Blok 6
AVANS HOGESCHOOL BREDA
AAFM-hoofdfase jaar 2
SCHOOLJAAR 2016-2017
, Literatuur
HOORCOLLEGE WEEK 1 Hoofdstuk 10:
10.1
Omzetbelasting (OB). 10.2
10.3
Algemene, indirecte verbruiksbelasting in staten van de 10.4 40.1.3
UNIE (voorheen EU of EG). enkel hoofdlijnen
Techniek: 10.5
Belasting toegevoegde waarde (BTW)
Dus niet: winst (IB/VPB)
Kenmerken:
Algemeen: belasting drukt niet op een specifiek goed
Verbruiksbelasting: het verbruik (= consumptie) wordt belast.
Indirect: niet de gebruiker draagt af, maar de ondernemer (art. 7)
Aangifte belasting: Art. 9 AWR, dus naheffen (art. 20) en niet navorderen (art. 16)
Ontwikkeling + belang Nationale Wet OB en EU.
1. Wet op de omzetbelasting 1968
2. 1e en 2e richtlijn inzake de OB
3. 6e Richtlijn
4. Richtlijn
5. Europese rechtspraak
De vragen in een schema.
1
,Wat is belast?
Art. 1 OB:
Levering van goederen (zie art. 3 jo. art. 5 OB)
Verrichten van diensten (art. 4 jo. art. 6 e.v.)
I.C.V. (binnen de EU)
Invoer (buiten de EU)
Door ondernemers (art. 7 OB) en niet art. 3.4 IB. Bijv. geen 1225 urencriterium.
Binnen de EU
I.C.V. nieuwe vervoersmiddelen
Ook door particulieren
Door wie?
Ondernemer: (art. 7 OB):
Zie ook IB art. 3.4
Bedrijf of beroep
VOF / Maatschap / CV belasting plichtig (niet in de IB)
Niet incidenteel
Economisch verkeer
Quasi ondernemer:
Verhuurder van onroerende zaken
Overheid:
Art. 7 lid 3
In concurrentie treedt met (paspoorten/rijbewijzen)
Niet in specifieke overheidsdienst (bijv. scholen)
Begrip ondernemer (7.1)
Ondernemer: een ieder die een bedrijf of beroep zelfstandig uitoefent.
Mondiaal: prestatie h.t.l. is doorslaggevend
Geen winstoogmerk vereist
Ruimer dan IB (bijv. resultaat uit overige werkzaamheden)
Ruimer dan VPB (bijv. stichting / vereniging / overheid)
2
, Ieder
Rechtsvorm is irrelevant:
Natuurlijkpersoon
Rechtspersoon
Combinatie (samenwerkingsverband)
De deelnemer aan het economisch verkeer.
Bedrijf.
Organisatie van kapitaal en arbeid
Deelname aan economisch verkeer
Duurzaam streven
Er is vraag naar
Bedrijf is ook:
Beroep
Duurzame exploitatie vermogensbestanddeel
Zelfstandig.
Niet in dienstbetrekking (werknemer)
Eén opdrachtgever is voldoende
Geen ondernemerschap.
Incidentele deelname aan het economisch verkeer
Uitsluitend presteren in besloten kring
Uitsluitend prestatie ‘om niet’ verrichten
Aanvang / einde ondernemerschap.
Begin:
Vanaf eerste ondernemershandeling
o Feitelijk preseten is geen voorwaarde
Tenaamstelling kritisch:
o Voorperiode BV i.o. is eenmanszaak, VOF verschil met VPB
Einde:
Tot laatste liquidatiehandeling
3