Samenvatting:
Artikel 5: Effectieve didactiek (pp. 27-37).
De drie kenmerken van de expert-leerkracht.
1. Gepassioneerd en bevlogen:
-Heeft interesse in zijn vak.
-Besteedt aandacht aan relatie met én tussen leerlingen.
-Vinden het leuk om te leren.
2. Beschikken over de juiste mentale instelling:
-Weten hoe ze doelen moeten bereiken.
-Motiveren leerlingen; hoe bereik je je doel?
-Nodigen bijv. succesvolle oud-leerlingen om huidige leerlingen te motiveren.
3. Beschikken over het juiste denkkader:
-kunnen zich naar leerlingpositie verplaatsen.
Bijv. aan leerling vragen of de leerling het aan de docent –in leerlingrol- kan uitleggen.
-Snappen hoe leerlingen denken.
Piramide met 4 lagen leerkrachtinterventies:
Lagen van de piramide hebben invloed op elkaar.
-Gericht op zelfregulering?
-Dan moet docent ook de lagen “omgaan met verschillen”, “effectieve didactiek” en orde en
klassenorganisatie hierop aanpassen, zodat zelfregulerend leren wordt gestimuleerd.
Gedragsindicatoren van Van der Grift; koppeling met de leerkrachtinterventiepiramide:
Zelfregulatie: Omgaan met verschillen:
-Aanmoedigen om lln. kritisch te laten denken. -Lesstofverwerking op lln. afstemmen.
-Lln. aanmoedigen om zelf met -Instructievormen op lln. afstemmen.
probleemoplossingen te komen. -Geef zwakkere lln. meer tijd.
Effectieve didactiek: Orde en klassenmanagement:
-Interactieve instructie- en werkvormen gebruiken. -Ordelijke leeromgeving en verloop creëren.
-Lln. hardop laten denken. -Duidelijke uitleg geven.
-Nagaan of lln. uitleg begrepen hebben. -Wederzijds respect creëren.
-Leertijd efficiënt benutten.