11.1 Kunststoffen zijn vaste stoffen: doordat moleculen waaruit ze bestaan groot zijn
= sterke vdwkracht tussen moleculen = hoog smelt/kook punt
grote kunststofmoleculen ontstaan door aan elkaar koppeling van kleine moleculen tot
lange ketens of grote netwerken
Monomeer: klein molecuul, waaruit groter ketenmolecuul of netwerkvorming molecuul kan
worden gevormd
Polymeer: een groot ketenmolecuul of netwerkvorming molecuul opgebouwd uit monomeren.
Synthetische polymeren: kunststoffen geproduceerd door de mens
Natuurlijke polymeren: polymeren die in de natuur voorkomen: enzymen > H12
Polymerisatie: het koppelen van monomeren tot polymeren. Kan op 2 verschillende manieren
1. Additiepolymerisatie (polyadditie) = dubbele binding verdwijnt
2. Condensatiepolymerisatie (polycondensatie) = komt altijd H2O bij vrij = uit structuurf
Additiereactie (toevoegen): reactie waarbij uit 2 of meer moleculen 1 nieuw molecuul wordt
gevormd dmv het verbreken van een dubbele of drievoudige binding.
Additiepolymerisatie proces:
1. Reactie wordt opgestart door initiator (peroxide bv)
2. O.i.v uv-straling breekt binding tussen zuurstofmoleculen in initiator open
3. Elk zuurstofatoom neemt daarbij 1 elektron van gem.e-. paar mee = stip in structuurformule
4. deel Initiator molecuul verbreekt dmv reageren dubbele binding in 2e molecuul>monomeer
ontstane initiator moleculen zijn reactief: reageren snel met andere stoffen
= er blijft een elektron over op koolstofatoom
5. De reactie herhaalt zich met andere moleculen van dezelfde soort (bv etheenmoleculen)
= ontstaan polymeerketen die steeds langer wordt
6. Polymerisatiereactie stopt zodra uiteinde keten reageert met initiator groep
7. Eindproduct = additiepolymeer
Aan beide uiteinde bevindt zich deel van het initiatormolecuul
doordat polymeerketens lang zijn hebben deze geen invloed op eigenschap kunststof
Naamgeving additiepolymeer: poly + naam monomeer (> systematische naamgeving H6)
Polymeer van zelfde stof maar met andere lengte = ‘ander polymeer’
Bijzondere structuurformule symbolen:
- · = elektron mee met atoom van gemeenschappelijke elektronenpaar
- [ ] = gedeelte tussen haken = repeterende eenheid > alleen bij rv
- n = staat bij [ ] omdat we niet weten hoe vaak rep. eenheid voorkomt in polymeer
- ~ = staan aan begin/einde en heeft aan dat molecuul nog verder doorloopt
- ----- = ipv korte streep lange tussen moleculen = miljoenen aan elkaar
~ wordt gebruikt bij middenstukken en aan uiteinde ---- + [ ] + n
Structuurformule van monomeer tekenen, en hieruit een polymeer tekenen:
1. Teken de C-atomen waar de dubbele binding tussen zit horizontaal
2. Teken alle andere atomen of groepen atomen erboven of eronder = monomeer
3. Teken aan weerzijde van de C-atomen met dubbele binding een monomeer, door een
streepje te verbinden aan C-atoom van dat monomeer met dubbele binding
als je de monomeren verbindt wordt dubbele binding een enkele binding = polymeer
Bij structuurformules teken je moleculen verkort dus bv CH3 ipv alles los
bij verschillende monomeren teken je ze omen om
Copolymeer: een polymeer dat is ontstaan uit 2 of meer verschillende monomeren
polymeer kan dus ook ontstaan uit 1 soort monomeer
Monomeren vinden in copolymeer: ‘als je na elk C-atoom de atoombinding en een nieuwe
C=C binding tekent, vind je meerdere verschillende monomeren’
11.2 Condensatiereactie: reactie waarbij uit 2 moleculen een groter molecuul wordt gevormd en
er een klein molecuul afsplits (meestal water). Kan op 2 manieren:
1. zuurgroep + hydroxylgroep (alcohol) ester + water = vorming esterbinding >
2. zuurgroep + aminegroep amide + water = vorming amidebinding >
de groepen worden hier verbonden tot 1 monomeer dmv de binding die ontstaat
Zuurgroep: aminegroep: hydroxylgroep/alcohol:
uiteinde keten
1. esterbinding
1