MA 301 HC3 Middelen bij supportive Care (Lotte Falke)
Bij oncolytica wordt er veel meer bijwerkingen geaccepteerd, dit moet daarnaast wel bij behandeld worden.
Inhoud supportive care
- Behandeling van de bijwerkingen van de geneesmiddelen
- Behandeling overdoseringen of andere geneesmiddel gerelateerde problemen
- Behandeling symptomen van de ziekte [dit is pijn en gewichtsverlies]
Bijwerkingen
- Chemotherapie: beenmergsuppressie (trombocytopenie, leukocytopenie, agranulocytose)
- Hormoon therapie: infertiliteit, opvliegers, borstontwikkeling
- Immunotherapie: allergische reacties, risico op ontstekingen, uitslag
- Signaaltransductie therapie: diarree, huiduitslag
Over het algemeen veel voorkomend: alopecia (haarverlies), misselijkheid, moeheid, gastro-intestinale toxiciteit
[Dit zijn de meest voorkomende bijwerkingen over het algemeen, daarnaast zijn er ook veel geneesmiddel
specifieke bijwerkingen zoals bijvoorbeeld cardiotox bij docetaxel… In het algemeen heeft chemotherapie
bijwerkingen op de sneldelende weefsels. Hormoontherapie kan ook botafbraak tot gevolg hebben ]
Gradering toxiciteit
CTC= Common Terminology Criteria, een beschrijvende terminologie die gebruikt wordt om bijwerkingen te
classificeren.
[CTC wordt eigenlijk over de hele wereld gebruikt om gradering aan te geven in toxiciteit. Bij graad 3 is ziekenhuis
opname aangewezen, graad 4 is levensbedreigend. Bij oncologie wordt heel vaak graad 3 en 4 geaccepteerd. Dit
kan omdat veel van deze middelen ook in het ziekenhuis worden toegediend.
Er wordt bij oncologie gedoseerd op basis van toxiciteit. En er wordt ook een bepaalde mate van toxiciteit
geaccepteerd.]
1
, Bovenin wordt de stamcel aangegeven, vervolgens de voorlopercellen (lymfoïde en myeloide). Links onderin de
rode bloedcel(erytrocyten) met daarnaast de bloedplaatjes. In het midden de witte bloedcellen en rechts de
lymfocyten. De stamcel is dus heel essentieel. Bij beenmergsuppressie is er een heel groot risico op infecties.
- Trombocytopenie: te kort aan bloedplaatjes, dit kan behandeld worden met TPO en EPO
- Anemie: te kort aan rode bloedcellen, dit kan behandeld worden met EPO. Maar bij oncologie wordt dit
niet gedaan.
- Neutropenie: te kort aan witte bloedcellen, dit wordt behandeld met GCSF
Myelodysplastische syndromen (MDS)
Afwijkingen in de myeloide stamcellen
- Deleties
- Translocaties
- Duplicaties
- Veranderingen in methylering
- Meer apoptose van beenmergcellen
MDS is een aandoening waarbij de kanker in de stamcellen zit. Deze afwijkingen in de stamcellen zijn gekomen
door deleties, translocaties, duplicaties etc. Dit zorgt voor meer apoptose van beenmergcellen. Hier zal er een
vermindering zijn van beenmergcellen. En ook een tekort aan neutrofiele, granulocyten etc.
Behandeling beenmergsuppressie en MDS
Symptomatisch
- Transfusies
2
Bij oncolytica wordt er veel meer bijwerkingen geaccepteerd, dit moet daarnaast wel bij behandeld worden.
Inhoud supportive care
- Behandeling van de bijwerkingen van de geneesmiddelen
- Behandeling overdoseringen of andere geneesmiddel gerelateerde problemen
- Behandeling symptomen van de ziekte [dit is pijn en gewichtsverlies]
Bijwerkingen
- Chemotherapie: beenmergsuppressie (trombocytopenie, leukocytopenie, agranulocytose)
- Hormoon therapie: infertiliteit, opvliegers, borstontwikkeling
- Immunotherapie: allergische reacties, risico op ontstekingen, uitslag
- Signaaltransductie therapie: diarree, huiduitslag
Over het algemeen veel voorkomend: alopecia (haarverlies), misselijkheid, moeheid, gastro-intestinale toxiciteit
[Dit zijn de meest voorkomende bijwerkingen over het algemeen, daarnaast zijn er ook veel geneesmiddel
specifieke bijwerkingen zoals bijvoorbeeld cardiotox bij docetaxel… In het algemeen heeft chemotherapie
bijwerkingen op de sneldelende weefsels. Hormoontherapie kan ook botafbraak tot gevolg hebben ]
Gradering toxiciteit
CTC= Common Terminology Criteria, een beschrijvende terminologie die gebruikt wordt om bijwerkingen te
classificeren.
[CTC wordt eigenlijk over de hele wereld gebruikt om gradering aan te geven in toxiciteit. Bij graad 3 is ziekenhuis
opname aangewezen, graad 4 is levensbedreigend. Bij oncologie wordt heel vaak graad 3 en 4 geaccepteerd. Dit
kan omdat veel van deze middelen ook in het ziekenhuis worden toegediend.
Er wordt bij oncologie gedoseerd op basis van toxiciteit. En er wordt ook een bepaalde mate van toxiciteit
geaccepteerd.]
1
, Bovenin wordt de stamcel aangegeven, vervolgens de voorlopercellen (lymfoïde en myeloide). Links onderin de
rode bloedcel(erytrocyten) met daarnaast de bloedplaatjes. In het midden de witte bloedcellen en rechts de
lymfocyten. De stamcel is dus heel essentieel. Bij beenmergsuppressie is er een heel groot risico op infecties.
- Trombocytopenie: te kort aan bloedplaatjes, dit kan behandeld worden met TPO en EPO
- Anemie: te kort aan rode bloedcellen, dit kan behandeld worden met EPO. Maar bij oncologie wordt dit
niet gedaan.
- Neutropenie: te kort aan witte bloedcellen, dit wordt behandeld met GCSF
Myelodysplastische syndromen (MDS)
Afwijkingen in de myeloide stamcellen
- Deleties
- Translocaties
- Duplicaties
- Veranderingen in methylering
- Meer apoptose van beenmergcellen
MDS is een aandoening waarbij de kanker in de stamcellen zit. Deze afwijkingen in de stamcellen zijn gekomen
door deleties, translocaties, duplicaties etc. Dit zorgt voor meer apoptose van beenmergcellen. Hier zal er een
vermindering zijn van beenmergcellen. En ook een tekort aan neutrofiele, granulocyten etc.
Behandeling beenmergsuppressie en MDS
Symptomatisch
- Transfusies
2