Hoofdstuk 2
Paragraaf 1:
1) Je kunt beschrijven hoe de Republiek van Weimar ontstond vanaf de muiterij in Kiel.
In 1918 ontstonden er opstanden in Duitsland.
Matrozen in Kiel begonnen te muiten (= soldaten die in opstand komen), omdat ze
beseften dat de oorlog verloren was. Arbeiders sloten zich bij de muiters aan.
9 november 1918: in Berlijn werd de Republiek uitgeroepen.
10 november 1918: keizer Willem II vluchtte naar Nederland
11 november 1918: de wapenstilstand ging in
Dit gaat over het einde van de Eerste Wereldoorlog.
SPD kreeg de leiding in de regering. Hun doel: opbouw van een parlementaire
democratie
Zomer 1919: Parlement nam een grondwet aan. Ze kwamen bijeen in Weimar, omdat
het in Berlijn onrustig was. De parlementaire democratie werd daarom de Republiek
van Weimar genoemd.
2) Je kunt uitleggen waardoor er een wankele democratie ontstond in de Republiek van
Weimar.
1. De keizer was gevlucht de Elite was conservatief en had veel invloed. Ze wilden
terug naar een keizerrijk.
2. Extremisten (zowel communisme en nationalisme) probeerden de democratie
omver te werpen
3. Juni 1919: Verdrag van Versailles werd ondertekent. Hierdoor werd het
vertrouwen in de democratie weer vergroot.
4. Dolkstootlegende = complottheorie over dat Duitsland de Eerste Wereldoorlog niet
had verloren, maar ten onder was gegaan door het verraad van democratische leiders,
socialistische arbeiders en soldaten. De democratische regering (SPD) had soldaten
een dolk in de rug gestoken door de wapenstilstand te ondertekenen.
5. Duitse economie leed onder de hoge herstelbetalingen en het verlies van gebieden
met steenkool en andere grondstoffen. In 1923 viel de economie stil (= Roercrisis)
- Oorzaak: ruzie met de geallieerden over de herstelbetalingen. Duitsland betaalde
niet snel genoeg dus Franse troepen bezetten het Roergebied om kolen, staal en
machines weg te halen.
- Gevolg: Duitse regering riep bevolking bij elkaar om uit protest hiertegen te
staken. Om de stakers te betalen, liet ze geld bijdrukken. Dat leidde tot enorme
inflatie. Hierdoor werd de Duitse mark waardeloos.
6. Er kon geen meerderheid worden gevormd tussen de politieke partijen (Met als
gevolg: minderheidskabinetten (geen besluitvorming)