Thema 1,, basisstof 4 en 5 + LO 2 en 3
Basisstof 4 ademhalen
Gaswisseling
Lucht dat word ingenomen bestaat uit andere delen dan uitgeademde.
Zuurstof -> lucht longblaasje -> bloed, in haarvaten -> bloed vervoert het naar cellen.
Zuurstof word daar gebruikt voor verbranding glucose.
Verbranding: ontstaan koolstofdioxide + water -> bloed neemt op en vervoert naar longen.
In longen: koolstofdioxide uit bloed in de haarvaten -> naar lucht longblaasjes.
Bij uitademing geef je koolstofdioxide af + water en energie (warmte).
Dit proces noem je : Gaswisseling
Vanwege dunnen wanden en grote oppervlak in longblaasjes gaat dit sneller.
Bloed naar longblaasjes: weinig zuurstof + veel koolstofdioxide
Bloed van longblaasjes af: veel zuurstof + weinig koolstofdioxide
Borstademhaling
Bij ademhaling worden Ademhalingsspieren gebruikt dit zijn je:
middenrif - buikspieren – tussenribben - (bij diepe ademhaling) spieren bij sleutelbeen.
Bij gewone ademhaling vinden borst- en buikademhaling beide plaats.
Bij Borstademhaling: bewegen ribben en borstbeen. Ribben zitten aan wervelkolom vast
met gewrichten. Ze zitten ook aan borstbeen vast, met kraakbeen.
Bij inademing: tussenribspieren spannen aan -> daardoor bewegen ribben en borstbeen
omhoog = wordt borstholte groter + longen uitgerekt, hierdoor word lucht naar binnen
gezogen. Je ademt in.
Als tussenribspieren ontspannen -> bewegen ribben en borstbeen omlaag = borstholte
kleiner + longen kleiner, daardoor wordt lucht uit je longen geperst. Je ademt uit.
Buikademhaling
Bij Buikademhaling: bewegen middenrif en buikwand.
Middenrif trekt samen -> waardoor omlaag beweegt = borstholte groter + longen uitgerekt,
lucht stroomt naar binnen. Je ademt in.
Vanwege grotere borstholte worden organen weggedrukt, ze kunnen alleen naar voren:
Daardoor wordt buikwand naar voren geduwd.
Als je middenrif ontspant -> beweegt het omhoog -> buikwand gaat terug, normale stand +
longen en borstholte kleiner.