Hoofdstuk 2: De leefwereld van kinderen in historisch perspectief
Het verschil tussen de wereld van kinderen toen en nu is gerelateerd aan de grote maatschappelijke
veranderingen die de afgelopen eeuw(en) hebben plaats gevonden.
§ 2.1 Relevante maatschappelijke ontwikkelingen
Dit hoofdstuk wil vooral duidelijk maken hoe de leefwereld van een kind mede wordt vormgegeven
door de traditie en cultuur waarin het is ingebed.
De belangrijkste maatschappelijke ontwikkelingen die vanaf ca. 1850 hebben geleid tot de grootste
veranderingen in het dagelijkse (kinder)leven:
Ambities met het kind: vorming en scholing;
Vooruitgang in de techniek;
Toenemende welvaart en economische groei;
Ontzuiling en individualisering;
Emancipatie van de vrouw.
§2.1.1 Ambities met het kind: vorming en scholing
Vanaf 18e eeuw: kwam er steeds meer oog voor het belang van goede vorming en scholing van
kinderen.
Vanaf tweede helft 19e eeuw: werd de kinderarbeid steeds verder teruggedrongen en uiteindelijk
geheel afgeschaft, waardoor kinderen steeds meer uren gingen doorbrengen op school.
Vanaf 1901: leerplicht voor kinderen van 7 tot 12 jaar (tegenwoordig van 5 tot 16 jaar). School werd
een belangrijke factor in de leefwereld van de kinderen. Het bracht hen in contact met andere kinderen
en hun ouders, met de bibliotheek, de dokter (schoolarts), sport en jeugdbewegingen.
Op vele bijzondere scholen ‘kleurde’ het geloof de informatie en contacten en gaf deze mede vorm.
Gedurende de 20ste eeuw: steeds meer oog voor de ontwikkelingsmogelijkheden en rechten van
kinderen. Rond 1900: ontstaan van het speciaal onderwijs. Er werd rekening gehouden met de
ontwikkelingsmogelijkheden van kinderen.
Voor de WOII: kon een kind alleen doorleren wanneer het de financiële middelen had. Na de WOII:
school- en beroepskeuze vonden steeds meer plaats op basis van talent en ambitie. Tegenwoordig:
98% start met school bij zijn 4e levensjaar en gaat na de basisschool verder met leren.
§2.1.2 Vooruitgang van de techniek
De leefomgeving is de afgelopen eeuw aanzienlijk veranderd. Dankzij de vooruitgang in de
technologie kan men tegenwoordig koken op kookplaten i.p.v. op een open vuur, is er een centrale
verwarming i.p.v. een openhaard etc.
§2.1.3 Toenemende welvaart en economische groei
De groei van de technologie is te danken aan kennisontwikkeling, persoonlijke inventiviteit maar ook
aan geld. De betere scholing zorgde namelijk voor hogere productiviteit en daarmee voor een stijgend
inkomen. Vanaf WOII: was er geld over voor extra’s, ook voor de kinderen. Fabrikanten die winst
rookten, durfden hierdoor geld te steken in ontwikkeling en verbetering van de technologieën. De
combinatie van economische groei en technologische vooruitgang zorgde zo in korte tijd voor een
explosie van aan betaalbare elektrische (huishoudelijke) apparaten.
Na de WOII ontstond er in NL een verzorgingsstaat waarbij niet alleen de rijke konden genieten van
de toegenomen welvaart, maar ook de zieken en ouderen. Iedereen werd verplicht verzekeringen en
belasting te betalen. In 1958 AOW ingevoerd. In 1963: werd de Algemene bijstandswet ingevoerd.
§2.1.4 Ontzuiling en individualisering
19e eeuw: veel mensen trokken van het platteland naar de stad. De verschillende kerken probeerden in
deze dichte en veelvormige wereld door eigen verenigingen, scholen en organisaties de gelovigen
zoveel mogelijk vast te houden en te behoeden voor al te wereldse invloeden. Sociale bewegingen
probeerden eveneens via eigen verenigingen en organisaties hun invloed te vergroten.
Er ontstonden vier zuilen: katholiek, protestants-christelijk, sociaaldemocratisch en neutraalliberaal.