Groepsgericht werken in een therapeutisch milieu
Oppervlakte niveau in groepen
Manifeste elementen groepsdynamica: taakgerichte aspecten
- Structurele en functionele ordening zoals regels, taken en functie afspreken gericht op
gemeenschappelijke taak.
Rolvervulling en omgangswijze zoals deze direct zichtbaar is.
Diepte niveau in groepen
Latente elementen groepsdynamica: sociaal-emotionele aspecten
- Wat zit onder gedragingen? Onuitgesproken gevoelens, behoeften, beweegredenen.
Werking sympathie – antipathie
Vaak onbewust, soms ‘blind’
Interventies:
Behandeling is het geheel van interventies dat op een behandeldoel is gericht.
- Supportieve/steunende interventies Sluiten aan bij de structuur en de persoonlijkheid
van de cliënt. Het doel is om deze structuur te verbeteren waar het kan, dan wel in
voldoende maten te compenseren. De interventies bieden de cliënt houvast.
(steun, betrokkenheid, bemoediging, ankerpunt-functie, verbaliseren, grensbewaking,
overnemen van wat de cliënt niet aankant, bedekkend)
- Ontregelende interventies Hebben te maken met het veranderen en verbeteren van
aanpassingsstijlen die niet meer adequaat zijn. De persoonlijkheidsstructuur speelt geen
bepalende rol. Iet doen wat niet past bij de verwachtingen van de cliënt.
(veranderingsgericht, spiegelen, uitnodiging tot nieuw gedrag, zelfkennis verhogend,
confronterend, niet overnemen verantwoordelijkheid, ontdekkend)
- Gecombineerde interventies Beide interventies gebruiken, goede balans vinden voor de
cliënt.
Parallelproces bij groepsbehandeling
Parallel in het patroon tussen diverse hiërarchische niveaus: wisselwerking van wederzijdse
beïnvloeding, waardoor verschijnsel/thematiek zowel optreedt in het team op medewerkersniveau
als in de cliëntgroep. Het is een afspiegeling van het ander. Deze samenhang (op diepte niveau) is
systemisch.
Hoe het er in teams aan toe gaat, dit zie je vaak terug komen in de cliëntengroep.
Behandelprincipes:
Therapeutische milieus
- Supportieve model
Gericht op steun geven. De verpleegkundige is direct betrokken bij de bescherming van de zwakke
persoonlijkheidsstructuur van de patiënt. Daarbij is de verpleegkundige meer persoonlijk aanwezig.
Hij biedt hand-in-handbegeleiding en houvast. Er wordt door de verpleegkundige hier en daar de
mogelijkheid tot individuele gesprekken geboden en er worden door hem meer afspraken gemaakt.
Daar is ook sprake van intensiever fysiek contact tussen de verpleegkundige en de patiënt. Dit
contact dient echter ook een methodische betekenis te hebben, het moet passen in een
behandelplan. De professionals zijn dan weer situmulators, dan weer normerende personen. De
persoonlijkheidsstructuur wordt waar mogelijk is verbeterd.
- Ondersteunend, individugericht en antiregressief: leren, oefenen, trainen.
- Ik-opbouw: helpen groeien en zelfstandiger worden.
- Ik-versterking: helpen leren leven met een zekere mate van ‘psychische invaliditeit’
- Reconstructieve model
Gericht op de interne aanpassing. De verpleegkundige zal meer op afstand en confronterend
aanwezig zijn. Daarbij wordt de patiënt de gelegenheid gegeven meer duidelijkheid te krijgen over
zijn eigen doen en laten en de wijze waarop hij moeilijke en lastige situaties probeert te vermijden.
Gericht op zelfinzicht en kennis van eigen motieven en mechanismen. De afweermechanismen
worden vervangen (door hongere vormen) en de cliënt wordt vrijer van innerlijke conflicten. Het
bewerken van overdracht is hier belangrijk.
- Bewust worden gevoelens, beweegredenen, jezelf leren kennen.
- Confronterende, psychodrama.
- Cliënt afbreken en dan opnieuw opbouwen.
1