1. Harley (2010) – Talking the Talk
Er zijn twee soorten kijken op het bestuderen van taal:
1. Er is niets bijzonders aan taal. Taal maakt gebruik van dezelfde processen als
andere cognitieve vaardigheden.
2. Taal is een gescheiden mentaal orgaan. Taalprocessen staan op zichzelf zonder
hulp/interferentie van andere cognitieve processen. Taal is heel creatief: we zijn
in staat zinnen te produceren die nog nooit iemand anders heeft geproduceerd.
Het is lastig de mens voor te stellen zonder taal.
Hoofddoel taal: informatie van de ene persoon naar de andere persoon overbrengen,
sociale binding, het uitdrukken van emoties, voor spelen.
Het is lastig te bepalen hoeveel talen er precies zijn in de wereld. Linguïsten schatten het
aantal zo rond de 5000-6000 talen. Talen sterven namelijk ook uit en komen soms weer
opnieuw op, zoals Welsh. Daarnaast veranderen talen heel erg (woordenschat,
grammaticaregels, versimpeling, buitenlandse invloeden, etc.).
Linguïsten = mensen die taal studeren.
Er zijn verschillende taalfamilies:
- Indo-Europeaans (Romaanse, Germaanse en Indian talen)
- Altaic (Turks, Mongoolse talen en talen in centraal Azië)
- Sino-Tibetan (Oost Azië, incl. Chinees)
- Niger-Congo grootste familie.
Monogenesis theorie = als we heel ver terug in de tijd gaan, is er maar één
oorspronkelijke eerste taal.
Proto-taal = een taal dat tussen de menselijke taal en primaire communicatieve
geluiden in zit.
Er zijn verschillende theorieën over het ontstaan van taal. Er kan worden gekeken naar
DNA, uiterlijke kenmerken, culturele kenmerken, etc.
Psycholinguïsten = de psychologie van taal: hoe produceren, begrijpen en onthouden
we taal en hoe heeft taal interactie met andere psychologische processen?
2. Karmiloff-Smith (1998) – Development itself is the key to
understanding developmental disorders
Genen en omgeving spelen een belangrijke rol binnen ontwikkeling. Er zijn een aantal
soorten kijken hierop:
1. Nativisten: aangeboren rol is erg belangrijk (parameters van UG). Het
schrappen, redupliceren of mispositioning van genen zou kunnen resulteren in
heel specifieke impairments.
2. Empiristen: fysieke en sociale omgeving zijn heel belangrijk. Hier worden de
bouwstenen gelegd.
1