Examen VWO
20
biologie 1,2
Voorbereidend
Wetenschappelijk
Onderwijs
Tijdvak 1
Donderdag 2 juni
13.30 – 16.30 uur
Als bij een open vraag een verklaring, uitleg
of berekening vereist is, worden aan het
antwoord meestal geen punten toegekend als
deze verklaring, uitleg of berekening
ontbreekt.
Voor dit examen zijn maximaal 75 punten te
behalen; het examen bestaat uit 39 vragen. Geef niet meer antwoorden (redenen,
Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel voorbeelden e.d.) dan er worden gevraagd.
punten met een goed antwoord behaald kunnen Als er bijvoorbeeld twee redenen worden
worden. gevraagd en je geeft meer dan twee redenen,
Voor de uitwerking van de vragen 4, 7, 22 en 32 dan worden alleen de eerste twee in de
is een uitwerkbijlage toegevoegd. beoordeling meegeteld.
500018-1-22o Begin
, Tenzij anders vermeld, is er sprake van normale situaties en gezonde organismen.
Integratie
In afbeelding 1 is schematisch de regulatie van een aantal animale en vegetatieve functies
bij de mens weergegeven. Al deze functies spelen een rol bij het constant houden van het
inwendig milieu. Met pijlen is aangegeven waar overdracht van informatie en transport van
stoffen plaatsvindt. Dit schema is opgezet rond een enkele cel.
afbeelding 1 ANIMALE FUNCTIES
uitwisseling van informatie
uitwendig
milieu
prikkels (zintuigen) gedrag (spieren)
WAARNEMING BEWEGING
animale integratie
(animale
animale zenuwstelsel
zenuwstelsel)
vegetatieve integratie water- en
(vegetatieve zenuwstelsel
O2 en hormoonstelsel) zoutopname
(darm)
S
P
CEL WATER
Q
ademhaling
(longen)
GAS R EN
ZOUTEN
inwendig milieu
CO2
bloeds- (nier, huid)
uitscheiding
omloop (lever)
warmte-afgifte (huid)
en kinetische energie ENERGIE BOUWSTOF
(spieren)
voedselopname (darm)
uitwisseling van stoffen
VEGETATIEVE FUNCTIES
bewerkt naar: J.A. Bernards en L.N. Bouman, Fysiologie van de mens, Utrecht, 1994,
figuur 1-1
In het schema is onder andere sprake van vegetatieve integratie.
2p 1 Noem het onderdeel van de hersenen en noem het daarmee verbonden orgaan van het
hormoonstelsel die bij deze integratie betrokken zijn.
500018-1-22o 2 Lees verder
, Met de pijlen P, Q en R in afbeelding 1 zijn processen aangegeven die betrekking hebben
op het transport van zuurstof.
Enkele veranderingen die zich kunnen voordoen zijn:
1 toename van de pCO2 in het bloed;
2 verlaging van de bloeddruk;
3 daling van de pH in het bloed.
2p 2 Door welke van deze veranderingen wordt het transport van zuurstof aangeduid met pijlen
Q en R, bevorderd?
A alleen door 1
B alleen door 2
C alleen door 1 en 2
D alleen door 1 en 3
E alleen door 2 en 3
F door 1, 2 en 3
In afbeelding 1 is een bepaald segment met ’inwendig milieu’ aangeduid. In dit segment
bevindt zich een vloeistof.
1p 3 Hoe wordt deze vloeistof genoemd?
De intensiteit van de werking van verschillende organen wordt voortdurend gecoördineerd.
Na een maaltijd verandert niet alleen de activiteit van de organen van het verteringsstelsel,
maar ook die van het ademhalingsstelsel en die van de totale bloedsomloop.
In de uitwerkbijlage zijn het vegetatieve zenuwstelsel en drie organen in een schema
weergegeven.
3p 4 Geef aan welke regulatie plaatsvindt ten aanzien van het spierweefsel van deze organen bij
een persoon in rust, vlak na een maaltijd. Doe dit als volgt:
- Teken drie pijlen die aangeven dat de activiteit van deze organen via zenuwbanen
geregeld wordt.
- Geef bij elk van de drie pijlen aan of het parasympatische (P) of orthosympatische (O)
zenuwen betreft die dan actief zijn.
- Geef door middel van een plusteken of minteken bij elke pijl aan of de activiteit van het
spierweefsel van het orgaan gestimuleerd dan wel geremd wordt.
In afbeelding 1 is met verschillende pijlen de opname en afgifte van stoffen tussen een cel
en het inwendige milieu weergegeven. Transport van stoffen kan plaatsvinden door:
1 actief transport;
2 diffusie;
3 osmose.
2p 5 Door welke van deze transportprocessen kan de cel stoffen opnemen en/of afgeven zoals
aangegeven met de pijlen in afbeelding 1?
A alleen door 1 en 2
B alleen door 1 en 3
C alleen door 2 en 3
D door 1, 2 en 3
500018-1-22o 3 Lees verder
, Regulatie bloeddruk
De nieren spelen een rol bij de regulatie van de bloeddruk. Het JGA (Juxta Glomerulaire
Apparaat), voor een deel gelegen in de wand van de aanvoerende slagadertjes naar de
glomeruli, bevat receptoren die voortdurend veranderingen van de bloeddruk registreren
(zie afbeelding 2). Bij een daling van de bloeddruk produceren cellen in het JGA renine, dat
aan het bloed wordt afgegeven. Renine is een enzym dat een belangrijke rol speelt bij de
regulatie van de bloeddruk.
afbeelding 2
JGA
bewerkt naar: N.A. Campbell e.a., Biology, Menlo Park, California, 1999, 888
De cellen die renine produceren, hebben een goed ontwikkeld Golgi-systeem.
1p 6 Wat is de functie van het Golgi-systeem in de cellen in het JGA?
500018-1-22o 4 Lees verder