Samenvatting
Ondernemingsrecht
Hoorcollege 1
Privaatrecht = verhouding burger – burger
Vermogensrecht
Personen- en familierecht
Ondernemingsrecht
Publiekrecht = verhouding burger – overheid
Strafrecht
Staats- en bestuursrecht
Fiscaal recht
Subjectieve rechten komen toe aan personen rechtssubjecten
Rechtssubjecten
Natuurlijke personen mensen
Rechtspersonen organisatie die als juridische eenheid opereert en eigen rechten
en verplichtingen heeft (los van rechten en verplichtingen van eigenaar)
Objectief recht verleent subjectief recht
Iedere aandeelhouder in NV heeft tenminste 1 stemrecht = objectief recht
Hebben van een aandeel, waardoor je stemrecht verkrijgt in AVA = subjectief recht
Dwingend recht = afwijken niet toegestaan
Regelend aanvullend recht = afwijken toegestaan
Onderscheidingen binnen privaatrecht
Materieel recht: deel van het recht waar rechten en verplichtingen zijn geregeld
Formeel recht: procesrecht
Trias politica
Wetgevende macht
Rechterlijke macht
Uitvoerende macht
Rechtsbronnen waaruit rechtsnormen voortvloeien
De wet
Rechtspraak/ jurisprudentie
Verdragen
Gewoonte
De wet
Wet in formele zin vs materiele zin
,Hogere wet gaat voor lagere wet
1. Grondwet
2. Wetten in formele zin
3. AMvB, ministeriele regelingen, provinciale verordeningen, gemeentelijke
verordeningen
Jurisprudentie
Wetten niet altijd duidelijk of geven niet altijd een antwoord op rechtsvragen, rechter:
vonnis: uitspraken van Nederlands hoogste rechter zijn arresten
Wie heeft het voor het zeggen binnen NV: bestuur (Forumbankarrest)
Verdragen
Internationaal recht
Europese Unie: richtlijnen en verordeningen
Vermogensrecht
Vermogen = zowel positieve als negatieve bestanddelen
Vermogensrecht = geheel van rechtsregels betreffende het vermogen
Verbintenissenrecht: relatie tussen personen (dynamisch)
Goederenrecht: relatie tussen personen en goederen (statisch)
Goederenrecht: zaken
Roerende zaken zijn alle zaken die niet onroerend zijn (art. 3:3 lid 2 BW)
Onroerend zijn de grond en alles wat daarmee duurzaam is verenigd, zoals gebouwen
en beplantingen (art. 3:3 lid 1 BW) notariële akte nodig
Art. 5:3 BW: eigenaar van een zaak is ook eigenaar van al haar bestanddelen
Art. 3:4 lid 1 BW: bestanddeel is al hetgeen dat volgens de verkeersopvattingen eigendom
uitmaakt van een zaak
, Absolute rechten: rechten gelden tegenover iedereen
Relatief recht: werkt slechts tegenover een of enkel personen (bestaat uit een doen of
nalaten)
Beperkt recht: art. 3:8 BW (zekerheidsrechten)
Beperkte rechten op een goed, wanneer iemand niet betaalt mag je op dat goed verhalen
(deurwaarder verkoopt goed en persoon met pandrecht krijgt de opbrengst die hij nog
tegoed heeft)
Pandrecht: art. 3:227 roerende goederen
Hypotheekrecht: art. 3:227 registergoederen
Belangrijkste absoluut recht: eigendomsrecht (art. 5:1 BW)
Juridische betrekking tot een goed art. 3:115
Hoorcollege 2
Overdracht vereisten
Geldige titel
Beschikkingsbevoegdheid
Levering
Levering van vorderingsrechten (art. 3:93 en 3:94)
Vordering kan worden overgedragen, van belang is wie het recht toekomt
Staat vast wie schuldeiser is, vordering op naam
Staat niet vast wie schuldeiser is, wordt het een vordering aan toonder
Leveringswijze van vorderingen
Vordering op naam akte + mededeling
Vordering aan toonder overgave toonderpapier
Vordering aan order endossement + overgave orderpapier
Levering op naam = cessie (art. 3:94)
Degene die vordering overdraagt = cedent
Degene aan wie de vordering wordt overgedragen = cessionaris
Debiteur van de vordering = cessus
Overdracht van schuld toestemming nodig
VOF naar BV toestemming vragen bij de bank (van hoofdelijke aansprakelijkheid naar bv)
Ondernemingsrecht
Hoorcollege 1
Privaatrecht = verhouding burger – burger
Vermogensrecht
Personen- en familierecht
Ondernemingsrecht
Publiekrecht = verhouding burger – overheid
Strafrecht
Staats- en bestuursrecht
Fiscaal recht
Subjectieve rechten komen toe aan personen rechtssubjecten
Rechtssubjecten
Natuurlijke personen mensen
Rechtspersonen organisatie die als juridische eenheid opereert en eigen rechten
en verplichtingen heeft (los van rechten en verplichtingen van eigenaar)
Objectief recht verleent subjectief recht
Iedere aandeelhouder in NV heeft tenminste 1 stemrecht = objectief recht
Hebben van een aandeel, waardoor je stemrecht verkrijgt in AVA = subjectief recht
Dwingend recht = afwijken niet toegestaan
Regelend aanvullend recht = afwijken toegestaan
Onderscheidingen binnen privaatrecht
Materieel recht: deel van het recht waar rechten en verplichtingen zijn geregeld
Formeel recht: procesrecht
Trias politica
Wetgevende macht
Rechterlijke macht
Uitvoerende macht
Rechtsbronnen waaruit rechtsnormen voortvloeien
De wet
Rechtspraak/ jurisprudentie
Verdragen
Gewoonte
De wet
Wet in formele zin vs materiele zin
,Hogere wet gaat voor lagere wet
1. Grondwet
2. Wetten in formele zin
3. AMvB, ministeriele regelingen, provinciale verordeningen, gemeentelijke
verordeningen
Jurisprudentie
Wetten niet altijd duidelijk of geven niet altijd een antwoord op rechtsvragen, rechter:
vonnis: uitspraken van Nederlands hoogste rechter zijn arresten
Wie heeft het voor het zeggen binnen NV: bestuur (Forumbankarrest)
Verdragen
Internationaal recht
Europese Unie: richtlijnen en verordeningen
Vermogensrecht
Vermogen = zowel positieve als negatieve bestanddelen
Vermogensrecht = geheel van rechtsregels betreffende het vermogen
Verbintenissenrecht: relatie tussen personen (dynamisch)
Goederenrecht: relatie tussen personen en goederen (statisch)
Goederenrecht: zaken
Roerende zaken zijn alle zaken die niet onroerend zijn (art. 3:3 lid 2 BW)
Onroerend zijn de grond en alles wat daarmee duurzaam is verenigd, zoals gebouwen
en beplantingen (art. 3:3 lid 1 BW) notariële akte nodig
Art. 5:3 BW: eigenaar van een zaak is ook eigenaar van al haar bestanddelen
Art. 3:4 lid 1 BW: bestanddeel is al hetgeen dat volgens de verkeersopvattingen eigendom
uitmaakt van een zaak
, Absolute rechten: rechten gelden tegenover iedereen
Relatief recht: werkt slechts tegenover een of enkel personen (bestaat uit een doen of
nalaten)
Beperkt recht: art. 3:8 BW (zekerheidsrechten)
Beperkte rechten op een goed, wanneer iemand niet betaalt mag je op dat goed verhalen
(deurwaarder verkoopt goed en persoon met pandrecht krijgt de opbrengst die hij nog
tegoed heeft)
Pandrecht: art. 3:227 roerende goederen
Hypotheekrecht: art. 3:227 registergoederen
Belangrijkste absoluut recht: eigendomsrecht (art. 5:1 BW)
Juridische betrekking tot een goed art. 3:115
Hoorcollege 2
Overdracht vereisten
Geldige titel
Beschikkingsbevoegdheid
Levering
Levering van vorderingsrechten (art. 3:93 en 3:94)
Vordering kan worden overgedragen, van belang is wie het recht toekomt
Staat vast wie schuldeiser is, vordering op naam
Staat niet vast wie schuldeiser is, wordt het een vordering aan toonder
Leveringswijze van vorderingen
Vordering op naam akte + mededeling
Vordering aan toonder overgave toonderpapier
Vordering aan order endossement + overgave orderpapier
Levering op naam = cessie (art. 3:94)
Degene die vordering overdraagt = cedent
Degene aan wie de vordering wordt overgedragen = cessionaris
Debiteur van de vordering = cessus
Overdracht van schuld toestemming nodig
VOF naar BV toestemming vragen bij de bank (van hoofdelijke aansprakelijkheid naar bv)