MASTER RECHTSGELEERDHEID TILBURG UNIVERSITY
Pagina 1 van 52
,INHOUDSOPGAVE
MODULE 1 ...................................................................................................................................................... 3
HOOFDSTUK 1: INLEIDING ....................................................................................................................................... 3
MODULE 2 ...................................................................................................................................................... 5
HOOFDSTUK 2: HET SOCIALEZEKERHEIDSSTELSEL ............................................................................................................. 5
HOOFDSTUK 3: PERSONELE WERKINGSSFEER – 3.1 EN 3.2 ................................................................................................ 9
MODULE 3: WERKLOOSHEID DEEL 1 .............................................................................................................. 12
HOOFDSTUK 6: WERKLOOSHEID – 6.1, 6.2, 6.3.1, 6.3.2, 6.3.3 .................................................................................... 12
MODULE 3: WERKLOOSHEID DEEL 2 .............................................................................................................. 17
HOOFDSTUK 6: WERKLOOSHEID – 6.3.4 T/M 6.4 ......................................................................................................... 17
HOOFDSTUK 13: HANDHAVING .................................................................................................................................. 21
MODULE 4: BIJSTAND EN MINIMUMUITKERINGEN ....................................................................................... 22
HOOFDSTUK 3: PERSONELE WERKINGSSFEER – 3.5 ........................................................................................................ 22
HOOFDSTUK 11: BEHOEFTIGHEID ............................................................................................................................... 22
HOOFDSTUK 12: RE-INTEGRATIE – 12.3, 12.4 EN 12.5 ................................................................................................. 28
HOOFDSTUK 13: HANDHAVING – 13.5 ....................................................................................................................... 29
MODULE 5: VOLKSVERZEKERINGEN (I.H.B. DE AOW)..................................................................................... 31
HOOFDSTUK 3: PERSONELE WERKINGSSFEER – 3.3 ........................................................................................................ 31
HOOFDSTUK 7: OUDERDOM ...................................................................................................................................... 32
HOOFDSTUK 8: OVERLIJDEN – 8.1 T/M 8.3, 8.8 EN 8.9................................................................................................. 34
HOOFDSTUK 9: KINDEREN – 9.1, 9.2 EN 9.7 ............................................................................................................... 35
MODULE 6: KORTDURENDE ARBEIDSONGESCHIKTHEID ................................................................................ 36
HOOFDSTUK 4: ZIEKTE ............................................................................................................................................. 36
MODULLE 7: LANGDURIGE ARBEIDSONGESCHIKTHEID, DE WET WIA ............................................................ 42
HOOFDSTUK 5: ARBEIDSONGESCHIKTHEID .................................................................................................................... 42
MODULLE 8: RE-INTEGRATIE VAN ZIEKE WERKNEMERS ................................................................................ 48
HOOFDSTUK 5: ARBEIDSONGESCHIKTHEID .................................................................................................................... 48
HOOFDSTUK 12: RE-INTEGRATIE ................................................................................................................................ 48
MODULE 9: INVLOED INTERNATIONALE NORMEN OP HET SOCIALEZEKERHEIDSRECHT ................................. 50
HOOFDSTUK 15: INTERNATIONAAL ............................................................................................................................. 50
Pagina 2 van 52
,MODULE 1
HOOFDSTUK 1: INLEIDING
Sociale zekerheid
§ Bestaanszekerheid
§ Solidariteit à sterken leveren een bijdrage aan de bescherming van de zwakkeren
§ Verschillende methoden van inkomensbescherming:
I. Sociale verzekeringen: hierbij is de verzekering verplicht gesteld en worden de
geldbedragen uitgekeerd in de vorm van uitkeringen
II. Sociale voorzieningen: hierbij speelt de verzekeringsplicht geen rol en wordt de
uitkering verstrekt als men op enig moment aan de wettelijke voorwaarden voldoet
III. Eigen spaarvormen: de betrokkene heeft ergens een spaarrekening ondergebracht
waaruit hij voor bepaalde doeleinden gelden kan onttrekken zonder dat de fiscus
heffingen oplegt
Waarborgfunctie van de sociale zekerheid
1. Minimumbescherming
2. Bescherming tegen inkomensderving
Traditioneel wordt inkomensbescherming als het primaire doel beschouwd van de sociale zekerheid.
Activeringsfunctie van de sociale zekerheid
1. Re-integreren van uitkeringsgerechtigden
2. Gekoppeld aan de verplichting van uitkeringsgerechtigden om zich ter beschikking te stellen
van de arbeidsmarkt en zich in te spannen om snel weer aan het werk te komen
De activeringsfunctie is in feite accessoir aan de inkomensbescherming
De inkomensbescherming moet verband houden met sociale risico’s of behoeftigheid. Het begrip
sociaal risico verwijst naar bepaalde gebeurtenissen in het leven van de mensen die aanleiding hebben
gegeven tot de opkomst van sociale verzekeringen. In IAO-Conventie nr. 102 wordt een onderscheid
gemaakt tussen uitkeringen in verband met:
- Medische zorg
- Ziekte
- Werkloosheid
- Ouderdom
- Arbeidsongevallen en beroepsziekten
- Gezinslasten
- Moederschap
- Invaliditeit
- Overlijden
Behoeftigheid
Dit wordt niet beschouwd als een sociaal risico in de zin van de IAO-Conventie nr. 102. Kenmerkend
voor de sociale bijstand is dat er uitkeringen worden verstrekt ongeacht de oorzaak van de
behoeftigheid. Men heeft recht op een uitkering als de eigen middelen onder het bestaansminimum
liggen (middelentoets). De uitkering ligt op het niveau van het sociaal minimum. Voorts is kenmerkend
dat er geen voorwaarden zijn gesteld met betrekking tot voorafgaande verzekering of premiebetaling.
De sociale bijstand wordt gefinancierd uit de algemene middelen. In Nederland is de bijstandsregeling
opgenomen in de Participatiewet.
Pagina 3 van 52
, Sociaal grondrecht
Het recht op sociale zekerheid is een sociaal grondrecht. Het recht op bestaanszekerheid is verankerd
in artikel 20 lid 1 Gw. Het recht op sociale zekerheid is verankerd in art. 20 lid 2 Gw, in art. 20 lid 3 Gw
is het recht op bijstand geregeld en in art. 22 lid 1 Gw is het recht op gezondheidszorg geregeld.
Publieke sociale zekerheid
Socialezekerheidsregelingen geven aanspraak op bepaalde prestaties. Als deze aanspraak rechtstreeks
is gefundeerd op een publiekrechtelijke regeling, is sprake van publieke sociale zekerheid. De oudste
publieke tak van sociale zekerheid is de sociale bijstand. De sociale verzekeringen hebben zich ook tot
publieke regelingen ontwikkeld.
Private sociale zekerheid
Hiervan is sprake als de aanspraak op de desbetreffende prestatie is gebaseerd op een civielrechtelijke
overeenkomst, zoals lijfrentepolissen. Tegenwoordig is sprake van een privatisering van de publieke
sociale zekerheid.
Driepijlerstelsel
I. Wettelijke socialezekerheidsstelsel
II. (Collectieve) arbeidsovereenkomst
III. Zuiver private voorzieningen
Ontwikkeling sociale zekerheid
§ Armenwet 1854
§ Arbeidersverzekeringen eind 19e eeuw
§ Volksverzekeringen v.a. 1952
Reconstructie en nieuwe accenten
§ Individualisering van het socialezekerheidsstelsel
§ Meer eigen verantwoordelijkheid van de burger en van de werkgever
In de 21e eeuw
§ Opkomst repressieve verzorgingsstaat
§ Gepleit voor een terugkeer van ‘de menselijke maat’
§ Sociale zekerheid steeds meer in het teken van demografische ontwikkelingen (vergrijzing)
§ Overheid leunt zwaarder op het zelfredzame vermogen van de burger en zijn
maatschappelijke verbanden
§ Hernieuwde belangstelling voor universele oplossingen
Pagina 4 van 52