Kanker algemeen
- Oncologie --> leer van de neoplasmata.
- Kanker --> ongecontroleerde deling lichaamscellen.
- Prevalentie--> aantal personen die een bepaalde ziekte hebben op een bepaald moment of gedurende een
bepaalde periode.
- Incidentie--> aantal nieuwe gevallen/personen met een bepaalde ziekte in een bepaalde periode.
- Infiltratie --> niet te stoppen celdeling en groei in omliggende weefsels.
- Metastasering --> verspreiding door het lichaam.
- Secundaire kanker--> tweede keer kanker (bijv. leukemie) ten gevolge van behandeling van eerste keer
kanker.
- IKNL- Integraal Kankercentrum Nederland. Alle gegevens over kankerpatiënten worden verwerkt.
- Chemopreventie --> toediening (genees)middelen, vitaminen of stoffen om risico op kanker te verminderen,
ontwikkeling te vertragen & herhaling te voorkomen.
Bij kanker:
Verandering in het DNA --> wordt bij celdeling doorgegeven aan nieuwe cellen.
Ontstaan kanker:
Regelgenen --> genen in de cel die betrokken zijn bij de groei en deling van de cel (100 per cel).
Groei door mutatie ontregeld --> kankercel.
Carcinogenese--> proces ontstaan kwaadaardige tumoren.
2 groepen regelgenen:
- Proto-oncogenen: groei stimuleren. --> Mutatie in proto-oncogenen--> oncogeen ontstaat
- Tumorsuppressor-genen: groei remmen.
Normaal gesproken bij fouten in het DNA --> apoptose (celdood in de G2-fase).
Normaal gesproken: weefsel celdood & celdeling in balans.
Ontwikkeling kankercellen & Normale cellen
Normale celdeling:
- G0: Rustfase
- G1: Groeifase
- S: Synthese DNA
- G2: Verdere groei & herstellen fouten
DNA
- M: Mitose
Mitose: Celdeling
Meiose: Reproductie & erfelijkheid
Factoren die een rol kunnen spelen bij het ontstaan
Exogeen: Alcohol, zonlicht, beroepsrisico, overgewicht, infecties.
Endogeen: Hormonale invloeden, genetisch, andere ziekten.
- Genen (23 paar chromosomen).
- Leefstijl (Roken, voeding, beweging, gewicht, geneesmiddelen).
- Omgeving (Asbest, radioactieve stoffen, milieu, straling).
1
,Preventie
- Primaire preventie --> ontstaan voorkomen. Bijv. voorlichting (vermijden zonlicht & insmeren).
- Secundaire preventie --> vroegtijdig ontdekken & behandelen. Bijv. bevolkingsonderzoek.
- Tertiaire preventie --> gevolgen van ziekte beperken. Bijv. tweede tumor voorkomen met screening en
behandeling.
Benigne & Maligne tumoren
Tumor--> klompje cellen in en op het lichaam --> zieke cel groeit + deelt sneller dan de gezonde cellen-->
neoplasie.
Benigne tumor--> goedaardig: Maligne tumor--> kwaadaardig: kanker
geen kanker
- Groeit niet door andere - Maligne neoplasie = kwaadaardige nieuwvorming
weefsels - Niet solide = altijd kwaadaardig
- Zaait niet uit - Ontstaan --> oncogenese/carcinogenese
- Kan op weefsels drukken --> - Metastasen (uitzaaiingen bloed en lymfe).
problemen veroorzaken - Niet ingekapseld, groeit door/woekert.
- Kan kwaadaardig worden als
cellen afwijken en - Drie graderingen: 1. laaggradig, 2. intermediair & 3. hooggradig.
ongecontroleerd gaan delen. 1. Cellen lijken op gezonde cellen & groeien langzaam.
- Ingekapseld. 2. Cellen lijken minder op gezonde cellen, groeien sneller en plakken.
3. Cellen lijken niet meer op gezond weefsel, groeien veel sneller en zaaien uit.
Stappen invasieve tumor
- Dysplasie --> afwijking weefselstructuur.
- Infiltratie --> invasieve groei.
- Metastasering (uitzondering: basaalcelcarcinoom & glioom- hersentumor in steuncellen hersenen).
Carcinoom (epitheelcellen). Huid, darm, luchtwegen (adeno- & plaveisel)
Sarcoom (steun- en bindweefsel). Lipo-, osteo-, chondro-.
Hematologisch (bloed en lymfeklieren). Leukemie, multypel myeloom (plasma beenmerg), maligne lymfomen
(lymfocyten).
TNM-stadia
--> bij solide tumor. Hoe HOGER het getal hoe ERGER.
! Snap betekenis uitkomst – interpreteren T1, M1, N2 etc. – en behandeling bij grote tumor, veel lymfeklieren
en aantal metastasen beredeneren!
T Tumor grootte Tussen 1-4
N Aantal lymfeklieren Tussen 0-2
M Metastasen op afstand Aanwezig of niet – 0 of 1
Stadium 0 CIS- Carcinoma in situ--> kankercellen die nog niet zijn doorgedrongen in het orgaanweefsel. Nog niet
volledig ontwikkelde kanker.
Stadium I Kleine tumor die zich in één lichaamsdeel bevindt.
Stadium II Minder kleine tumor die zich in één lichaamsdeel bevindt.
Stadium III Kanker verspreid--> meestal naar lymfeklieren.
Stadium IV Kanker verspreid door het hele lichaam.
Fasen van ziekte
- Curatieve fase --> gericht op genezing.
- Palliatieve fase--> gericht op kwaliteit van leven. Remmen van ziekte/verminderen van klachten.
- Terminale fase--> gericht op kwaliteit van sterven.
- Nazorg=rouwen.
2
, Behandelingen
Neo-adjuvant – voorbehandeling.
Adjuvante therapie --> aanvullende behandeling.
Lokaal Systemisch
Chirurgie Tumor wordt zo volledig Chemotherapie Behandeling met cytostatica -->
mogelijk operatief chemische medicijnen met celdodend
weggenomen. effect om delen te voorkomen. Alle snel
delende cellen worden getroffen. *
Radiotherapie Behandeling met straling om Doelgericht (Anti- Anti-hormonaal: behandeling tegen
kankercellen te doden. hormonaal & vrouwelijke hormonen oestrogeen en
angiogenese progesteron. Remt aanmaak en remt
remmers) hormoongevoelige tumor.
Angiogenese remmers: medicijnen die de
= Targeted therapie vorming van bloedvaten in en rond de
tumor tegengaat waardoor de tumor
stopt met groeien en afsterft.
Interventie- Gerichte behandeling via klein Immunotherapie Medicijnen om werking van het
radiologie aanprikgaatje met afweersysteem te versterken,
beeldvormende technieken kankercellen te herkennen, opruimen en
(röntgen, echo, CT en MRI) vernietigen --> activatie immuun cellen.
* Bijwerkingen chemotherapie:
- Misselijkheid/braken - Haarverlies
- Vermoeidheid - Nierfunctiestoornissen
- Cognitieve problemen - Infertiliteit
- Ototoxiciteit (giftig voor gehoor)
- Beenmergdepressie (tekort bloedcelproductie)
- Stomatitis/mucositis (ontsteking slijmvliezen mond)
Rol verpleegkundige
- Behandelrelatie – professionele afstand, empathie, luisterend oor.
- Rol in diagnostische fase – observeren en handelen.
- Kennis en verpleegtechnische vaardigheden.
- Communicatieve vaardigheden.
- Coördinatie zorgpad.
- Symptoom en toxiciteitsmanagement.
- Voorlichting en ondersteuning zelfmanagement.
- Psychosociale zorg.
- Nazorg en controle.
3