Hoofdstuk 6
Statistiek kent 2 hoofdvormen:
Beschrijvende (descriptieve) statistiek: h et weergeven van de stand van zaken door van
een aantal ‘losse’ gegevens een overzichtelijk geheel te maken. Bijvoorbeeld door het
gebruik van grafieken, tabellen etc. Ordent, vat samen, brengt overzicht.
Inductieve statistiek: uitgaande van een beperkt aantal (steekproef)gegevens conclusies
trekken over een populatie, vaak aangevuld met de mate van betrouwbaarheid van die
conclusie.
PSS, Statistical Package for the Social
Statistisch programma met veel mogelijkheden is S
Sciences.
Academi onder de naam R, open source-programma.
Excel, veelgebruikt rekenprogramma in de vorm van spreadsheets.
De Datamtatrix, een rechthoekig blok met daarin r uwe gegevens per object.
Een Tabel, een geordende lijst of opsomming van gegevens.
Cumulatieve waarde, opgestapelde waarde. Dus de waarde van variabele optellen.
Verschillende diagrammen en grafieken:
Staafdiagram, van elkaar gescheiden staven, waarvan de lengte overeenkomt met de
waarde van de grootheid of de variabele die je ermee wilt meten.
Histogram, als de staven van een diagram op elkaar aansluiten, ontstaat een figuur die
histogram wordt genoemd. Een histogram maak je alleen als er met de gegevens zinvolle
berekeningen zijn uit te voeren.
Polygoon en de Curve, als een redelijk groot aantal gegevens in een histogram is
weergegeven, dan kun je de toppen van de staven verbinden met lijntjes. ( hoekige grafiek )
Als het om veel gegevens gaat die niet al te schoksgewijs toe- en afnemen kun je de hoek
verwaarlozen. Dan wordt de grafiek dus een vloeiende lijn die dan curve heet.
Stapel- of reepdiagram, hierin zijn de staven van een dia- of histogram op elkaar
gestapeld. Kan worden gebruikt als er een zinvol totaal gemaakt kan worden.
Als je hetzelfde figuur horizontaal gebruikt noemen we het een reep diagram.
Cirkel-, taar-, of sectordiagram, het bestaat uit een cirkel die een totaal voorstelt. Je snnijdt
vanuit het centrum de taart in punten. Zo wordt het diagram naar verhouding van de
grootheden opgedeeld.
Statistiek kent 2 hoofdvormen:
Beschrijvende (descriptieve) statistiek: h et weergeven van de stand van zaken door van
een aantal ‘losse’ gegevens een overzichtelijk geheel te maken. Bijvoorbeeld door het
gebruik van grafieken, tabellen etc. Ordent, vat samen, brengt overzicht.
Inductieve statistiek: uitgaande van een beperkt aantal (steekproef)gegevens conclusies
trekken over een populatie, vaak aangevuld met de mate van betrouwbaarheid van die
conclusie.
PSS, Statistical Package for the Social
Statistisch programma met veel mogelijkheden is S
Sciences.
Academi onder de naam R, open source-programma.
Excel, veelgebruikt rekenprogramma in de vorm van spreadsheets.
De Datamtatrix, een rechthoekig blok met daarin r uwe gegevens per object.
Een Tabel, een geordende lijst of opsomming van gegevens.
Cumulatieve waarde, opgestapelde waarde. Dus de waarde van variabele optellen.
Verschillende diagrammen en grafieken:
Staafdiagram, van elkaar gescheiden staven, waarvan de lengte overeenkomt met de
waarde van de grootheid of de variabele die je ermee wilt meten.
Histogram, als de staven van een diagram op elkaar aansluiten, ontstaat een figuur die
histogram wordt genoemd. Een histogram maak je alleen als er met de gegevens zinvolle
berekeningen zijn uit te voeren.
Polygoon en de Curve, als een redelijk groot aantal gegevens in een histogram is
weergegeven, dan kun je de toppen van de staven verbinden met lijntjes. ( hoekige grafiek )
Als het om veel gegevens gaat die niet al te schoksgewijs toe- en afnemen kun je de hoek
verwaarlozen. Dan wordt de grafiek dus een vloeiende lijn die dan curve heet.
Stapel- of reepdiagram, hierin zijn de staven van een dia- of histogram op elkaar
gestapeld. Kan worden gebruikt als er een zinvol totaal gemaakt kan worden.
Als je hetzelfde figuur horizontaal gebruikt noemen we het een reep diagram.
Cirkel-, taar-, of sectordiagram, het bestaat uit een cirkel die een totaal voorstelt. Je snnijdt
vanuit het centrum de taart in punten. Zo wordt het diagram naar verhouding van de
grootheden opgedeeld.