Thema II – Huid
Index
HC20 Efflorescentieleer (W. Bergman) ........................................................................................ 1
HC21 Skin immune system (R. Van Doorn) .................................................................................. 8
HC22 Allergisch contact eczeem en urticaria (E. van Zuuren en N. Kukutsch) ........................... 18
E-learning Urticaria ................................................................................................................... 23
HC24 Pustels (J.N. Bouwes Bavinck) .......................................................................................... 24
E-learning Pustels ...................................................................................................................... 29
HC25 Bruine vlekken (R. Genders) ............................................................................................. 30
E-learning Bruine Vlekken ......................................................................................................... 41
HC26 Roodheid en Schilfering huid (W. Bergman)..................................................................... 41
E-learning Roodheid en schilfering van de huid ......................................................................... 44
HC27 Dermatomycologie (Roodheid) huid (W. Bergman/M. Van De Beek) ............................... 47
!E-learning Roodheid 2: Dermatomycosen ................................................................................ 50
HC40 Zwarte Verkleuring (R. Van Doorn) .................................................................................. 52
!E-learning Zwarte verkleuring van de huid ............................................................................... 56
WG4 Practicum blaren (Maarten Vermeer – dermatoloog)....................................................... 61
RC4 Huid-: quiz .......................................................................................................................... 63
SO1 Efflorescentieleer ............................................................................................................... 63
SO3 Allergische reactie en urticaria ........................................................................................... 66
E-learning Huid en Haar: Van Mens tot Cel ............................................................................... 68
E-learning Allergische Reacties .................................................................................................. 68
!E-learning Efflorescentie en systematiek ................................................................................. 69
!E-learning Early diagnosis of Melanoma................................................................................... 69
HC20 Efflorescentieleer (W. Bergman)
Dermatologische Systematiek
Doelen:
- Aan de hand van efflorescentieleer en PROVOKE huidafwijkingen systematisch
beschrijven (morfologische diagnose).
- Zoekopdrachten formuleren en diagnosen vinden m.b.v. efflorescenties.
Dermatologische diagnostiek
- Oriënterende anamnese (zorgvraag)
, - LO PROVOKE
- Aanvullend onderzoek
- Diagnose
Dermatologische anamnese
Specifieke anamnese
- Ontstaanswijze, duur, plaats huidafwijking
- Oorzaak: relatie met werk, hobby, stress etc.
- Beloop, recidief
- Reacties op eerdere therapie
- Jeuk: belasting/betekenis voor patiënt
Algemene anamnese
- Andere ziekten
- Familieanamnese
- Atopie (astma, hooikoorts, eczeem)
- Overgevoeligheid
- Medicatie
Morfologisch onderzoek PROVOKE
Plaats voorkeurslocalisatie, haar, symmetrisch/niet etc.
Rangschikking
Omvang
Vorm
Omtrek
Kleur
Efflorescentie(s) = (zichtbare bestanddelen die met elkaar een huidafwijking vormen)
Efflorescenties (uit hoofd – tentamen)
Rechts onder secundaire efflorescenties (na het krabben bv.)
1. Morfologisch onderzoek (PROVOKE)
2. Bepaal meest kenmerkende efflorescentie morfologische groep
3. Differentiële diagnose
4. (Eventueel aanvullend onderzoek) definitieve diagnose
,Morfologische groepen
- Erythemateuze dermatosen
- Papuleuze dermatosen
- Erythemato-squameuze dermatosen
- Vesiculo-bulleuze dermatosen
- Pustuleuze dermatosen
- Nod(ul)euze dermatosen
- Ulcereuze dermatosen
Macula
Kleurverandering in het niveau van de huid, zondere andere epidermale/dermale
afwijkingen.
Erytheem
Rode/roze maculeuze verandering van de huid die berust op vaatverwijding.
Kenmerk: wegdrukbaar
Bv: ooievaarsbeet, wijnvlek, dermatomyositis.
DD eerste rij: Erythema palmare
, Purpura (petechie)
Petechie: puntbloedinkje van de huid of slijmvlies.
Kenmerk: niet wegdrukbaar
(Thema: zwarteverkleuring)
ALARMEREND: iets gevaarlijks op het spoor?
Teleangiectasie
Blijvende verwijding van de kleinere bloed- of lymfvaten (wegdrukbaar).
Papula
Circumscriptie, solide verhevenheid van de huid < 1 cm, door cel-, weefsel- of
vochttoename; geneest zonder littekenvorming.
Vormen: vlak, bolrond met indeuking, polygonaal
(Bijvoegelijke naamwoorden nodig bij de beschrijvingen)
Nodus en nodulus (knobbel)
Circumscriptie palpabele weerstand in de dermis of subcutis, al dan niet boven de huid
verheven, > 1 cm (nodulus: < 1 cm).
Nodulus algemeen genezend met littekenvorming
Voorbeeld: dermatofibroom
Tumor
Solide verhevenheid van de huid, > 1 cm.
Tumor ≠ kanker.
Verschil nodus en tumor: nodus veel groter in de diepte en een tumor is grotendeels aan
de bovenkant groot.
Plaque
Solide vlakken verhevenheid van de huid > 1 cm.