2.1 Molecuulmodel
Stoffen bestaan uit verschillende deeltjes: moleculen → het kleinste deeltje dat nog de
eigenschappen van een stof heeft.
Macroniveau: scheikunde die je kan waarnemen of meten.
Microniveau: scheikunde op deeltjesniveau, niet waarnemen of meten, maar wordt gebruikt
om waarnemingen te verklaren.
Hoe dichter de moleculen bij elkaar zijn, hoe groter de aantrekkingskracht.
Molecuulmodel: Absolute nulpunt: alle moleculen
staan stil -273℃ oftewel 0 K (kelvin)
• Iedere stof bestaat uit moleculen
• Iedere stof heeft z’n eigen soort moleculen Kelvinschaal:
• Moleculen trekken elkaar aan
• Moleculen zijn altijd in beweging
Macro: Micro:
Vaste vorm Moleculen dicht op elkaar
Niet samen te persen Grote aantrekkingskracht
Moleculen trillen op hun plaats
Macro: Micro:
Geen vaste vorm Afstand tussen moleculen iets groter
Niet samen te persen Aantrekkingskracht iets kleiner
Moleculen bewegen langs elkaar
Macro: Micro:
Geen vaste vorm Afstand tussen moleculen groot
Wél samen te persen Nauwelijks aantrekkingskracht tussen moleculen
Moleculen bewegen alle kanten op
Hierboven fasen van een stof, ook wel aggregatietoestand. Bij
faseverandering/faseovergang verandert de fase. Als de stof
overgaat naar een andere fase verandert alleen de snelheid van de
moleculen.
← Extraheren op microniveau.