Verplichte arresten Inleiding IT-recht
Edwin van der Velde Rijksuniversiteit Groningen
,Inleiding IT-recht Arresten 2016/2017
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave ..................................................................................................................................... 2
Digitale Wereld en Privacyrecht .............................................................................................................. 3
E-overheid ................................................................................................................................................ 5
Telecommunicatierecht .......................................................................................................................... 10
Intellectueel Eigendom........................................................................................................................... 10
Automatiseringscontracten en e-commerce ........................................................................................... 23
Computercriminaliteit ............................................................................................................................ 27
Edwin van der Velde Rijksuniversiteit Groningen
,Inleiding IT-recht Arresten 2016/2017
Digitale Wereld en Privacyrecht
Naam Google
Rechtsvraag Verwerkt een zoekmachine persoonsgegevens en bestaat een recht op
verwijdering?
Antwoord Ja en Ja
Samenvatting http://eur-lex.europa.eu/legal-
content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:62012CJ0131&from=NL
Essentie/conclusie Uit het voorgaande volgt dat op de eerste vraag, sub a, moet worden
geantwoord dat artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 95/46 aldus moet
worden uitgelegd dat er sprake is van een verwerking van
persoonsgegevens in het kader van de activiteiten van een vestiging
van de voor de verwerking verantwoordelijke op het grondgebied van
de lidstaat, in de zin van deze bepaling, wanneer de exploitant van
een zoekmachine in een lidstaat ten behoeve van het promoten en de
verkoop van door deze zoekmachine aangeboden advertentieruimte
een bijkantoor of een dochteronderneming opricht waarvan de
activiteiten op de inwoners van die lidstaat zijn gericht.
Gelet op al het voorgaande, moet op de tweede vraag, sub c en d,
worden geantwoord dat de artikelen 12, sub b, en 14, eerste alinea,
sub a, van richtlijn 95/46 aldus moeten worden uitgelegd dat, ter
naleving van de in deze bepalingen voorziene rechten en voor zover
aan de in deze bepalingen gestelde voorwaarden daadwerkelijk is
voldaan, de exploitant van een zoekmachine verplicht is om van de
resultatenlijst die na een zoekopdracht op de naam van een persoon
wordt weergegeven, de koppelingen te verwijderen naar door derden
gepubliceerde webpagina’s waarop informatie over deze persoon is te
vinden, ook indien deze naam of deze informatie niet vooraf of
gelijktijdig van deze webpagina’s is gewist en, in voorkomend geval,
zelfs wanneer de publicatie ervan op deze webpagina’s op zich
rechtmatig is.
Uit het voorgaande volgt dat op de derde vraag moet worden
geantwoord dat de artikelen 12, sub b, en 14, eerste alinea, sub a, van
richtlijn 95/46 aldus moeten worden uitgelegd dat in het kader van de
beoordeling van de toepassingsvoorwaarden van deze bepalingen met
name moet worden onderzocht of de betrokkene recht erop heeft dat
de aan de orde zijnde informatie over hem thans niet meer met zijn
naam wordt verbonden via een resultatenlijst die wordt weergegeven
nadat op zijn naam is gezocht, zonder dat de vaststelling van een
dergelijk recht evenwel veronderstelt dat de opneming van die
informatie in de resultatenlijst deze betrokkene schade berokkent.
Aangezien laatstgenoemde op basis van zijn door de artikelen 7 en 8
van het Handvest gewaarborgde grondrechten kan verlangen dat de
betrokken informatie niet meer door de opneming ervan in een
dergelijke resultatenlijst ter beschikking wordt gesteld van het grote
publiek, krijgen deze rechten in beginsel voorrang niet enkel op het
economische belang van de exploitant van de zoekmachine, maar ook
op het belang van dit publiek om toegang tot deze informatie te
krijgen wanneer op de naam van deze persoon wordt gezocht. Dit zal
echter niet het geval zijn indien de inmenging in de grondrechten van
de betrokkene wegens bijzondere redenen, zoals de rol die deze
persoon in het openbare leven speelt, wordt gerechtvaardigd door het
overwegende belang dat het publiek erbij heeft om, door deze
opneming, toegang tot de betrokken informatie te krijgen.
Edwin van der Velde Rijksuniversiteit Groningen
,Inleiding IT-recht Arresten 2016/2017
Context/Illustratie bij Zoekmachines kunnen persoonsgegevens verwerken en er bestaat een
recht op verwijdering uit de zoekresultaten, soms zelfs al is de
achterliggende site rechtmatig (behoudens publieke functie etc.) en de
site niet zakelijk en onbekend
Naam Lindqvist
Rechtsvraag Is het vermelden van verschillende personen po een internetpagina met gegevens
werkwerking van persoonsgegevens en zo ja, valt deze onder de uitzondering in art 2
Wbp?
Antwoord Ja en nee
Samenvatting http://curia.europa.eu/juris/showPdf.jsf;jsessionid=9ea7d0f130d69861696e9ecd4c49
8ba9e571fb522029.e34KaxiLc3eQc40LaxqMbN4PahaLe0?text=&docid=48382&pa
geIndex=0&doclang=NL&mode=lst&dir=&occ=first&part=1&cid=509802
Essentie/conc Derhalve moet op de eerste vraag worden geantwoord, dat het vermelden van
lusie verschillende personen op een internetpagina met hun naam of anderszins,
bijvoorbeeld met hun telefoonnummer of informatie over hun werksituatie en hun
liefhebberijen, als een „geheel of gedeeltelijk geautomatiseerde verwerking I - 13008
van persoonsgegevens" in de zin van artikel 3, lid 1, van richtlijn 95/46 is aan te
merken.
Derhalve moet op de derde vraag worden geantwoord, dat een verwerking van
persoonsgegevens als vermeld in het antwoord op de eerste vraag onder geen van de
uitzonderingen van artikel 3, lid 2, van richtlijn 95/46 valt.
Context/Illust Verwerking van persoonsgegevens op internetpagina, niet vallend onder de
ratie bij uitsondering van art. 3 lid 2 Richtlijn en art. 2 Wbp.
Naam Brein+Lycos/Pessers+Promusicae
Rechtsvraag Moeten NAW gegevens afgegeven worden door de provider aan een derde die
stelt schade te leiden?
Antwoord Nee resp. ja resp. nee
Samenvatting http://www.ie-forum.nl/artikelen/ook-access-provider-moet-naw-gegevens-
afgeven-inbreuk-nu-niet-aannemelijk-gemaakt-1;
https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2005:AU4019
;
http://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf?text=&docid=70107&pageInd
ex=0&doclang=NL&mode=lst&dir=&occ=first&part=1&cid=511447
Essentie/conclusi Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zijn de aanwijzingen die duiden op
e een doelbewust faciliteren en aanmoedigen van inbreuken op auteursrechten niet
van voldoende gewicht om voldoende aannemelijk te achten dat de klant van
Ziggo onrechtmatig heeft gehandeld jegens de bij Brein aangesloten
auteursrechthebbenden. Nu dat een basisvoorwaarde is om tot onrechtmatigheid
van de weigering van Ziggo (om de NAW-gegevens van de klant te verstrekken)
te komen, kan de vordering van Brein niet op de primaire grondslag worden
toegewezen.
Anders dan in de - slechts in globale termen vervatte - klacht wordt aangevoerd,
heeft het hof geen toepassing gegeven aan een wettelijk voorschrift dat niet aan de
vereisten van art. 8 lid 2 EVRM voldoet. Art. 8, aanhef en onder f, Wbp schrijft
uitdrukkelijk voor dat de betrokken belangen, waaronder in het bijzonder het
belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, tegen elkaar dienen te
worden afgewogen. Het hof heeft een nauwgezette afweging gemaakt van alle
Edwin van der Velde Rijksuniversiteit Groningen
, Inleiding IT-recht Arresten 2016/2017
betrokken belangen, waaronder het belang van de bescherming van de
persoonlijke levenssfeer van de websitehouder, en is tot de slotsom gekomen dat
Lycos in de concrete omstandigheden van het geval in strijd handelt met een
(ongeschreven) zorgvuldigheidsnorm als in art. 6:162 BW bedoeld, op grond
waarvan zij de NAW-gegevens aan [verweerder] dient te verschaffen, tegen
nakoming van welke verplichting art. 8, aanhef en onder f, Wbp zich niet verzet.
Aldus heeft het hof op juiste wijze toepassing gegeven aan de hier van belang
zijnde, bij de wet voorziene en voor Lycos voldoende toegankelijke en
voorzienbare, rechtsregels.
In de overwegingen van het hof ligt voorts besloten dat de inbreuk die de te
treffen voorziening maakt op de in de art. 8 en 10 EVRM gewaarborgde rechten
van de websitehouder die op zijn website anoniem een ernstige beschuldiging aan
het adres van [verweerder] heeft geuit, strekt ter bescherming van de in het
tweede lid van deze bepalingen bedoelde belangen en niet verder reikt dan strikt
noodzakelijk is in een democratische samenleving. Dat oordeel is niet
onbegrijpelijk en, mede in aanmerking genomen dat het hier gaat om een kort
geding, niet ontoereikend gemotiveerd.
Gelet op een en ander dient op de gestelde vraag te worden geantwoord dat de
lidstaten volgens de richtlijnen 2000/31, 2001/29, 2004/48 en 2002/58 niet
gehouden zijn, in een situatie als die van het hoofdgeding de verplichting op te
leggen om ter verzekering van de doeltreffende bescherming van het auteursrecht
in het kader van een civiele procedure persoonsgegevens te verstrekken. De
lidstaten dienen er krachtens het gemeenschapsrecht bij de omzetting van deze
richtlijnen wel acht op te slaan dat zij zich baseren op een uitlegging daarvan die
het mogelijk maakt een juist evenwicht tussen de verschillende door de
communautaire rechtsorde beschermde grondrechten te verzekeren. Bij de
tenuitvoerlegging van de maatregelen ter omzetting van deze richtlijnen moeten
de autoriteiten en de rechterlijke instanties van de lidstaten vervolgens niet alleen
hun nationale recht conform deze richtlijnen uitleggen, maar er ook acht op slaan
dat zij zich niet baseren op een uitlegging van deze richtlijnen die in conflict zou
komen met deze grondrechten of de andere algemene beginselen van
gemeenschapsrecht, zoals het evenredigheidsbeginsel.
Context/Illustrat Belangenafweging privacy en eigendom valt overwegend uit naar privacy als het
ie bij gaat om de afgifte van NAW-gegevens door een provider.
E-overheid
Naam Kowsoleea
Rechtsvraag Is verdachte slachtoffer geworden van identiteitsfraude en zo ja, wat
ie hiervan de oorzaak en hoe moet dit worden opgelost?
Antwoord Zie Essentie
Samenvatting Sinds 1994 staat er foutieve strafrechtelijke informatie
over verzoeker in de diverse informatiesystemen van verschillende
bestuursorganen (verschillende regionale politiekorpsen,
arrondissementsparketten, de Koninklijke Marechaussee en de
Justitiële Informatiedienst van het Ministerie van Justitie). In het
verslag van bevindingen is beschreven dat dit verschillende ernstige
gevolgen heeft gehad.
Verschillende overheidsinstanties maken gebruik van informatie uit
diverse informatie systemen om hun handelen jegens de burger op
te baseren. Een slachtoffer van identiteitsfraude wordt daardoor bij
Edwin van der Velde Rijksuniversiteit Groningen