Geef niet meer antwoorden (redenen, voorbeelden e.d.) dan er worden gevraagd. Als er
bijvoorbeeld twee redenen worden gevraagd en je geeft meer dan twee redenen, dan
worden alleen de eerste twee in de beoordeling meegeteld.
800025-1-026o
, Tenzij anders vermeld, is er sprake van natuurlijke situaties en gezonde
organismen.
Forel in Nieuw-Zeeland
Vanwege de uitdaging die hij vormt voor sportvissers, werd in 1867 de beekforel
(Salmo trutta) vanuit Engeland in de Nieuw-Zeelandse viswateren
geïntroduceerd.
Deze beekforel heeft zich op eigen kracht verspreid over een aantal beken,
rivieren en meren. Daarbij verdwenen inheemse vissen van het genus Galaxias.
Om te bepalen wat de invloed van deze introductie op Nieuw-Zeelandse
ongewervelden is, werd een ecologisch onderzoek gedaan in beken met
beekforel en in beken met de inheemse Galaxias. Zowel de beekforel als
Galaxias eten nymfen (larven) van eendagsvliegen van het genus Deleatidium.
Deze nymfen begrazen microscopisch kleine algen op de stenen bedding van de
beek, maar kunnen zich tussen de keien verschuilen.
In drie proefopstellingen werden de grazende nymfen geteld op een bedding met
keien in respectievelijk stromend water zonder vis (1), stromend water met
Galaxias vissen (2) en stromend water met beekforellen (3). Het aantal
Deleatidium nymfen was bij aanvang in alle drie proefopstellingen gelijk en de
vissen konden niet bij de nymfen komen.
In onderstaand diagram zijn de resultaten van dit experiment weergegeven.
12
gemiddelde
aantal zichtbare
Deleatidium
nymfen per
8
oppervlakte-
eenheid
4
0
1 2 3
water water met water met
Galaxias beekforellen
vissen
2p 1 Welke twee conclusies kun je trekken uit de resultaten van het hierboven
beschreven experiment?
In de Taieri-rivier (Nieuw-Zeeland) werden 198 plaatsen uitgezocht en in vier
typen ingedeeld op grond van de aan- of afwezigheid van de beide vissoorten:
geen van beide aanwezig, alleen beekforel aanwezig, alleen Galaxias aanwezig
of zowel beekforel als Galaxias aanwezig. Van elke plek werd een drietal
800025-1-026o 2 lees verder ►►►
, gegevens verzameld, waarna van elk gegeven de gemiddelde waarde werd
bepaald. In de tabel staan deze gegevens.
aantal hoogte
aantal % van de bedding
typering watervallen (m boven de
plaatsen bedekt met keien
stroomafwaarts zeespiegel)
geen van beide
54 4,37 339 15,8
vissoorten aanwezig
alleen beekforel
71 0,42 324 18,9
aanwezig
alleen Galaxias
64 12,3 567 22,1
aanwezig
zowel beekforel als
9 0,0 481 46,7
Galaxias aanwezig
Het voorkomen van de beekforel en van Galaxias op bepaalde plaatsen (zie
tabel) wijst op een verschil in het gedrag van deze vissen.
1p 2 Welk verschil in het gedrag van de beekforel en dat van Galaxias heeft als
gevolg dat ze op verschillende plaatsen voorkomen?
Nader onderzoek werd gedaan naar indirecte effecten van de beekforel op het
ecosysteem in de Nieuw-Zeelandse wateren. Daartoe werden twee gebieden in
de Taieri-rivier met fysisch-chemisch gelijke omstandigheden bestudeerd. In het
ene gebied leefde als enige vis Galaxias, in het andere gebied als enige vis de
beekforel.
De netto productie aan algen, ongewervelden (zoals Deleatidium nymfen) en vis
werd bepaald. Ook werd bepaald de hoeveelheid biomassa aan algen en
ongewervelden die door het volgende trofische niveau werd geconsumeerd. De
resultaten zijn in onderstaande staafdiagrammen weergegeven.
biomassa 300 12 2,0
(g drooggewicht
per m2 per jaar)
250 10
1,5
200 8
150 6 1,0
100 4
0,5
50 2
0 0 0,0
G B G B G B
1 algen 2 ongewervelden 3 vis
Legenda:
netto productie consumptie
G = water met alleen Galaxias B = water met alleen beekforel
2p 3 − Hoe groot is de consumptie aan ongewervelden in water met beekforel
(per m2 per jaar) en hoe groot is daar de netto productie (per m2 per jaar)
aan beekforel?
− Geef een verklaring voor het verschil.
800025-1-026o 3 lees verder ►►►
, Hemodialyse
Slecht functionerende nieren zijn levensbedreigend. Hemodialyse biedt in die
situatie vaak uitkomst doordat deze behandeling een aantal functies van de nier
geheel of gedeeltelijk kan vervangen. Een nierpatiënt wordt daartoe gemiddeld
drie maal per week gedurende een aantal uren aan het dialyseapparaat
aangesloten. Hemodialyse is bedoeld als een tijdelijke behandeling ter
overbrugging van de tijd totdat een donornier ter beschikking komt.
De samenstelling van de dialysevloeistof en de snelheid van bloedstroom en
dialysevloeistof zijn zo ingesteld dat de netto verplaatsing van stoffen door het
membraan zoveel mogelijk lijkt op het resultaat van de transportprocessen door
de wand van het nierkanaaltje van een gezonde nier.
In onderstaande tabel is de samenstelling gegeven van het bloedplasma van
een persoon met gezonde nieren, van de verse dialysevloeistof en van het
bloedplasma van een nierpatiënt.
bloedplasma verse bloedplasma
gezond persoon dialysevloeistof nierpatiënt
(vóór dialyse)
electrolyten (mEq L -1)
Na + 142 133 142
K+ 5 1.0 7
2+
Ca 3 3.0 2
2+
Mg 1.5 1.5 1.5
-
Cl 107 105 107
HCO 3- 24 35.7 14
melkzuur 1.2 1.2 1.2
HPO 42- 3 0 9
urinezuur 0.3 0 2
SO 42- 0.5 0 3
-1
niet-electrolyten (mg dL )
glucose 100 125 100
ureum 26 0 200
creatinine 1 0 6
Een aantal stoffen komt in de verse dialysevloeistof niet voor, andere stoffen
juist in een hogere concentratie dan in het bloedplasma van een gezond
persoon.
2p 4 Leg uit waarom sommige stoffen, die wel in het bloedplasma voorkomen, in de
verse dialysevloeistof (zie tabel) ontbreken.
800025-1-026o 4 lees verder ►►►