WEEK 1
Beantwoording toetsvragen:
1. Artikel
2. Uitleg
3. Conclusie
Mededingingsrecht = regelt de concurrentie tussen ondernemingen. Hoe ver mag en ondernemer gaan
in zijn strijd om te markt?
Publiekrechtelijk: Hier treedt de overheid op
Privaatrechtelijk: De ondernemer moet zelf in actie komen bij oneerlijke concurrentie.
Via art. 6:162 BW onrechtmatige daad
1 van de 9 intellectuele eigendomsrechten
DE 9 INTELLECTUELE EIGENDOMSRECHTEN
1. ! Auteursrecht = Geeft aan de maker van een WERK van letterkunde, wetenschap of kunst een
alleenrecht op de exploitatie hiervan. Vb: boeken, films, muziek, schilderijen etc. Zo schreef
John Ewbank het nummer ‘Heb je even voor mij’ voor Frans Bauer, John is hier de maker van en
kan zich dus beroepen op het auteursrecht.
1 criterium: originaliteit
2. Naburige rechten = Geeft alleenrecht aan:
De uitvoerend kunstenaar (In dit geval Frans Bauer met HJEVM)
De producenten van geluidsdragers
Omroeporganisaties
3. Chipsrecht = Geeft aan de maker van een originele chip gedurende een bepaalde tijd een
alleenrecht op exploitatie.
4. Octrooi = Geeft het alleenrecht aan de makers van een technische uitvinding.
Voor producten of processen.
5. ! Handelsnaamrecht = Geeft het alleenrecht aan iemand die een onderneming drijft op het
gebruik van een bepaalde handelsnaam. Deze handelsnaam individualiseert de onderneming.
6. ! Merkenrecht = Geeft het alleenrecht aan iemand die het merk exploiteert. Dit merk
individualiseert het product.
SONY: zowel handelsnaam- als merkenrecht
Ford: idem
Unox: Alleen merkenrecht
Ambilight: Alleen merkenrecht
7. Modellenrecht = Geeft een alleenrecht aan de ontwerper van een nieuw uiterlijk van een
product met een gebruiksfunctie (industrial design). BVIE = Benelux Verdrag voor de
Intellectuele Eigendom.