AFPF laatste samenvatting blok 2
Tunia adventita = buitenste laag dat bloedvat beschermt en ondersteunt.
Tunica media = glad spierweefsel en elastisch weefsel.
Tunica intima = endotheel en eencellig, enige laag die aanwezig is in de capillairen.
Arteriën
- Bloed van hart naar rest van het lichaam
- Hoe dichter bij het hart, hoe meer elastisch weefsel en minder spierweefsel. Arteriolen
hebben in de tunica media alleen nog maar glad spierweefsel.
- Anastomosen = slagaderen die een grote groep arteriën verbindt die een bepaald gebied
verzorgen van bloed.
- Eindarterie = enkele slagader die enige bloedtoevoer bron is.
- Arteriolen = ookwel weerstandsvaten doordat de systematische bloeddruk voornamelijk
wordt bepaald door de weerstand van deze slagaderen.
Capillairen
- Netwerk wat arteriën en venen met elkaar verbindt.
- Alleen endotheelcellen, wat doorlaatbaar is voor water en andere kleien moleculen.
Diameter tussen de 3 en 170 µm.
- Sinusodiden = capillairen die op bepaalde plaatsen veel doorlatender zijn, wanden zijn
onvolledig en lumen is veel groter. Heirdoor doorstroomsnelheid lager.
- Capillaire refill-tijd is gemiddeld twee seconde.
Venen
- Bloed richting het hart
- Bevat kleppen die bestaan uit plooien van de tunica intima verstevigd door bindweefsel.
- In ledenmaten veel kleppen. Kleppen afwezig in de kleien venen en grote venen in borstkas
en achterlijf. Skeletspierpomp is ook effectief voor eenzijdige terugstroming.
- Capiciteitsvaten omdat ze zeer rekbaar zijn en tot 2/3 van lichaamsbloed kunnen
vasthouden.
Capillaire uitwisseling
- Gasuitwisseling = interne respiratie. Bloed diffundeert volgens drukgradiënt van o2 rijk
arterieel bloed naar weefsel wat minder o2 bevat.
- Oxyhemoglobine is instabiel, daardoor komt o2 gemakkelijk vrij. CO2 is 70%
natriumcarbonaat, 23% in hemoglobine en 7% opgelost in plasma.
- Uitwisseling andere stoffen = glucose ect. die door plasma worden vervoerd, diffunderen
door semipermeabele wand. Water wisselt vrij van plasma door osmose.
Arterieel uiteinde capillaire = hydrostatische bloeddruk is 5kPa (35mmHg) & osmotische druk is 3kPa
(25mmHg) > vloeistof wordt uit bloedbaan geperst door 2kPa drukverschil.
Veneus uiteinde capillaire = osmotische druk is 5kPa & hydrostatische druk is 3kPa > vloeistof wordt
in capillair gedreven.
- Van 24 liter per dag wordt maar 21 liter terug in de venen gedreven. Andere 2 + afval verlaat
weefsel in lymfevaten.
Organen om hart
, - Inferior > apex
- Superior > grote bloedvaten
- Lateraal > longen
- Anterior > sternum, ribben & intercostale spieren
Hartwand
Pericard = buitenste laag, pericardium fibrosum (stevige bindweefsellaag) & pericardium serosum
(dubbelbladige sereuze laag)
- Pericardium fibrosum = voortzetting tunica adventita, bindweefsel en niet-elastisch >
verhindert disentie hart.
- Pericardium serocum = enkele laag endotheelcellen, opgevouwen. Een kant zit vast aan
myocard andere kant zit vast aan pericardium fibrosum.
Myocard = gespecialiseerd dwarsgestreept hartspierweefsel, komt alleen voor in hart.
- Impuls verspreid zich van cel naar cel
- Dikst bij hartpunt
- Septum is gemaakt van myocard en bedekt met endocard.
Endocard = dun glad membraan wat kamers en kleppen bedekt en zo soepele doorstroom bloed
verzorgen.
- Voortzetting endotheel in bloedvaten
Kleppen
- Atroventriculaire klep = tussen atrium en ventrikel. Rechter = tricuspidales klep, 3
klepbladen. Linker = mitralikklep, 2 klepbladen.
- Sluiten passief door drukverschil in ventrikels
- Openen als druk in atria groter is dan in ventrikels
- Chordae tendinea = inelastische peesdraden die doorbuigen kleppen voorkomt
Vena cava superior/inferior > rechter atrium > tricuspidalis klep > rechter ventrikel > valva trunci
pulmonalis (klep) > truncus pulmonalis > arteria pulmonalis dextra/sinistra > longen > 4 vena
pulmonales > linker atrium > mitralisklep > linker ventrikel > aorta klep > aorta
Hart wordt voorzien van o2 rijk bloed door ateria coronaria sinistra en dextra, die distaal van de
aortaklep vertakken. > krijgen 5% van bloed uit het hart.
Sinus coronarius mondt uit in rechteratrium, rest door kleien veneuze kanalen direct naar kamers.
Placenta
- Stofuitwisseling = placenta capillairen absorberen o2 en voedingsstoffen, scheidt
afvalstoffen uit via moeders bloed.
- Bescherming foetus = tijdelijke passieve immuniteit & indirecte uitwisseling bloed foetus en
moeder.
- Handhaving zwangerschap = HCG met piek rond de 8/9 weken, stimuleert corpus luteum &
neemt aanmaak progesteron en oestrogeen over vanaf week 12.
Foetale aanpassingen
- Ductus venosus = voorzetten navelader direct in vena cava inferior.
- Ductus arteriosus = ader dat longslagader naar dalende thoracale aorta.
, - Foramen ovale = opening septum tussen twee arteria, bedekt met een richtingsflapje.
Veranderingen geboorte
- Longen zetten uit, bloedstroom longen neemt toe.
- Drukverhoging linker atrium > foramen ovale sluit
- Ductus anteriosus wordt kleiner en sluit af.
- Degenereren van de vena umbicales, ductus venosus & arteriae umbicales.
Varcies = spataderen
- Ontstaat bij chronische veneuze insufficiëntie CVI
- Terugvoer bloed hart verstoord door verminderde klepwerking
- Langdurige overbelasting > bloedbestanddelen lekken uit capillairen
Veneuze trombo-embolieën
- Stolsols (trombi) worden gevormd in venen > obstructie venen
- Afgebroken trombi (embolie) kan naar longcirculatie gaan
Oedeem
- Vochtophoping tussen cellen in interstitiële ruimte.
- Etiologie = lokaal door diep veneuze trombose, infectie, angio-oedeem of obstructie venen
- Patho = vocht treedt uit richting interstitiële ruimte door hydrostatische druk, door
balansverstoring > oedeem.
- Symptomen = bij verminderde osmotische druk, sprake van een ophoping in buikholte.
Angio-oedeem > zwelling van slijmvliezen.
Aangeboren hartafwijking
- Open ductus arteriosus = o2 rijk bloed vanuit aorta opnieuw naar de longen ipv naar rest van
lichaam omdat bloeddruk lager is in longen.
- Atrium ventrikel septumdefect = asd 1 > gaatje dichtbij vulva mitralis. Asd 2 > gaatje in
midden septum. Vsd > bij te groot gat in septum kan druk in arteria pulmonalis toenemen,
kan voor zorgen dat bloed van links naar rechts beweegt.
- Coarctatio aortea = aangeboren vernauwing aorta, vaak bij ductus arteriosus. > veel drinken
- Tetralogie van fallot > vsd, hypertrofie rechter ventrikel, overrijdede aorta (aorta ontvangt
bloed uit beide kamers) & vernouwing pulmonalis.
Hart heeft autorimiciteit, heeft eigen elektrisch impuls zonder zenuw- of hormoon signalen.
Parasympatische en sympathisch heeft invloed op hartslag en bepaalde hormonen ook.
Sino-atriale knoop (SA-knoop) = rechter atrium bij vena cava superior.
- Reguleert impulsen doordat het instabiel is
- Primaire pacemaker
- 60-90 depolarisaties
- 0,1 seconde voor dat het bij atrioventruculaire knoop is.
AV -knoop = in wand van atrium septum, dichtbij kleppen.
- Secundaire pace maker
- 0,1-0,2 seconde vertraging > dus eerst samentrekking atrium en dan ventrikels.
- Via bundel van His > bundeltakken > purkinje-vezels > naar hartpunt (begin samentrekking
ventrikel)
Tunia adventita = buitenste laag dat bloedvat beschermt en ondersteunt.
Tunica media = glad spierweefsel en elastisch weefsel.
Tunica intima = endotheel en eencellig, enige laag die aanwezig is in de capillairen.
Arteriën
- Bloed van hart naar rest van het lichaam
- Hoe dichter bij het hart, hoe meer elastisch weefsel en minder spierweefsel. Arteriolen
hebben in de tunica media alleen nog maar glad spierweefsel.
- Anastomosen = slagaderen die een grote groep arteriën verbindt die een bepaald gebied
verzorgen van bloed.
- Eindarterie = enkele slagader die enige bloedtoevoer bron is.
- Arteriolen = ookwel weerstandsvaten doordat de systematische bloeddruk voornamelijk
wordt bepaald door de weerstand van deze slagaderen.
Capillairen
- Netwerk wat arteriën en venen met elkaar verbindt.
- Alleen endotheelcellen, wat doorlaatbaar is voor water en andere kleien moleculen.
Diameter tussen de 3 en 170 µm.
- Sinusodiden = capillairen die op bepaalde plaatsen veel doorlatender zijn, wanden zijn
onvolledig en lumen is veel groter. Heirdoor doorstroomsnelheid lager.
- Capillaire refill-tijd is gemiddeld twee seconde.
Venen
- Bloed richting het hart
- Bevat kleppen die bestaan uit plooien van de tunica intima verstevigd door bindweefsel.
- In ledenmaten veel kleppen. Kleppen afwezig in de kleien venen en grote venen in borstkas
en achterlijf. Skeletspierpomp is ook effectief voor eenzijdige terugstroming.
- Capiciteitsvaten omdat ze zeer rekbaar zijn en tot 2/3 van lichaamsbloed kunnen
vasthouden.
Capillaire uitwisseling
- Gasuitwisseling = interne respiratie. Bloed diffundeert volgens drukgradiënt van o2 rijk
arterieel bloed naar weefsel wat minder o2 bevat.
- Oxyhemoglobine is instabiel, daardoor komt o2 gemakkelijk vrij. CO2 is 70%
natriumcarbonaat, 23% in hemoglobine en 7% opgelost in plasma.
- Uitwisseling andere stoffen = glucose ect. die door plasma worden vervoerd, diffunderen
door semipermeabele wand. Water wisselt vrij van plasma door osmose.
Arterieel uiteinde capillaire = hydrostatische bloeddruk is 5kPa (35mmHg) & osmotische druk is 3kPa
(25mmHg) > vloeistof wordt uit bloedbaan geperst door 2kPa drukverschil.
Veneus uiteinde capillaire = osmotische druk is 5kPa & hydrostatische druk is 3kPa > vloeistof wordt
in capillair gedreven.
- Van 24 liter per dag wordt maar 21 liter terug in de venen gedreven. Andere 2 + afval verlaat
weefsel in lymfevaten.
Organen om hart
, - Inferior > apex
- Superior > grote bloedvaten
- Lateraal > longen
- Anterior > sternum, ribben & intercostale spieren
Hartwand
Pericard = buitenste laag, pericardium fibrosum (stevige bindweefsellaag) & pericardium serosum
(dubbelbladige sereuze laag)
- Pericardium fibrosum = voortzetting tunica adventita, bindweefsel en niet-elastisch >
verhindert disentie hart.
- Pericardium serocum = enkele laag endotheelcellen, opgevouwen. Een kant zit vast aan
myocard andere kant zit vast aan pericardium fibrosum.
Myocard = gespecialiseerd dwarsgestreept hartspierweefsel, komt alleen voor in hart.
- Impuls verspreid zich van cel naar cel
- Dikst bij hartpunt
- Septum is gemaakt van myocard en bedekt met endocard.
Endocard = dun glad membraan wat kamers en kleppen bedekt en zo soepele doorstroom bloed
verzorgen.
- Voortzetting endotheel in bloedvaten
Kleppen
- Atroventriculaire klep = tussen atrium en ventrikel. Rechter = tricuspidales klep, 3
klepbladen. Linker = mitralikklep, 2 klepbladen.
- Sluiten passief door drukverschil in ventrikels
- Openen als druk in atria groter is dan in ventrikels
- Chordae tendinea = inelastische peesdraden die doorbuigen kleppen voorkomt
Vena cava superior/inferior > rechter atrium > tricuspidalis klep > rechter ventrikel > valva trunci
pulmonalis (klep) > truncus pulmonalis > arteria pulmonalis dextra/sinistra > longen > 4 vena
pulmonales > linker atrium > mitralisklep > linker ventrikel > aorta klep > aorta
Hart wordt voorzien van o2 rijk bloed door ateria coronaria sinistra en dextra, die distaal van de
aortaklep vertakken. > krijgen 5% van bloed uit het hart.
Sinus coronarius mondt uit in rechteratrium, rest door kleien veneuze kanalen direct naar kamers.
Placenta
- Stofuitwisseling = placenta capillairen absorberen o2 en voedingsstoffen, scheidt
afvalstoffen uit via moeders bloed.
- Bescherming foetus = tijdelijke passieve immuniteit & indirecte uitwisseling bloed foetus en
moeder.
- Handhaving zwangerschap = HCG met piek rond de 8/9 weken, stimuleert corpus luteum &
neemt aanmaak progesteron en oestrogeen over vanaf week 12.
Foetale aanpassingen
- Ductus venosus = voorzetten navelader direct in vena cava inferior.
- Ductus arteriosus = ader dat longslagader naar dalende thoracale aorta.
, - Foramen ovale = opening septum tussen twee arteria, bedekt met een richtingsflapje.
Veranderingen geboorte
- Longen zetten uit, bloedstroom longen neemt toe.
- Drukverhoging linker atrium > foramen ovale sluit
- Ductus anteriosus wordt kleiner en sluit af.
- Degenereren van de vena umbicales, ductus venosus & arteriae umbicales.
Varcies = spataderen
- Ontstaat bij chronische veneuze insufficiëntie CVI
- Terugvoer bloed hart verstoord door verminderde klepwerking
- Langdurige overbelasting > bloedbestanddelen lekken uit capillairen
Veneuze trombo-embolieën
- Stolsols (trombi) worden gevormd in venen > obstructie venen
- Afgebroken trombi (embolie) kan naar longcirculatie gaan
Oedeem
- Vochtophoping tussen cellen in interstitiële ruimte.
- Etiologie = lokaal door diep veneuze trombose, infectie, angio-oedeem of obstructie venen
- Patho = vocht treedt uit richting interstitiële ruimte door hydrostatische druk, door
balansverstoring > oedeem.
- Symptomen = bij verminderde osmotische druk, sprake van een ophoping in buikholte.
Angio-oedeem > zwelling van slijmvliezen.
Aangeboren hartafwijking
- Open ductus arteriosus = o2 rijk bloed vanuit aorta opnieuw naar de longen ipv naar rest van
lichaam omdat bloeddruk lager is in longen.
- Atrium ventrikel septumdefect = asd 1 > gaatje dichtbij vulva mitralis. Asd 2 > gaatje in
midden septum. Vsd > bij te groot gat in septum kan druk in arteria pulmonalis toenemen,
kan voor zorgen dat bloed van links naar rechts beweegt.
- Coarctatio aortea = aangeboren vernauwing aorta, vaak bij ductus arteriosus. > veel drinken
- Tetralogie van fallot > vsd, hypertrofie rechter ventrikel, overrijdede aorta (aorta ontvangt
bloed uit beide kamers) & vernouwing pulmonalis.
Hart heeft autorimiciteit, heeft eigen elektrisch impuls zonder zenuw- of hormoon signalen.
Parasympatische en sympathisch heeft invloed op hartslag en bepaalde hormonen ook.
Sino-atriale knoop (SA-knoop) = rechter atrium bij vena cava superior.
- Reguleert impulsen doordat het instabiel is
- Primaire pacemaker
- 60-90 depolarisaties
- 0,1 seconde voor dat het bij atrioventruculaire knoop is.
AV -knoop = in wand van atrium septum, dichtbij kleppen.
- Secundaire pace maker
- 0,1-0,2 seconde vertraging > dus eerst samentrekking atrium en dan ventrikels.
- Via bundel van His > bundeltakken > purkinje-vezels > naar hartpunt (begin samentrekking
ventrikel)