Les 1: Opbouw van DNA
Je kunt in detail de opbouw van een DNA molecuul beschrijven
DNA (DeoxyriboNucleic Acid) is een polymeer (nucleïnezuur) van nucleotiden,
bestaande uit:
1. Een stikstofhoudende base (nitrogenous base):
Adenine
Cytosine
Guanine
Thymine
2. Een pentose suiker: deoxyribose
3. Fosfaatgroep
5 end
Nitrogenous bases
Pyrimidines
5C
3C
Nucleoside
Nitrogenous
base Cytosine (C) Thymine (T, in DNA) Uracil (U, in RNA)
Purines
Phosphate
group Sugar
5C (pentose)
Adenine (A) Guanine (G)
3C (b) Nucleotide
Sugars
3 end
(a) Polynucleotide, or nucleic acid
Deoxyribose (in DNA) Ribose (in RNA)
(c) Nucleoside components: sugars
De samenstelling van DNA varieert tussen soorten. Dit is het bewijs voor de diversiteit
van DNA, waardoor het een logische kandidaat is voor genetisch materiaal.
Chargaff’s rule:
De base samenstelling van DNA varieert tussen soorten
In elk soort is het aantal A en T basen gelijk, en is het aantal G en C basen gelijk
Aan elkaar gekoppelde nucleotiden: polynucleotide of nucleotide polymeer
Naburige nucleotide zijn aan elkaar gekoppeld d.m.v. covalente bindingen tussen de -OH
groep aan het 3 C-atoom van een nucleotide en de fosfaatgroep aan het 5 C-atoom van
de volgende (= phosphodiester linkage)
Deze bindingen vormen de ruggengraat (backbone) van suiker-fosfaat eenheden, met
daaraan uitstekende basen.
De sequentie van basen over een DNA (of mRNA) polymeer is uniek voor elk gen.
Je kan benoemen waar en in welke vorm het DNA zich in onze cellen bevindt
Het DNA bevindt zich bij mensen in de kern van de cel, waar het in de vorm van een
dubbele helix aanwezig is. Deze dubbele helix bestaat uit twee complementaire strengen
die in anti-parallelle richting met elkaar zijn verbonden door middel van
waterstofbruggen tussen de basenparen. (Watson & Crick 1953).