Scheikunde smv H5
(Dit hoofdstuk gaat alleen over zouten+zoutoplossingen)
5.1 Zouten: stof die uit geladen deeltjes bestaat: ionen. opgebouwd uit metaalatoom +
niet-metaalatoom
Vorming van zout(en ion): metaal en niet-metaal atomen reageren met elkaar
(allebei neutraal) > metaalatoom staat e- af en niet-metaal atoom neemt deze op
zodat ze allebei e- verdeling van edelgas hebben > er ontstaat een + en – ion > deze
trekken elkaar aan door hun tegengestelde lading > deze vormen ionbinding > deze
2 ionen vormen samen het zout
Ionrooster: zijn + en - ionen van een zout in gerangschikt, dit wordt bij elkaar
gehouden door ionbindingen
+ ionen zijn omgeven door – ionen en andersom er bestaat dus geen specifiek zoutmolecuul
Enkelvoudige ionen: ionen die uit 1 atoomsoort bestaan
Ion met meerdere ladingen, het verschil geef je aan met romeinscijfer achter de
naam van het ionrooster : tin(II)ion = Sn2+, tin(IV) = Sn4+
Positief enkv. Ion: ontstaat uit metaalatomen doordat deze 1 of meer e- afstaan
Naamgeving= naam + ion
Negatief enkv. Ion: ontstaan uit niet-metaalatomen doordat deze 1 of meer e-
opnemen. Naamgeving = naam + ide + ion
Lading afleiden uit periodieksysteem: lading is gelijk aan aantal plaatsen van
atoomsoort tot dichtstbijzijnde edelgas
Samengestelde ionen: ionen die uit 2 of meer verschillende atoomsoorten bestaan
Is geen zout, maar is 1 ion dat bestaat uit meerdere atoomsoorten, samengesteld +
met een samengesteld – ion = wel een zout
Hierin zijn de atomen met een atoombinding(=gedeelt e-paar)aan elkaar gebonden,
ion heeft als geheel e- opgenomen of afgestaan —> geeft + of – samengesteld ion
Lading hiervan kun je dus niet afleiden uit periodieksysteem
Systematische naam van een zout: is de formule in woorden afgeleid van de namen
van de ionen waaruit het zout is opgebouwd:
Naam positief-ion + naam negatief-ion = naam zout (+ altijd voorop)(zonder ‘ion’)
Zout = ijzer(III)chloride = FeCl3. Moleculaire stof = joodtrichloride = ICI3
Triviale naam: sommige zouten hebben extra naam naast systematische naam = naam
in de volksmond
Verhoudingsformule: de formule van een zout (zoutformule)
Heet zo omdat de lading van een ion vaststaat en ionen dus altijd in een vaste
verhouding in een zout voorkomen —> hierbij is totale + en – lading van ionen in
zout gelijk aan elkaar = elektrisch neutraal = zouten zijn ongeladen
Als je weet uit welke ionen het zout bestaat kun je formule van de stof opstellen:
Vb: ijser(III)chloride = (Fe 3+) + (Cl-)
1. Hoeveel nodig om zout elektrisch neutraal te maken? (3x Cl-)
2. De verhouding wordt dan …. : …. (Fe 3+ : Cl- = 1 : 3)
3. De verhoudingsformule wordt dan (…)..(…).. (Fe 3+)1(Cl-)3
4. Verhoudingsformule (zonder lading) —> FeCl3
Formule van zout netjes opschrijven:
1. Naam: ijzer(III)chloride
2. Ionformules: Fe 3+ en Cl-
3. Verhouding: 1 : 3
4. Formule = FeCl3
(…)x —> geeft aan dat alles tussen de haakjes keer de x gaat a
Cl3 = 3 x Cl omdat dit 1 atoom is
NO2 = 2 x O en 1 X N = (NO)2
1
(Dit hoofdstuk gaat alleen over zouten+zoutoplossingen)
5.1 Zouten: stof die uit geladen deeltjes bestaat: ionen. opgebouwd uit metaalatoom +
niet-metaalatoom
Vorming van zout(en ion): metaal en niet-metaal atomen reageren met elkaar
(allebei neutraal) > metaalatoom staat e- af en niet-metaal atoom neemt deze op
zodat ze allebei e- verdeling van edelgas hebben > er ontstaat een + en – ion > deze
trekken elkaar aan door hun tegengestelde lading > deze vormen ionbinding > deze
2 ionen vormen samen het zout
Ionrooster: zijn + en - ionen van een zout in gerangschikt, dit wordt bij elkaar
gehouden door ionbindingen
+ ionen zijn omgeven door – ionen en andersom er bestaat dus geen specifiek zoutmolecuul
Enkelvoudige ionen: ionen die uit 1 atoomsoort bestaan
Ion met meerdere ladingen, het verschil geef je aan met romeinscijfer achter de
naam van het ionrooster : tin(II)ion = Sn2+, tin(IV) = Sn4+
Positief enkv. Ion: ontstaat uit metaalatomen doordat deze 1 of meer e- afstaan
Naamgeving= naam + ion
Negatief enkv. Ion: ontstaan uit niet-metaalatomen doordat deze 1 of meer e-
opnemen. Naamgeving = naam + ide + ion
Lading afleiden uit periodieksysteem: lading is gelijk aan aantal plaatsen van
atoomsoort tot dichtstbijzijnde edelgas
Samengestelde ionen: ionen die uit 2 of meer verschillende atoomsoorten bestaan
Is geen zout, maar is 1 ion dat bestaat uit meerdere atoomsoorten, samengesteld +
met een samengesteld – ion = wel een zout
Hierin zijn de atomen met een atoombinding(=gedeelt e-paar)aan elkaar gebonden,
ion heeft als geheel e- opgenomen of afgestaan —> geeft + of – samengesteld ion
Lading hiervan kun je dus niet afleiden uit periodieksysteem
Systematische naam van een zout: is de formule in woorden afgeleid van de namen
van de ionen waaruit het zout is opgebouwd:
Naam positief-ion + naam negatief-ion = naam zout (+ altijd voorop)(zonder ‘ion’)
Zout = ijzer(III)chloride = FeCl3. Moleculaire stof = joodtrichloride = ICI3
Triviale naam: sommige zouten hebben extra naam naast systematische naam = naam
in de volksmond
Verhoudingsformule: de formule van een zout (zoutformule)
Heet zo omdat de lading van een ion vaststaat en ionen dus altijd in een vaste
verhouding in een zout voorkomen —> hierbij is totale + en – lading van ionen in
zout gelijk aan elkaar = elektrisch neutraal = zouten zijn ongeladen
Als je weet uit welke ionen het zout bestaat kun je formule van de stof opstellen:
Vb: ijser(III)chloride = (Fe 3+) + (Cl-)
1. Hoeveel nodig om zout elektrisch neutraal te maken? (3x Cl-)
2. De verhouding wordt dan …. : …. (Fe 3+ : Cl- = 1 : 3)
3. De verhoudingsformule wordt dan (…)..(…).. (Fe 3+)1(Cl-)3
4. Verhoudingsformule (zonder lading) —> FeCl3
Formule van zout netjes opschrijven:
1. Naam: ijzer(III)chloride
2. Ionformules: Fe 3+ en Cl-
3. Verhouding: 1 : 3
4. Formule = FeCl3
(…)x —> geeft aan dat alles tussen de haakjes keer de x gaat a
Cl3 = 3 x Cl omdat dit 1 atoom is
NO2 = 2 x O en 1 X N = (NO)2
1