Handboek psychodiagnostiek voor de hulpverlening aan kinderen en adolescenten
Inleiding van deel 1
Psychodiagnostiek Is alle onderzoek dat wordt verricht naar het psychosociaal
functioneren van een persoon, om het te beschrijven, te
begrijpen en te verklaren, en wel met het oog op het nemen van
een besluit.
Er is grote verscheidenheid; de onderzoekspraktijk verschilt per
discipline.
Ondanks deze grote verscheidenheid zijn er algemeen
geldende uitgangspunten en regels die dienen om tot
verantwoorde diagnostische conclusies te komen.
Deze uitgangspunten;
- Ondersteunen goede gewoontes bij het maken van
afwegingen bij elke stap die genomen wordt
- Maken explicitering van die besluiten mogelijk
- Helpen de diagnosticus/hulpverlener overzicht te houden en
kritisch te reflecteren op het hele proces.
Het verantwoord toetsen van hypothesen
Gebeurt volgens de stappen van de empirische cyclus
De uitkomsten
Staan ten dienste van het hulpverleningsproces, dat op zijn beurt de structuur kent
van de regulatieve cyclus.
Verantwoord handelen
Om hier tot te komen dienen de empirische diagnostische onderzoeken goed
geïntegreerd te zijn in het regulatieve proces.
De samenwerkingsrelatie Is een specifieke professionele relatie. Is georganiseerd, tijdelijk
Tussen de hulpvrager en en niet-spontaan. Vraagt een onderzoekende attitude, kennis
De hulpverlener- en vaardigheden om cultureel sensitief te werken. Deze relatie
Diagnosticus is ook gebonden aan beroepsethische regels en wettelijke
bepalingen.
Deze relatie stelt de professional voor een dilemma.
Aan de ene kant dient deze zich in te leven, zich te
Verdiepen in de betekenis die de problemen hebben voor de
hulpvrager en steun te bieden.
Maar aan de andere kant is het essentieel om onderzoekend,
kritisch, objectief en onpartijdig te blijven.
De regulatieve cyclus Is een model dat structuur aan het handelen biedt en ook
ruimte geeft aan niet-empirische aspecten. Het model is tevens
geschikt voor kritische reflectie op en verantwoordding van de
1