‘zouten en zoutoplossingen’
§2. Zouten
De vorming van een zout
Tijdens een reactie van een metaal met een niet-metaal ontstaat er een zout. De metaalatomen geven
tijdens de reactie één of meer elektronen af aan het niet-metaalatoom. Het metaal krijgt een
positieve lading, het niet-metaal een negatieve. De positieve en negatieve ionen die bij de reactie
ontstaan worden gerangschikt in een ionrooster.
De ionbinding
In het ionrooster worden er tussen de positieve en negatieve ionen krachten op elkaar uitgeoefend.
Deze krachten heet elektrostatische krachten, die de ionbinding vormt. Deze binding is veel sterker
dan een vanderwaalsbinding of een waterstofbrug. Daarom is het kookpunt van zouten hoger dan
metalen of moleculaire stoffen.
§3. Namen en formules van zouten
De ionen
Er zijn verschillende soorten ionen:
Enkelvoudige ionen: een geladen deeltje dat uit één atoomsoort bestaat.
o Positief geladen Metaalionen
Naam: Metaal + ion (Aluminiumion, Al3+)
Sommige ionen hebben meerdere elektrovalenties. Hierbij gebruik je een
Romeins cijfer om de lading van het ion aan te geven. (tin(II)ion, Sn 2+)
o Negatief geladen Niet-metalen
Naam: Niet-metaal + ide + ion (Chloride-ion, Cl-)
Sommige ionen wijken af van deze naamgeving: oxide-ion, sulfide-ion
Samengestelde ionen: een geladen deeltje dat uit meerdere atoomsoorten bestaat. Ze zijn
meestal negatief geladen.
Namen en formules van zouten
Systematische naam Trivale naam Verhoudingsformule
Aluminiumchloride Binas 66A Al3+, Cl- AlCl3
IJzer(III)oxide Binas 66A Fe3+, O-2 Fe2O3
Bariumfosfaat Binas 66A Ba2+, PO43- Ba3(PO4)2