Belastingplicht
Inkomstenbelasting wordt geheven van natuurlijke personen. Alle inwoners in Nederland zijn
belastingplichtig voor de inkomstenbelasting.
Woonplaats
In verband met de belastingplicht is het van belang om te weten waar iemand woont. De woonplaats
wordt bepaald aan de hand van de feitelijke omstandigheden. Er moet worden gekeken naar de
plaats waar het sociaal en economisch middelpunt van iemands leven ligt.
Inkomen en tarieven
Op het uiteindelijk verschuldigde bedrag mogen door binnenlandse belastingplichtigen bepaalde
heffingskortingen in mindering worden gebracht. Op het bedrag dat dan nog overblijft, komen de
zogenoemde voorheffingen in mindering.
Box 1: belastbaar inkomen uit werk en woning
Het belastbaar inkomen uit werk en woning bestaat uit verschillende elementen.
Als het belastbaar inkomen van box 1 is vastgesteld, moeten op dit inkomen de tarieven worden
toegepast zoals die zijn weergegeven in art. 2.10 en art. 2.10a wet IB. Het verschuldigde percentage
aan inkomstenbelasting over de eerste twee schijven wordt verhoogd met de premie
volksverzekeringen. Samen vormen zij de inkomensheffing.
Box 2: belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang
Alleen mensen die een belang van minimaal 5% hebben in een rechtspersoon, kunnen te maken
krijgen met een belastingheffing in box 2. De belasting in box 2 bedraagt 25%.
Box 3: belastbaar inkomen uit sparen en beleggen
Als iemand een behoorlijk vermogen bezit, moet hij in verband hiermee ook een bedrag aan
inkomstenbelasting voldoen. Niet de werkelijk genoten inkomsten worden belast, maar een forfaitair
te bepalen inkomen. Dit forfaitaire inkomen bedraagt 4% van het vermogen dat de belastingplichtige
in box 3 heeft. De belasting in box 3 bedraagt 30%.
Heffingskortingen
Op de gecombineerde inkomensheffing wordt een heffingskorting toegepast. De heffingskorting kan
uit een groot aantal onderdelen bestaan. Dit aantal is afhankelijk van de omstandigheden.
Toepassing van de heffingskorting kan in principe niet leiden tot een teruggave. Zie art. 8.10 tot en
met 8.19 wet IB voor alle mogelijke heffingskortingen.
Toerekeningsregels
De verschuldigde belasting wordt per box én per belastingplichtige bepaald. Om dit mogelijk te
maken, is in de wet IB en drietal bepalingen opgenomen die bepalen hoe de inkomsten moeten
worden toegerekend. Het gaat hierbij om een toerekening tussen:
- De boxen onderling
- Ouders en hun minderjarige kinderen
- Volwassen partners onderling
Verder is er nog een bijzondere regeling voor het toerekenen van Afgezonderd Particulier Vermogen.
Toerekening inkomen aan boxen
Een bepaald inkomen kan slechts in één box worden belast. In box 1 worden, behalve bij de
inkomsten uit eigen woning, de werkelijk in een kalenderjaar genoten inkomsten belast. In box 3