Werkcollege 1: voeding bij aandoeningen in mond- keel- slokdarm
Lesdoelen:
- Voedingsproblemen die voorkomen bij aandoeningen in mond, keel of slokdarm herkennen
- Beredeneren welke (voedings-) interventies noodzakelijk zijn bij aandoeningen in mond, keel
of slokdarm
- De indicaties voor voeding met een aangepaste consistentie benoemen
- Indicaties voor sondevoeding benoemen
- Verschillende types sondevoeding herkennen
- Soorten sondes en toedieningswegen of –mogelijkheden benoemen
Opdracht 1:
Bij welke problemen of aandoeningen kan het nodig zijn de voeding aan te passen in consistentie?
- Gebitsproblemen
- Kauwproblemen
- Kaak- en gebitsproblemen
- Xerostomie
- Mucoscitis ontsteking in de mond
- Achalasie zenuwen niet goed aangestuurd
- COPD
- Slokdarmontsteking
- Dysfagie
- CVA
- Kankerpatiënten: met name hoofd- hals
- Taai slijm
- Droge mond : hyposalie
- Opbouw na geen eten
- Smaakverandering geen smaak
- Slikklachten: dysfagie & achalasie
- Globusgevoel
Opdracht 2:
In het ziekenhuis word je door de artsen in consult gevraagd. Een 43- jarige man is opgenomen na
een val met zijn wielrenfiets. Hij heeft een kaakfractuur opgelopen en 2 gebroken ribben. Zijn kaak is
operatief gefixeerd en dhr. zal minimaal 6 weken niet normaal kunnen eten. Hij kan alleen een dun
vloeibare consistentie tot zich nemen. De arts vraagt je om een dieetbehandelplan voor dhr. op te
stellen. Dhr. is 1m 85 lang en weegt 67 kilo. Zijn behoefte is: 100 gram eiwit (1,5 g / kg) en 2150 kcal
(HB+30%)
Wat is je hoofddoel?
Voorkomen verslechtering voedingstoestand tijdens kaakfixatie.
Wat is je subdoel?
Behalen volwaarde voeding, energie (2150 kcal) en eiwit (100 g) d.m.v. een voeding
aangepast in consistentie (dun vloeibaar) tijdens kaakfixatie
Eiwitinname verhogen naar 100 per dag, binnen een week
De kcalinname verhogen naar 2150 kcal per dag, binnen een week
Meneer leren hoe je de consistentie kunt aanpassen en hoe je die zo houdt, binnen een week