2010
tijdvak 1
dinsdag 1 juni
13.30 - 16.30 uur
scheikunde
tevens oud programma scheikunde
Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.
Dit examen bestaat uit 35 vragen.
Voor dit examen zijn maximaal 78 punten te behalen.
Voor elk vraagnummer staat hoeveel punten met een goed antwoord behaald kunnen
worden.
Als bij een vraag een verklaring, uitleg, berekening of afleiding gevraagd wordt, worden
aan het antwoord meestal geen punten toegekend als deze verklaring, uitleg, berekening
of afleiding ontbreekt.
Geef niet meer antwoorden (redenen, voorbeelden e.d.) dan er worden gevraagd. Als er
bijvoorbeeld twee redenen worden gevraagd en je geeft meer dan twee redenen, dan
worden alleen de eerste twee in de beoordeling meegeteld.
HA-1028-a-10-1-o
, Ouderdomsbepaling
tekstfragment 1
Er zijn verschillende manieren om de ouderdom van gesteenten te bepalen. Eén
40 40
daarvan is de kalium-argonmethode ( K - Ar-methode).
Deze methode is gebaseerd op de veronderstelling dat vloeibare gesteenten
geen argon kunnen bevatten. Men gaat hiervan uit omdat argon behoort tot een
5 groep elementen die zich chemisch niet laat binden. Bovendien kan argon
gemakkelijk uit een gesmolten massa ontsnappen omdat het een gas is.
40
Om deze redenen veronderstelt men dat alle Ar dat in een gesteente aanwezig
40
is, pas na het stollen van dat gesteente is gevormd uit K. De uitkomst van de
berekeningen met deze methode zijn van belang geweest om de ouderdom van
10 de aardkorst en van vulkanische gesteenten te bepalen.
naar: http://users.pandora.be/rudi.meekers/creabel/dating.htm
1p 1 Geef de naam van de groep elementen in het periodiek systeem die in de regels
4 en 5 van tekstfragment 1 wordt bedoeld.
Atomen zijn opgebouwd uit protonen, neutronen en elektronen.
2p 2 Geef in de tabel op de uitwerkbijlage aan of het aantal protonen, neutronen en
40
elektronen in een atoom K gelijk of ongelijk is aan het aantal protonen,
40
neutronen en elektronen in een atoom Ar.
Noteer je antwoord door in de tabel “gelijk” of “ongelijk” in te vullen.
Bij de kalium-argonmethode wordt het gesteente zo behandeld dat de
40
hoeveelheid Ar kan worden gemeten. Bij gesteenten die voor een gedeelte
bestaan uit olivijn wordt soms een onjuiste ouderdom bepaald. Dit wordt
40
veroorzaakt doordat tijdens het stollen van olivijn al een hoeveelheid Ar in de
olivijnkristallen werd ingesloten.
40
2p 3 Beredeneer of ten gevolge van het insluiten van Ar tijdens het stollen de
ouderdom van het gesteente als ouder of als jonger dan de werkelijke ouderdom
wordt bepaald.
Olivijnkristallen bestaan onder andere uit magnesiumorthosilicaat (Mg2 SiO4 ).
Uit de formule van magnesiumorthosilicaat kan de formule van het
orthosilicaation worden afgeleid.
1p 4 Geef de formule van het orthosilicaation.
HA-1028-a-10-1-o 2 lees verder ►►►
, Glutathion
Een stof waarvan de moleculen zijn opgebouwd uit drie aminozuren wordt een
tripeptide genoemd. Met drie verschillende aminozuren, bijvoorbeeld valine
(Val), alanine (Ala) en leucine (Leu), kunnen verschillende tripeptiden worden
gevormd.
2p 5 Hoeveel verschillende tripeptiden kunnen worden gevormd met de aminozuren
valine, alanine en leucine, waarbij elk van de aminozuren in het tripeptide
voorkomt? Motiveer je antwoord.
Glutathion is een tripeptide dat door het menselijk lichaam wordt gemaakt. Het is
een zogenoemd anti-oxidant. De structuurformule van glutathion is:
SH
O OH
C O H CH 2 O H O
H2 N CH CH 2 CH 2 C N CH C N CH 2 C OH
Cysteïne (Cys) is één van de drie aminozuren waaruit glutathion is opgebouwd.
In glutathion is één aminozuur niet op de gebruikelijke manier aan cysteïne
gebonden.
2p 6 Geef de 3-lettersymbolen van de twee andere aminozuren waaruit glutathion is
opgebouwd. Maak hierbij gebruik van Binas-tabel 67C.
De werking van glutathion als anti-oxidant berust op een redoxreactie. De
halfreactie voor glutathion (schematisch genoteerd als G–SH) is hieronder
gedeeltelijk weergegeven:
G–SH → G–S–S–G + H+
–
In deze vergelijking zijn e en de coëfficiënten weggelaten.
–
2p 7 Neem de vergelijking over, zet e aan de juiste kant van de pijl en maak de
vergelijking kloppend.
2p 8 Is glutathion in deze reactie oxidator of reductor? Motiveer je antwoord.
HA-1028-a-10-1-o 3 lees verder ►►►
, Stinkdier
Veel stoffen die stinken, zijn zwavelverbindingen. De stank van rotte eieren
bijvoorbeeld wordt veroorzaakt door waterstofsulfide. De zogenoemde
alkaanthiolen hebben een vergelijkbare onaangename geur. De structuurformule
van een alkaanthiol lijkt op de structuurformule van een alkanol. Op de plaats
van het O atoom in een molecuul van een alkanol is in een molecuul van een
alkaanthiol een S atoom aanwezig:
CH 3 OH CH 3 SH
methanol methaanthiol
Wanneer stinkdieren worden bedreigd, scheiden ze een vloeistof af waarin
verschillende zwavelverbindingen voorkomen. Onderzoek leek in eerste
instantie uit te wijzen dat de meest voorkomende geurstof in de vloeistof een
alkaanthiol was met de molecuulformule C4 H9 SH. Er zijn vier alkaanthiolen die
voldoen aan deze molecuulformule. Eén daarvan heeft de volgende
structuurformule:
CH 3 CH 2 CH 2 CH 2 SH
3p 9 Geef de structuurformules van de drie andere alkaanthiolen met
molecuulformule C4 H9 SH.
Na een nauwkeurige bepaling van het massapercentage zwavel bleek de
molecuulformule niet C4 H9 SH maar C4 H7 SH te zijn.
3p 10 Bereken het massapercentage zwavel in C4 H7 SH. Geef je antwoord in vier
significante cijfers.
Verder onderzoek gaf meer duidelijkheid over de structuurformule van deze stof
met molecuulformule C4 H7 SH. Behalve dat een SH groep aanwezig was, bleek
ook de koolstofketen van een molecuul van deze stof onvertakt te zijn.
2p 11 Geef een mogelijke structuurformule van een molecuul van de stof met
molecuulformule C4 H7 SH die voldoet aan de resultaten van het onderzoek.
HA-1028-a-10-1-o 4 lees verder ►►►