Week 2
Vraag 1
Om deze vraag te beantwoorden dienen we naar de Brussel 1 bis verordening te kijken. Hier kan je
pas aan toekomen als deze van toepassing is. Hiervoor moet er voldaan worden aan het materiële,
formeel en temporeel toepassingsgebied. Het materieel toepassingsgebied is geregeld in artikel 1;
hierin staat dat de verordening alleen van toepassing is op burgerlijke en handelszaken, ongeacht de
aard van het gerecht. In casu is de onrechtmatige daad de rechtsgrondslag, het gaat om een
burgerlijke zaak. Het volgende waar naar gekeken moet worden is het formeel toepassingsgebied,
geregeld in artikel 4 jo 6. Artikel 4 is de hoofdregel waarin staat dat de verweerder woonplaats moet
hebben in een lidstaat, maar daar zijn bepaalde uitzonderingen/uitbreidingen op die in artikel 6 sub 1
gegeven zijn. In casu betreft de verweerder een rechtspersoon, in dat geval bepaal je de woonplaats
aan de hand van artikel 63. Vervolgens dienen we naar het temporeel toepassingsgebied te kijken
(artikel 66), de eis moet ingesteld zijn na 10 januari 2015. Ook dat is hier het geval. We weten nu dat
Brussel 1 bis van toepassing is. Nu kunnen we verder gaan kijken in het verdrag.
De volgorde hiervoor is als volgt.
- Materieel toepassingsgebied: artikel 1
- Formeel toepassingsgebied: artikel 4 jo 6
- Temporeel toepassingsgebied: artikel 66
--------------------------------------------------
- Artikel 24
- Afdeling 3.4.5.
- Artikel 25
- Artikel 4 en 8
- Artikel 7 lid 2.
Zodra je artikel 24, 25 en de afdeling 3.4.5. door bent ga je terug naar de hoofdregel die staat in
artikel 4. Deze zegt dat de rechter van de woonplaats van de verweerder bevoegd is. In casu kan
Greenpeace dus op grond van de hoofdregel in Duitsland tegen de Duitse fabriek kunnen procederen
en in Oostenrijk tegen de Oostenrijkse fabriek. Maar deze wil je natuurlijk het liefst samen in één
procedure betrekken, hiervoor is artikel 8 relevant om naar te kijken. Dit artikel regelt dat in het
geval van meerdere verweerders, al deze verweerder betrokken kunnen worden voor dezelfde
rechter van één van de woonplaats van deze verweerders. Je hoeft dan niet alle procedures los te
voeren. Voor het gebruik van artikel 8 moet er wel aan enkele voorwaarden worden voldaan, zo
moet er tussen de vorderingen een nauwe band bestaan die rechtvaardigt dat je de ene fabriek
wegtrekt van haar woonplaats. Mocht dit het geval zijn (en we nemen dan in casu aan) dan kan je
dus zowel in Duitsland als Oostenrijk beide fabrieken betrekken. Dus je kan beide fabrieken bij de
Duitse rechter betrekken waarbij je de Duitse fabriek op grond van artikel 4 betrekt en de
Oostenrijkse fabriek op grond van artikel 8.
Maar hiervoor moet er dus wel een dusdanige nauwe band zijn tussen de twee zaken dat de goede
rechtsbedeling vergt dat deze samen behandeld worden om tegenstrijdige uitkomsten te