Paragraaf 2.1
Bij een aardbeving ontstaan er trillingsgolven die dwars door de aarde gaan. De
aarde is opgebouwd uit verschillende lagen.
= de aardkorst
= buitenmantel
= (aard)mantel
= de binnenmantel
= de aardkern; zeer hoge druk, vast gesteente,
nikkel + ijzer, rond 5000 C
= de lithosfeer (aardkorst + bovenste gedeelte
van de aardmantel
Oceanische korst: basalt (zwaar gesteente)
Continentale korst: graniet (licht gesteente)
De meeste aardplaten bestaan zowel uit een continentale korst en een oceanische
korst.
Verschillende plaatgrenzen
Convergente plaatgrens:
- Het wegduiken wordt ook wel subductie genoemd. Hierbij ontstaat een diepe
sleuf in de zeebodem, de diepzeetrog.
Divergente plaatgrens:
- Magma stijgt vanuit de aardmantel op, waardoor de aardkorst kan gaan
scheuren. Je vindt deze plaatgrens vooral in het midden van de Atlantische
Oceaan.
Transforme plaatgrens:
- Platen die in tegengestelde richting gaan óf als er twee platen in dezelfde
richting gaan, maar met een verschillende snelheid.
Platentektoniek:
Alfred Wegener begon de theorie met dat continenten konden verplaatsen. Aan het
eind van de eeuw is het pas echt vastgesteld met satellieten dat de aardplaten
konden bewegen.
De platentektoniek wordt veroorzaakt door drie processen.
- Eerste proces: magma gaat tegen de aardkorst aan het magma stroomt
zijdelings weg.
- Tweede proces: magma gaat tegen de aardkorst aan de aardkorst breekt open
en het magma stroomt als lava naar buiten.
- Derde proces: aardplaten schuiven uit elkaar de jonge oceanische korst wordt
weggeduwd en uiteindelijk weer opgevuld met lava.
Hoe meer je naar de midoceanische rug toekomt, hoe ouder de oceanische korst is.