Probleem 7
Reductionisme
BEM EN DE JONG, 2013
HOCHSTEIN, 2016
CHEMERO, 2007
CLARK EN CHALMERS, 1998
Vignet: link tussen brein en geest
Wat is reductionisme?
Reductionisme is de visie dat alle fenomenen uiteindelijk terugleiden naar iets als basisfysica.
Binnen de filosofie zijn twee aspecten van het reductionisme relevant:
De dingen die we zien zijn ophopingen van basiselementen.
Reductie van theorieën, misschien kunnen uiteindelijk alle theorieën wel gevangen worden in één
wetenschap of theorie.
Bij reductie volg je de lijn van waaromvragen over alledaagse fenomenen naar basisfysica. Het idee
is dat alle lijnen van vragen dan uiteindelijk naar hetzelfde fenomeen zullen leiden naar een soort
eindtheorie (die bestaat nog niet natuurlijk). Dit heet de complexiteitsaanname: complexe dingen
kunnen begrepen worden door ze op te breken in basiselementen. Ten grondslag aan het
reductionisme ligt het fysicalisme: het idee dat alles fysiek is en dat uiteindelijk alleen fysica de
wereld kunnen beschrijven.
Reductionisten vervallen vaak in ‘nothing-buttery’: de gedachte dat fenomenen niets anders zijn
dan een verzameling basiselementen. Bijvoorbeeld: bewustzijn is niets anders dan activiteit van het
zenuwstelsel. Reductie leidt dan tot eliminatie: de gereduceerde theorie komt te vervallen of wordt
vervangen. In ons voorbeeld zou psychologie dan komen te vervallen. Alleen neurowetenschappen
zouden nog relevant zijn. Aan de andere kant betekent een verklaring voor een fenomeen niet dat
het fenomeen zelf niet belangrijk is of niet bestaat. Er zijn drie stromingen met betrekking tot
reductie: klassiek reductionisme, nonreductief materialisme en new wave reductionisme.
Klassiek reductionisme maakt gebruik van theoriereductie: een hoger-leveltheorie afleiden van
een basis-leveltheorie met behulp van bridgelaws: wetten die het doortrekken van de theorie
mogelijk maken. Dit betekent niet dat de oude theorie geëlimineerd wordt; het wereldbeeld daarvan
wordt meegenomen in de nieuwe theorie. Dit gaat via het deductief-nomologisch(DN)-model:
een statement volgt uit een algemene wet of set wetten. Theoriereductie heeft twee voorwaardes:
connectability: er moeten bridgelaws zijn die de theorieën verbinden
deducibility: de theorieën sluitend en vormelijk zijn.
Het probleem hiermee is dat oude theorieën bijna altijd herzien of aangepast worden. Dan wordt de
voorwaarde van deducibility niet gehaald. Wanneer de oude theorie helemaal verworpen wordt,
wordt ook niet meer aan de voorwaarde connectability voldaan. In de praktijk worden er ook weinig
bridgelaws gebruikt. Ook dringt klassiek reductionisme vaak niet door op alle niveaus van
waaromvragen en werkt het dus niet zoals reductie zou moeten werken. Daarnaast gaat er bij
Reductionisme
BEM EN DE JONG, 2013
HOCHSTEIN, 2016
CHEMERO, 2007
CLARK EN CHALMERS, 1998
Vignet: link tussen brein en geest
Wat is reductionisme?
Reductionisme is de visie dat alle fenomenen uiteindelijk terugleiden naar iets als basisfysica.
Binnen de filosofie zijn twee aspecten van het reductionisme relevant:
De dingen die we zien zijn ophopingen van basiselementen.
Reductie van theorieën, misschien kunnen uiteindelijk alle theorieën wel gevangen worden in één
wetenschap of theorie.
Bij reductie volg je de lijn van waaromvragen over alledaagse fenomenen naar basisfysica. Het idee
is dat alle lijnen van vragen dan uiteindelijk naar hetzelfde fenomeen zullen leiden naar een soort
eindtheorie (die bestaat nog niet natuurlijk). Dit heet de complexiteitsaanname: complexe dingen
kunnen begrepen worden door ze op te breken in basiselementen. Ten grondslag aan het
reductionisme ligt het fysicalisme: het idee dat alles fysiek is en dat uiteindelijk alleen fysica de
wereld kunnen beschrijven.
Reductionisten vervallen vaak in ‘nothing-buttery’: de gedachte dat fenomenen niets anders zijn
dan een verzameling basiselementen. Bijvoorbeeld: bewustzijn is niets anders dan activiteit van het
zenuwstelsel. Reductie leidt dan tot eliminatie: de gereduceerde theorie komt te vervallen of wordt
vervangen. In ons voorbeeld zou psychologie dan komen te vervallen. Alleen neurowetenschappen
zouden nog relevant zijn. Aan de andere kant betekent een verklaring voor een fenomeen niet dat
het fenomeen zelf niet belangrijk is of niet bestaat. Er zijn drie stromingen met betrekking tot
reductie: klassiek reductionisme, nonreductief materialisme en new wave reductionisme.
Klassiek reductionisme maakt gebruik van theoriereductie: een hoger-leveltheorie afleiden van
een basis-leveltheorie met behulp van bridgelaws: wetten die het doortrekken van de theorie
mogelijk maken. Dit betekent niet dat de oude theorie geëlimineerd wordt; het wereldbeeld daarvan
wordt meegenomen in de nieuwe theorie. Dit gaat via het deductief-nomologisch(DN)-model:
een statement volgt uit een algemene wet of set wetten. Theoriereductie heeft twee voorwaardes:
connectability: er moeten bridgelaws zijn die de theorieën verbinden
deducibility: de theorieën sluitend en vormelijk zijn.
Het probleem hiermee is dat oude theorieën bijna altijd herzien of aangepast worden. Dan wordt de
voorwaarde van deducibility niet gehaald. Wanneer de oude theorie helemaal verworpen wordt,
wordt ook niet meer aan de voorwaarde connectability voldaan. In de praktijk worden er ook weinig
bridgelaws gebruikt. Ook dringt klassiek reductionisme vaak niet door op alle niveaus van
waaromvragen en werkt het dus niet zoals reductie zou moeten werken. Daarnaast gaat er bij