Business English 5 Vocabulary in Use
English Dutch
A strategy (Telbaar) een plan om een succes te kunnen boeken
Strategy (Ontelbaar) combinatie van skills en kennis om een
plan te bedenken
Strategic success Succes door strategie
Profitability Winstgevendheid
Resource allocation Manier waarop mensen, gebouwen, financiën enz.
helpen tot het volbrengen van een doelstelling.
Assets Activa
Objective Doelstelling
Formulate strategy Het formuleren van een strategie
Mission statement De missie
Strategic move Een actie met relatie tot de doelstelling.
Strategic partnership Als twee bedrijven samenwerken voor een specifiek
doel.
Strategic decision Als het bedrijf iets besluit te doen wat van belang is
voor op langtermijn.
Strategic acquisition Wanneer een bedrijf iets van een ander koopt met
strategische bedoelingen.
Strategic goal Een doelstelling wat het bedrijf wilt bereiken.
Strategic vision Als een bedrijf duidelijke ideeën heeft over acties
voor het toekomstige succes.
Defends a market Het probeert concurrenten te vermijden om daar
succesvol te zijn.
Attacks a market Het start daar te verkopen voor de eerste keer.
Establishes a foothold/toehold in a market Het is gevestigd in een klein deel van de mark in
voorbereiding voor het verkrijgen van een groter
deel
Invades a market Het begint er succesvol te zijn.
Dominates a market Het is de grootste concurrent daar.
Withdraws from a market Het stopt daar te verkopen.
Cut-throat Een enorm sterke concurrent in een markt.
(=moordenaar)
Ferocious Een enorm sterke concurrent in een markt.
(=woest)
Intense Een enorm sterke concurrent in een markt.
(=intens)
Fierce Een enorm sterke concurrent in een markt.
(=woest)
Stiff Een enorm sterke concurrent in een markt.
(=stijf)
Encourage Acties die de concurrentie vergroten
(=aanmoedigen)
Intensify Acties die de concurrentie vergroten
(=intensiveren)
Sharpen Acties die de concurrentie vergroten
(=verscherpen)
Harm Acties die de concurrentie beperkten
(=schaden)
Inhibit Acties die de concurrentie beperkten
(=verhinderen)